Orpheus-liflafjes als montage losse lodders

Ovidius en Vergilius hebben de mensheid wijsgemaakt dat veerman Charon en hellehond Cerberos in watjes veranderden zodra Orpheus zijn lier beroerde....

Peri en Rinuccini namen de Orpheusmythe rond 1600 tot uitgangspunt van Euridice. Monteverdi reageerde erop met L'Orfeo uit 1607. Anderhalve eeuw later kwam Gluck met zijn spannende opera Orfeo ed Eurydice uit 1762.

Glucks muziekdrama was meeslepend, omdat verhaallijn, muziek en toneelbeeld tot één draaikolk getrechterd waren. Opera O. T. heeft het omgekeerde gedaan. In Orfeo Intermezzi kachelen liflafjes uit Orpheus-gerelateerde toneel-en muziekwerken oeverloos achter elkaar aan. Helemaal los zand werd het niet. De dreigend slinkende kring spelers rond de mezzosopraan Ellen van Beek, versterkte de spanning van haar Gluck-aria. Na de pauze rijmde die scène met de Orpheus Cantate van Hector Berlioz. Bacchanten sloten de tenor Jean-Léon Klostermann daar met bezemstelen in.

Het lijkt niet onmogelijk met losse flodders uit diverse werken tot een meeslepende montage te komen. Alleen moet het schaap dan wel geschoren worden. Nu werden domweg alle vondsten aan het publiek gepresenteerd, hetgeen niet ten goede kwam aan de werking van de mooiste parels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden