Nieuws Oranjekunst

Oranjekunst wisselt met veel geheimzinnigheid van eigenaar

Weer is er ophef over kunstverkopen door de Oranjes. NRC onthulde dat het Rijk in de jaren tachtig voor miljoenen van de Oranjes heeft gekocht, maar dat dit geen openbaar kunstbezit is geworden. Alles staat nog bij koning Willem-Alexander in het paleis.

De 17de-eeuwse Chinese dekselpot van prinses Christina die vorige week is geveild en gekocht door het Gemeentemuseum Den Haag. De pot is vanaf 21 maart in het museum te zien.

De kunstcollectie van de Oranjes is geen rustig bezit. Opnieuw zijn vragen gerezen over welke stukken privé zijn en welke eigendom van het Rijk, en dus voor het publiek toegankelijk zouden moeten zijn. NRC Next schreef vrijdag dat de overheid in de jaren tachtig ‘paleisgebonden’ cultuurgoederen, zoals antieke meubels, uit onder andere Huis ten Bosch heeft aangekocht. Daarmee zijn ze nationaal bezit geworden. Maar het woonpaleis van koning Willem-Alexander en zijn gezin is niet te bezichtigen.

Om hoeveel ‘roerende goederen’ het gaat en welke bedragen ermee zijn gemoeid, is onduidelijk. Er is indertijd geen ruchtbaarheid aan gegeven. Het Rijk heeft de waardevolle stukken overgenomen om ze ‘op lange termijn’ voor Nederland te behouden, liet het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de krant in een reactie weten. Met andere woorden: anders zouden de Oranjes ze mogelijk hebben verkocht. Nu zijn ze nog in het paleis.

Aanstaande woensdag komen dertien kostbare tekeningen bij Sotheby’s in New York op de veiling. Ze zijn in het bezit van prinses Christina, maar ook hier is het eigendom met geheimzinnigheid omgeven. Het gaat onder meer om een kopie van een verloren gegaan werk van Leonardo da Vinci, tot begin deze maand nog in Teylers Museum te zien, en een krijttekening van Peter Paul Rubens met een geschatte waarde van 3 miljoen dollar.

Bruikleen

De Rubens hing in de jaren tachtig in villa De Eikenhorst, waar Christina toen woonde. Tegen het tijdschrift Vorsten zei de prinses in 1986 dat zij de tekening in bruikleen had van een door haar moeder opgerichte stichting. Koningin Juliana richtte diverse stichtingen op om haar kunstbezit bij elkaar te houden, maar ook een stichting waaruit haar dochters Irene, Margriet en Christina – die anders dan Beatrix geen uitkering van de staat kregen – een inkomen ontvingen.

Volgens premier Mark Rutte, in antwoord op Kamervragen van D66-Kamerlid Salima Belhaj, is de veiling ‘een privékwestie’. Het eigendom van de tekening gaat terug tot de collectie van koning Willem II en koningin Anna Paulowna. Belhaj heeft donderdag opnieuw vragen gesteld, omdat onduidelijk is gebleven in welke stichting het kunstwerk dan zou zijn ondergebracht. Juliana overleed in 2004 en liet haar bezit aan haar vier dochters na. De omvang ervan is niet bekend. Een onafhankelijke commissie stelde twee jaar geleden vast dat zij rond 1970 een vermogen (aandelen, onroerend- en roerend goed) had van 80 miljoen gulden. Dat zou bij een normale waardeontwikkeling nu een veelvoud in euro’s zijn.

Vorige week bracht het eerste deel van de ‘Royal & Noble’-veiling in Londen ruim 30 duizend euro op. Het Gemeentemuseum in Den Haag kocht een 17de eeuwse Chinese dekselpot ter waarde van zo’n 8 duizend euro, die eigendom is geweest van Anna Paulowna. De pot wordt vanaf 21 maart tentoongesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden