Oranje is een uniek elftal, voor wat betreft de cijfers

Het Nederlandse elftal kan dinsdagavond tegen Roemenië de volgende stap richting het WK in Brazilië (2014) zetten.

Geen enkel land in Europa nadert het WK zo geruisloos en eenvoudig als Nederland: 5 wedstrijden gespeeld, 15 punten, 16 doelpunten gemaakt, 2 tegen, 5 punten voorsprong op Hongarije en op Roemenië, de tegenstander van dinsdag in Amsterdam. De rode loper naar Brazilië ligt uit, terwijl pas de helft van de kwalificatieroute is afgelegd.


Op het spel valt overigens best wat aan te merken. Doelman Vermeer oogde vrijdag tegen Estland soms onzeker, de defensie bouwde te traag op, middenvelder De Guzman ondervond dat Oranje iets anders is dan Swansea, aanvoerder Sneijder raakte snel geblesseerd en werd in de selectie vervangen door Maher en de vleugelaanvallers Robben en Lens hadden weinig inbreng.


Robben 'rebelleerde' bovendien tegen de opdrachten van bondscoach Van Gaal door te lang op de rechtervleugel te vertoeven. Breed spelen bleek daarnaast opnieuw makkelijker dan diep. Maar op het tussenrapport van Van Gaal is daarvan allemaal niets terug te zien.


Geen land doet dat Nederland dus na, waarbij aangetekend dat de balans van de Russen eender is, mochten zij het door sneeuwval afgelaste duel met Noord-Ierland in Belfast winnen. Andere toplanden hebben het relatief moeilijk. Engeland speelt dinsdag de cruciale uitwedstrijd tegen koploper Montenegro. Wereldkampioen Spanje moet in Frankrijk winnen om de tweede plaats te ontlopen. België, met zijn naar oogsten verlangende generatie toppers, riskeert in de groep met Kroatië te belanden op de tweede plaats. Ook Portugal is nog lang geen WK-deelnemer.


De tweede plaats in de groep biedt de ontsnappingsroute naar Brazilië via een play-off, waarvoor de acht bes-te nummers twee van de negen Europese groepen zich plaatsen. In zoverre zijn kwalificaties eenvoudiger geworden ten opzichte van voor 1998, door het uitbreiden van het deelnemersveld naar 32 en het toekennen aan Europa van liefst 13 startplaatsen.


Dat neemt niet weg dat Oranje zich de laatste jaren opvallend eenvoudig kwalificeert voor het WK (en ook voor het EK, trouwens). Dat proces begon in 2004 onder bondscoach Marco van Basten, uitgerekend op het moment dat menigeen verwachtte dat moeilijke tijden zouden aanbreken na het afscheid van grootheden als Stam, Frank de Boer en Davids. Sindsdien, met na Van Basten bondscoach Van Marwijk, is menig record gebroken. Zo bereikte Nederland de WK-finale van 2010 en, in augustus 2011, de eerste plaats op de wereldranglijst.


In het duel met Estland passeerde het elftal de duizend minuten kwalificatievoetbal voor het WK zonder tegentreffer, in thuisduels. Ruim elf wedstrijden dus. Dat is indrukwekkend, waarbij enige relativering op zijn plaats is. Na de treffer van de Fin Tainio in de veertiende minuut van Nederland - Finland, op 13 oktober 2004, wisten achtereenvolgens Armenië, Roemenië, Andorra, Macedonië, IJsland, Schotland, weer Macedonië, Noorwegen, Turkije, opnieuw Andorra en Estland geen doelpunt te maken op Nederlandse bodem.


Die reeks van opponenten toont dat de WK-groep nooit heel moeilijk was, met tegenstanders van de tweede of derde garnituur. Dat is niet alleen een kwestie van een gunstige loting. Door de voortdurend hoge positie op de wereldranglijst zijn de tegenstanders op papier sowieso minder.


Anderzijds zegt de toppositie in groep D ook iets over de basis van het nationale voetbal, over de vrijwel voortdurende aanvoer van talent bijvoorbeeld. De rol van het clubvoetbal mag internationaal gezien onder druk staan, het verval is nooit zo groot dankzij de gedegen opleiding en de kansen die talenten krijgen bij topclubs.


Daarbij is van belang dat de 'oudere', ervaren spelers de jeugd meenemen naar een aanvaardbaar niveau. Dat lukt lang niet altijd, maar toch spelen bijvoorbeeld Robin van Persie, Wesley Sneijder, Arjen Robben en Rafael van der Vaart straks mogelijk hun derde WK, na de toernooien van 2006 en 2010.


Hoe bijzonder dat is, blijkt uit de status van honderden andere internationals. Slechts één voetballer kwam uit op drie WK's: veelvuldig reserve Aron Winter, in 1990, 1994 en 1998. Ook Ooijer, Van der Sar en Van Bronckhorst behoorden op drie WK's tot de selectie, maar ze voetbalden slechts bij twee edities.


Van der Vaart speelt dinsdag normaliter zijn 105de interland. Hij hoeft alleen nog Van der Sar (130), Frank de Boer (112) en Van Bronckhorst (106) voor zich te dulden. Het spel van het Nederlands elftal kan dan wel beter, qua cijfers valt er weinig op Oranje aan te merken. Willem Vissers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden