Orde houden is het moeilijkst

'Zij-instromers', heten de mensen uit het bedrijfsleven die zich laten omscholen tot leraar. Orde houden is voor hen het belangrijkste probleem, maar als de les slaagt is de voldoening groot....

De laagstaande zon straalt in het klaslokaal van mavo-2. Trudy wil de luxaflex omlaag. Klasgenoten springen over hun bank en beginnen aan de touwtjes te rukken. Eerst omlaag. Dan omhoog. Of toch maar weer omlaag? Natuurkundeleraar Ivor de Jong trotseert het gejoel en en laat de luxaflex zakken. 'Meester, het is koud. De ramen moeten ook dicht', gillen de kinderen aan de raamkant. 'Nietes. Het is bloedheet.' De Jong zucht. 'Nu gaan we écht met de les beginnen.'

Ivor de Jong is een van de ongeveer honderd zij-instromers in het onderwijs. Dat zijn mensen uit het bedrijfsleven met een hbo- of wo-diploma die zich laten omscholen tot leraar. In het voorgezet onderwijs zijn de komende vijf jaar circa 30 duizend nieuwe docenten nodig. De lerarenopleidingen leveren nog niet de helft daarvan af. In het basisonderwijs worden de tekorten nog groter.

Het openbreken van de onderwijsarbeidsmarkt lijkt onafwendbaar. Maar het gaat niet vanzelf.

'Scholen hebben last van koudwatervrees', erkent Jan Kerkhof, voorzitter van de Initiatiefgroep Lerarentekort Amsterdam (ILA). 'Terwijl er wel hordes mensen staan te springen om voor de klas te gaan.' Een paginagrote advertentie in de Volkskrant leverde de ILA al 700 reacties op. Wie denkt dat de scholen in de rij stonden voor de geschikte kandidaten, heeft het mis. Nogal wat scholen stikken liever de moord dan dat ze buitenstaanders toelaten.

Scholen vinden de zij-instromers duur, omdat zij de helft van de opleidingskosten moeten betalen. Scholen vrezen verlies aan kwaliteit, de opleiding van de zij-instromers duurt twee in plaats vier jaar. Maar de grootste hindernis is de dreigende tweedeling in de docentenkamer door de beloningsverschillen. Wie in het bedrijfsleven méér verdiende dan het maximum-lerarensalaris, wordt vanaf dag één ingeschaald in de top. Dat geeft scheve ogen. Want een doorsnee leraar die netjes de opleiding heeft afgerond, bereikt die top pas na twintig jaar. De ingezonden brieven in het blad van de onderwijsvakbond AOB spreken boekdelen: 'Foei hoofdbestuur, dat u zich neerlegt bij deze ongelijke en oneerlijke salariëring.'

Fred Bommels, directeur van de Da Vinci-school, een Amsterdamse basisschool, kent de bezwaren. 'Je kunt niet willen eten, maar op een gegeven moment krijg je honger en dan zul je wel moeten.' Bommels is juist in zijn nopjes met de zij-instromer die hij onlangs heeft aangenomen, de ex-stewardess Tineke Huisman. 'Zo iemand van buiten brengt ook een fris geluid in je team. En niet te vergeten: slagvaardigheid. Dat kunnen we best gebruiken in het onderwijs.'

Voor Huisman ging een droom in vervulling toen ze op internet las dat ze zich in twee jaar kon omscholen tot leerkracht - in combinatie met een betaalde baan voor de klas. 'Vliegen is natuurlijk heel leuk, om niet te zeggen verslavend. Het is nooit saai. Maar de mensen worden steeds veeleisender. En je hebt toch maar weinig écht contact met het publiek.'

Huisman vindt haar nieuwe leven 'helemaal te gek'. 'Kinderen geven je al hun vertrouwen, komen regelmatig met je knuffelen. Dat is heel bijzonder om mee te maken. Soms zou ik ze allemaal wel mee naar huis willen nemen. Vooral de kinderen die thuis niet zoveel aandacht krijgen.'

'Ja juf, er zat een deuk in mijn wekker', zegt Johnny (6) als hij een uur te laat de klas binnenstapt. Tineke: 'Een wat?' 'Het glas van de wekker was kapot en de wijzer zat scheef en nou ben ik dus een uur te laat', legt Johnny de juf geduldig uit. Huisman: 'Jammer, je hebt heel wat gemist.' Beau: 'Oh ja? Wat dan?' De juf schiet in de lach. 'Maar morgen op tijd komen, hè', zegt ze nadrukkelijk, want Johnny komt vrijwel elke dag te laat.

Orde houden is het grootste probleem voor de zij-instromers, ook in het basisonderwijs. 'In de bovenbouw moet je stevig in je schoenen staan', vindt Huisman. 'Maar ook in groep drie zitten al kinderen die je heel streng moet aanpakken. En dan is het de kunst de juiste balans te vinden. Want andere kinderen schrikken als ik erg streng ben. Dan komen ze na afloop naar me toe. Of ik de volgende keer wat minder streng wil zijn.'

Zij-instromers komen uit alle geledingen van het bedrijfsleven. Koks, hulpverleners, mensen met een conservatoriumopleiding, energie-experts, werktuigbouwkundigen. Als hts'er droomde Gavin Kronig nog van een baan op een booreiland. 'Lekker stoer werk', licht hij toe. Maar na een korte stage op verschillende booreilanden had hij het wel gezien. 'De zee ziet er overal hetzelfde uit.' De laatste twee jaar was hij technisch verkoper van pompen en afsluiters. 'Maar ik dacht nou niet: Goh, wat leuk in het bedrijfsleven. Ik werd echt overvallen door de debiteuren-crediteuren atmosfeer.'

Nu geeft hij scheikundeles op een mavo/vbo afdeling van een scholengemeenschap in de Amsterdamse Watergraafsmeer. 'Ik heb tien klassen met 250 leerlingen die ik coach en train', zegt hij niet zonder trots. 'In het bedrijfsleven moet je tien jaar wachten voordat je zoveel verantwoordelijkheid krijgt.' De sfeer op school omschrijft hij als een 'geregelde chaos'. 'Heel wat creatiever en inspirender dan wat ik in het bedrijfsleven heb meegemaakt.'

Gemakkelijk vinden de zij-instromers hun nieuwe leven niet. 'Die kinderen zitten nu eenmaal in hun puberteit. Ze zijn absoluut niet gemotiveerd', weet Kronig. 'Ze zijn met vriendjes en vriendinnetjes bezig. Relaties en seksualiteit. Maar beslist niet met natuurkunde', grijnst Ivor de Jong, die in een vorig leven arbo- en milieucoördinator was bij het energiebedrijf Westland Energie. Het eerste dat hem opviel, was dat pubers zich hooguit tien à vijftien minuten op een ding kunnen concentreren. 'Het vergt enorm veel inventiviteit en creativiteit elk kwartier weer wat nieuws te bedenken. En dat is toch de enige manier om te voorkomen dat ze onrustig worden', vertelt De Jong, die lesgeeft op scholengemeenschap Visser 't Hooft Lyceum in Rijnsburg.

De meeste zij-instromers hebben een halve leraarsbaan. Daarnaast gaan ze een avond en een middag naar school. 'Het is hard aanpoten. Want vijftien uur lesgeven is voor een beginneling al een volledige baan, met alles wat daarbij hoort: proefjes bedenken, repetities nakijken en lessen voorbereiden', rekent De Jong voor. Hij wil een zesje halen. 'Als ik een negen haal, heb ik mijn vrouw en kinderen tekort gedaan.'

Op de opleiding leren de docenten in spe dat het tijd kost een goede docent te worden. Dat ze de ordeverstoringen van de leerlingen niet persoonlijk moeten opvatten. Dat alle beginnende leraren worden uitgetest. Dat je moet ingrijpen voordat je kwaad wordt. 'Ik speel dat ik boos ben', legt De Jong uit. 'Als ik wacht tot ik woest word, ben ik te laat.' Schreeuwen is uit den boze. Om toch volume te kweken, zonder hun stem geweld aan te doen, krijgen de zij-instromers advies van een logopedist. Gavin doet zelfs dagelijks stemoefeningen.

Terwijl De Jong een thermometer op het bord tekent, begint Manon het vlechtjeskapsel van Nicolien bij te knippen. De Jong laat ze maar eventjes, het is de laatste dag voor de vakantie. De kinderen zijn door het dolle heen. Trudy zit omgedraaid in haar bank keihard te praten. 'Trudy, hou daar mee op.' Trudy: 'Ik zit gewoon niet op de goede plek.' De Jong: 'Ik heb je al apart gezet.' Trudy: 'Ja, nou en?' Na afloop van de les rookt Trudy een sigaretje op het schoolplein. 'Wat een kutklas zijn we, hè?', zegt ze verontschuldigend. De Jong spreekt liever van een 'pittige' klas, 'maar zo erg als vandaag is het doorgaans niet.'

Ook Kronig staat er soms versteld van hoe assertief de scholieren zijn. 'Als je vraagt stil te zijn, zeggen ze doodleuk: Wij zeiden niks. En als je daartegen in gaat zeggen ze: Bewijs het maar. Heb je soms een video gemaakt?'

Maar als de scheikundeles wel lukt en alle leerlingen met zelfgemaakte tandpasta naar huis gaan, is de voldoening groot, erg groot. 'Mijn vrouw zegt dat ik 's avonds veel vermoeider thuiskom dan vroeger. Maar wel met een glimlach om mijn lippen', aldus De Jong.

Het grote gevaar dat de zij-instromers bedreigt, is gebrek aan begeleiding. 'Zonder goede begeleiding moet je er beslist niet aan beginnen', waarschuwen Kronig en De Jong.

'Anders leer je verkeerde gewoontes aan. De neiging is groot om ouderwets frontaal les te gaan geven. Zo heb je vroeger zelf ook les gehad, maar dat werkt gewoon niet meer', zegt De Jong. Hij wordt regelmatig geobserveerd door collega's die dan achterin de klas gaan zitten. 'Gelukkig maar. Want je hebt al die tips hard nodig.'

Niet overal is de begeleiding goed. Het zittende docentencorps heeft het al druk genoeg. Tineke Huisman kent zij-instromers in het basisonderwijs die voor de ouders moeten verzwijgen dat ze nog onbevoegd zijn. De angst is groot dat de status van het leraarsberoep daalt, nu er ook mensen van buiten voor de klas komen te staan.

'Die angst is niet terecht. Zolang de selectie zo scherp blijft, zie ik geen probleem', zegt basisschooldirecteur Bommels. 'Maar zij-instromers vormen een beperkte oplossing voor het lerarentekort. We mogen niet de eisen verlagen om overal alle gaten te dichten.' De Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) schat dat in 2009 nog maar 30 procent van de leraren basisonderwijs de gewone route via de pabo heeft gevolgd.

Voor de meeste zij-instromers is het onderwijs een roeping waaraan ze met een beetje vertraging alsnog gehoor geven. 'Je moet een beetje gek zijn om leraar te worden', vindt De Jong. 'Anders kruip je niet op vrije zaterdag in alle vroegte in een bus naar Duitsland om een middagje met de klas te skiën en daarna weer vijf uur in de bus terug te zitten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden