Oriëntaalse Bachman

Bachspecialist Masaaki Suzuki, te gast op het Festival Oude Muziek Utrecht, heeft in de jaren 70 zijn muzikale gereedschap in Nederland geslepen. De christen uit Japan vertelt over zijn kennismaking met Ton Koopman, Piet Kee en het orgel van de Sint Bavo in Haarlem.

De eerste Sweelinckcompositie die Masaaki Suzuki in Tokio onder ogen kreeg heette Malle Symen. Eerder nog dan naar die rare titel staarde de nieuwbakken klavecimbelleerling naar de noten. 'Ze zagen er zo simpel uit, miste ik soms iets?'


Op de Nederlandse componist, organist en klavecinist Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) zat hij begin jaren zeventig toch al niet te wachten. De enige reden waarom Masaaki Suzuki, student compositie en kerkorgel, wilde snuffelen aan het klavecimbel, was om dieper door te dringen in het universum van Johann Sebastian Bach.


Maar zijn docente, een Japanse die zich in Amsterdam had laten kneden door de barokpionier Gustav Leonhardt, hield voet bij stuk. Voordat haar leerling zijn vingers mocht wagen aan de preludes en fuga's van Das Wohltemperierte Klavier moest hij zich grondig verdiepen in 'dat 17de-eeuwse spul'.


En dus werd Malle Symen gevolgd door Onder een linde groen, en tegen de tijd dat de jeugdige klavierspeler toe was aan de meeslepende variaties over Mein junges Leben hat ein End, had Sweelinck er een apostel bij.


Veertig jaar later kent de wereld Masaaki Suzuki (58) vooral als een Bachdirigent. In februari 2013 verschijnt de 54ste en laatste cd-box van de integrale cantatereeks waaraan hij met zijn Bach Collegium Japan sinds 1995 heeft gewerkt.


In recensies duiken steevast woorden op als 'puur', 'sereen' en 'hemels', soms voorzien van de zuinige kanttekening 'koel' of 'objectief'. Zijn bemoeienis met Bach kwam hem in Duitsland te staan op het Bundesverdienstkreuz. En afgelopen juni kreeg hij in Leipzig de Bach-Medaille opgespeld. Eerdere recipiënten van die prijs droegen illustere namen als Philippe Herreweghe, Ton Koopman en Gustav Leonhardt.


Zo bezien is het niet meer dan logisch dat de Japanner als artist in residence rondloopt op het komende Festival Oude Muziek. In Utrecht tast men tien dagen lang de anderhalve eeuw muziek af die zich uitstrekt tussen Sweelinck en Bach, ruwweg reikend van 1600 tot 1750.


'Scheveningen' spreekt hij nog altijd uit met de juiste dosis keelrasp. Met een beurs van de Nederlandse regering heeft Suzuki er vanaf 1978 vijf jaar lang gewoond, pendelend naar zijn lessen bij de orgeltsaar Piet Kee en de barokprovo Ton Koopman.


Het vrijgevochten hippiehaar van destijds is inmiddels teruggebracht tot pagelengte. Wanneer de musicus in zijn Eindhovense hotel de weg wijst naar een rustige spreekkamer, biedt het grijze achterhoofd zicht op een glimmende tonsuur.


Aziatische barokspecialist, oriëntaalse Sweelinckijveraar - paradoxen kruiden zijn leven. En dan is Masaaki Suzuki nog een gereformeerde Japanner ook. Hij behoort tot de ruwweg 1 procent van zijn land die het christendom belijdt.


Zijn verklaring: 'Ik kom uit Kobe, een havenstad die altijd gevoelig is geweest voor westerse invloed. Zeker na 1868, toen Japan zichzelf na vier eeuwen afzondering weer openstelde voor de wereld. Vooral vanuit Amerika stroomden de zendelingen toe.'


Bij de Suzuki's thuis werden de handen voor het eten gevouwen. Uit de Bijbel las men echter niet, die verhalen kreeg hij mee op de zondagschool. Als muzikale tiener begeleidde hij menig kerkdienst, op het harmonium, want orgels waren schaars.


'Voor mijn eerste lessen kon ik in Osaka terecht bij Robert Vliegen, een Vlaamse priester-musicoloog die was gespecialiseerd in 16de-eeuwse polyfonie.' Tijdens de voortgezette orgelstudie in Tokio daagde het besef dat hij voor het echte werk naar Noordwest-Europa moest.


En daar stond Masaaki Suzuki, bij zijn eerste bezoek aan Nederland in 1976, te bonzen op een deur van de Grote of Sint Bavokerk in Haarlem. Het was negen uur 's avond en al donker. Na zijn landing op Schiphol had de Japanner rechtstreeks koersgezet naar het fameuze Müller-orgel uit 1738, waarop Händel en Mozart nog hadden gespeeld.


'Gelukkig deed er iemand open. Ik kom helemaal uit Japan, riep ik, om het orgel te zien!'


In het duister werd hij meegenomen naar een balkon. Toen het licht aansprong, stond de pelgrim versteld van de kolossale ruimte. Maar hoe hij ook keek, nergens een orgel te vinden. 'Kijk eens naar boven', luidde het advies.


'Ik schrok me rot, een gigantische batterij orgelpijpen rees op tot aan het kerkdak. Of ik iets wilde spelen, vroeg die man ook nog. Maar ik was al over m'n toeren, had geen idee hoe ik uit zo'n reusachtig apparaat muziek moest halen. Na twee of drie tonen haakte ik af.'


Als compositiestudent had Suzuki in Tokio al een bescheiden oeuvre bij elkaar gepend, waaraan hij liever niet wordt herinnerd. 'Alles wat ik schreef was nabootsing, zelfs de kleinste aanwijzing in de partituur krabbelde ik neer in het Frans. Onze god heette Olivier Messiaen, mijn leraar had in Parijs bij hem gestudeerd.'


In de Tokiose universiteisbibliotheek drongen intussen de eerste lp's uit geheel andere hoek door: het legendarische Bachproject van Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt. Voor het eerst gingen zij de tweehonderd cantates te lijf met het oorspronkelijke gereedschap, inclusief jongenssopranen en oude instrumenten.


Zonder hen, zegt Masaaki Suzuki, had hij nooit een idee gekregen hoe fraai die stukken konden klinken. 'Ze waren net aan hun serie begonnen, dus verder was ik helaas aangewezen op de conventionelere uitvoeringen van Karl Richter en Helmuth Rilling.'


Naast de orgels vormde de historische uitvoeringspraktijk een reden om de grote oversteek te wagen. Suzuki voegde zich in de nog altijd niet opgedroogde stroom Japanners die de authentieke musiceerkunst in Europa komt bestuderen.


Een cultuurschok krijgen ze allemaal. Zo zag Suzuki hoe Ton Koopman, zijn vereerde leraar, aan de Amsterdamse Lindengracht zelf de vuilniszakken buiten zette. Even makkelijk legde de jonge vader tijdens de les een huilende baby aan de fles. En altijd moest je in huize-Koopman bedacht zijn op een kat die landde op de snaren van het klavecimbel.


Zo gaat dat dus, dacht Suzuki, in een typisch Nederlands huisgezin. 'Toen ik er eenmaal aan gewend was, kon ik er enorm van genieten.'


Maar op z'n falie kreeg de student toen hij Koopmans exuberante musiceertrant tot in het kleinste detail probeerde te imiteren. 'Dat bleek niet de bedoeling! In Japan geldt navolging als het hoogste goed, hier moest ik mijn eigen stem vinden. Dat heeft me uiteindelijk nog het meeste moeite gekost: hoe te leven als individu.'


Achter de pijpen bij orgelgrootheid Piet Kee gooide de Japanner zijn pasverworven assertiviteit in de strijd. De klankvoorstelling die bij het klavecimbel hoorde, luidde Kee's boodschap, was ongeschikt om een grote Hollandse kerk mee te vullen. 'Het duurde even voordat ik het door had. Die eerste maanden waren loodzwaar.'


Dat the Piet Kee way gunstig heeft uitgepakt, bleek afgelopen voorjaar toen Suzuki met composities van Sweelinck en Bach een tocht maakte langs historische Nederlandse orgels. In de Alkmaarse Grote Kerk dwarrelden romige Sweelinckklanken neer vanaf het kleine Van Covelens-orgel uit 1511. Barokke Bachregisters vond Suzuki, transparant fraserend, op het majestueuze Van Hagerbeer/Schnitger-orgel.


Zijn tournee eindigde in de Amsterdamse Oude Kerk, waar Jan Pieterszoon Sweelinck vier eeuwen geleden postkoetsen vol Duitse leerlingen ontving. Die lessen gingen er wel anders aan toe dan tegenwoordig, weet de organist.


'Nu zitten we bijna uitsluitend te schaven aan gecanoniseerd repertoire, destijds lag het accent vooral op improvisatie en contrapunt, de kunst van het meerstemmige musiceren die Sweelinck tot in z'n vingertoppen beheerste.'


Sterleerlingen als Samuel Scheidt en Heinrich Scheidemann smokkelden zijn geheimen mee terug naar huis, waar ze twee generaties later opdoken in de noten van Johann Sebastian Bach. Zo luidt althans, in polderperspectief, de rooskleurige uitleg.


Over die Nederlands-Duitse connectie maakt Suzuki zich evenwel weinig illusies. 'Sweelinck en Bach staan in dezelfde klaviertraditie, maar ze vertegenwoordigen de twee uiteinden. Op aantoonbare invloed heb ik nog nooit de vinger kunnen leggen.'


Religie vormt achter zijn musiceren de drijvende kracht.


Als een bliksemflits trof hem ooit het inzicht dat de God tot wie Bach zijn muziek heeft gericht, dezelfde God is in wie hij zelf hartstochtelijk gelooft.


En ook met Masaaki Suzuki had de Schepper een plan. Het Japans-christelijke nest, de Vlaamse pater Vliegen, de oer-Hollandse orgelkunst en een roerig artiestengezin: het past allemaal in het mozaïek van zijn leven.


De Japanse calvinist: 'Alles is gepredestineerd, we hebben niets in eigen hand.'


Festival Oude Muziek


Het Festival Oude Muziek Utrecht, 's werelds grootste en belangrijkste in z'n soort, ruimt zijn 31ste editie in voor de anderhalve eeuw (1600-1750) die de muziek van Sweelinck en Bach omspant. De Japanner Masaaki Suzuki exploreert vooral de kamermuziek van Bachvoorlopers als Buxtehude en Kuhnau. Harry van der Kamp en het Gesualdo Consort Amsterdam duiken in de vocale werken van Sweelinck en tijdgenoten. Reikhalzend wordt uitgezien naar Bachs Matthäus- Passion, waarover de Vlaamse barokspecialist René Jacobs zich komt buigen. Het Festival Oude Muziek Utrecht duurt van 24 augustus tot en met 2 september. oudemuziek.nl.


CV Masaaki Suzuki

1954


geboren in de Japanse stad Kobe


1978


studeert af aan de universiteit van Tokio. Vervolgt zijn studie in Nederland bij Ton Koopman (klavecimbel), Piet Kee (orgel) en Klaas Bolt (improvisatie)


1985


organiseert in Kobe een Bachfestival


1990


richt het Bach Collegium Japan op


1995


begint aan de integrale opname van alle Bachcantates, waarvan het laatste deel in 2013 verschijnt


2005


dirigeert de Matthäus-Passion bij De Nederlandse Bachvereniging


2006


dirigeert Bachs Hohe Messe in het Amsterdamse Concertgebouw


2009


wordt gastdocent koordirectie aan de universiteit van Yale


2012


wint de Bach-Medaille van de stad Leipzig


De cd's van Masaaki Suzuki verschijnen op het label BIS.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden