Oranjegekte voor geglobaliseerde spelers

Elke week op VKGeschiedenis: een column over het actuele verleden. Vandaag een terugblik op de Oranjegekte door Willem de Bruin.

Voetbal is niet alleen in Nederland de belangrijkste bijzaak in het leven. Het tonen van vreugde of verdriet na een gewonnen of verloren wedstrijd is een universeel verschijnsel, al lijken wij in Nederland wel erg veel moeite te hebben maat te houden. Buitenlanders hebben het zich al vaker afgevraagd: hoe kan het dat een volk dat prat gaat op zijn nuchterheid en doorgaans wars is van nationalistisch vertoon, als het om de nationale voetbalploeg gaat zich zo laat gaan? Beschaafde omgangsvormen en vertoon van goede smaak zijn toch al niet de meest in het oogspringende eigenschappen van Nederlanders, wanneer het om Oranje gaat, is de bodem snel bereikt.


Eén verklaring is dat de oranjegekte niet meer is dan het woord suggereert: een hype, een product van onze vergaand vercommercialiseerde massacultuur, waarin we van het ene spektakel naar het andere hollen. Hoe groter hoe beter. De steun voor Oranje wordt omwille van de commercie ten onrechte uitvergroot en in verband gebracht met een dieper liggende behoefte uitdrukking te geven aan allerlei nationalistische gevoelens. Oranje verkoopt en dat is het. Nog een paar dagen en het is allemaal weer voorbij. Dat was in 1974 en 1988 tenslotte niet anders.

Het is een verklaring die niet per se in strijd is met de stelling dat de massa bij de huldiging van het Nederlands elftal nooit in die omvang op de been had kunnen worden gebracht als niet ook sprake was van een sluimerend verlangen ons op een positieve manier met Nederland te kunnen identificeren. Na het chagrijn van de afgelopen jaren willen we ons ook wel weer eens ergens aan kunnen optrekken.

Er valt tot op zekere hoogte een vergelijking te trekken met de 19de eeuw, toen nationalistische gevoelens in heel Europa opgeld deden. De stemming in Nederland was toen ook in mineur. Na de Napoleontische tijd moest Nederland zich als het ware opnieuw uitvinden. Van een republiek was het een monarchie geworden, van een federatie een eenheidsstaat. De onzekerheid over de toekomst was groot. Van een grote mogendheid was Nederland gereduceerd tot een klein land, ook al bezat het nog aanzienlijke koloniën. De afscheiding van België maakte het nog erger. Het vergrootte de behoefte de Nederlandse identiteit opnieuw te formuleren en aan voorbeelden waaraan de natie zich kon optrekken.

Er wordt wel eens gezegd dat voetbal een substituut is voor oorlog, in die tijd waren oorlogen bij uitstek geschikt om als nationaal bindmiddel te fungeren. In dit geval vervulden vooral de ‘pacificatie’ van Atjeh en het verzet van de Boeren in Zuid-Afrika - afstammelingen van de Nederlandse kolonisten - tegen de Britten die functie.

Het is bij nationalistische oprispingen gebleven. Voor een diep geworteld nationaal zelfbewustzijn was de onderliggende verdeeldheid te groot. Mede om die reden kreeg de NSB later nooit echt een voet aan de grond. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het nationalisme pas goed besmet. Van de weeromstuit werd Nederland een enthousiast aanhanger van de Europese gedachte en leek de politieke elite bereid de onafhankelijkheid daarvoor verregaand op te offeren.

Inmiddels heeft de wal het schip gekeerd. Opnieuw heerst onzekerheid over de Nederlandse identiteit. Het idee van nationale burgers Europese burgers te kunnen maken, is een illusie gebleken. Ondertussen worden steeds meer nationale symbolen in de uitverkoop gedaan. Het wrokkige nationalisme dat Wilders propageert, vergroot slechts de verdeeldheid in plaats van dat het verenigt. Wat rest als bindmiddel zijn vorst en voetbal. Nederland speelt niet voor niets in het oranje.


Hier stuiten we op een paradox. Het basiselftal dat in 1974 in de finale tegen Duitsland speelde, bestond nog vrijwel volledig uit voetballers die bij Nederlandse clubs - voorop Ajax - speelden. Alleen Cruijff en Rensenbrink voetbalden toen al in het buitenland. De afgelopen weken keken we naar de verrichtingen van voetballers die weliswaar in het oranje waren getooid, maar die in de basisopstelling van Van Marwijk op drie na (Stekelenburg, Van der Wiel, Van Bronckhorst) allemaal in het buitenland spelen. Hoezeer de spelers zich dinsdag de huldeblijken ook lieten aanleunen, voor loyaliteit aan club of land is in het moderne door geld beheerste voetbal al lang geen plaats meer.

Als geen andere beroepsgroep symboliseren profvoetballers de globalisering waartegen zich nu juist een belangrijk deel van de binnenlandse onvrede richt. Een WK voor landenteams wordt daardoor steeds meer een anachronisme. Nog altijd leuk om naar te kijken, maar aan onze problemen zal Oranje weinig veranderen.

Willem de Bruin is medewerker van de Volkskrant

De huldiging van Oranje in Amsterdam (ANP) Beeld
De huldiging van Oranje in Amsterdam (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden