Orang-oetan zit bijna zonder bos

Door de politieke onrust sneuvelen de bossen in Indonesië in versneld tempo, ten koste van dieren als de orang-oetan. Tijd voor harde zakelijkheid in het natuurbehoud, vindt onderzoeker ir....

IN ZIJN huis zestig kilometer buiten de hoofdstad merkt ecoloog en natuurbeschermer ir. Erik Meijaard persoonlijk weinig van de chaos in Indonesië. Zijn gezin mijdt winkelcentra en bankgebouwen 'voor het geval er weer een bom afgaat', maar daar blijft het eigenlijk bij.

Voor zijn werkgebied ligt dat anders. Achteraf, zegt hij, was het dictatoriale presidentschap van Soeharto toch wel ergens goed voor. Toen die nog aan de macht was, werden de Indonesische bossen weliswaar geplunderd, maar niet door iederéén en niet in het razende tempo van vandaag. Sinds het centrale gezag in de Indonesische archipel drie jaar geleden wegviel, heerst er ook anarchie in de bossen en nationale parken. De houthakkers rukken op. Natuurbeschermers zien het leefgebied van grote zoogdieren als de orang-oetan voor hun neus verdwijnen.

Meijaard werkt sinds 1992 in Indonesië, aanvankelijk in dienst van het Wereldnatuurfonds (WWF), maar later als zelfstandig onderzoeker naar grote zoogdieren waaronder de orang-oetan, de honingbeer en het javahert. Met zijn Nederlandse collega-bioloog dr. Herman Rijksen publiceerde hij in 1997 het boek Our Vanishing Relative over de teloorgang van de mensaap, die alleen nog op Borneo en Sumatra voorkomt en die het onder de huidige omstandigheden vrijwel zeker tegen de mens zal afleggen.

Volgens het boek is het rond 2020 gedaan met het leefgebied van de mensapen. Jaarlijks ging in Indonesië tussen 1985 en 1997 17 duizend vierkante kilometer laaglandbos verloren aan de houtkap. Maar inmiddels is dat 20 tot 22 duizend vierkante kilometer. 'De bossen met de grootste biodiversiteit hebben helaas ook de hoogste economische waarde. In het huidige tempo zal rond 2010 op Kalimantan (Borneo) vrijwel al dit bos zijn verdwenen en daarmee het belangrijkste leefgebied van de orang-oetan.'

Eigenlijk kent Meijaard niet één Indonesisch natuurgebied waar het goed gaat. In alle nationale parken waar grote populaties mensapen zitten, is het mis. Angst en respect voor de autoriteiten zijn verdwenen. 'Iedereen is als een dolle bos aan het plat slaan. Het nationale park Kutai in het oosten van Kalimantan is al vrijwel van de kaart geveegd. Sinds de grote bosbranden van 1998 is alle bescherming daar weggevallen. De mensen rukken op van alle kanten en je kunt zelfs delen van het park kopen. Niet legaal, weliswaar, maar toch. Men is druk bezig het bos te exploiteren.'

Ook nationaal park Tanjung Puting in Centraal Kalimantan is het toneel van heftige activiteiten. Er staan bomen op de grond en er zit goud onder. Een lokale bestuurder verdient maandelijks anderhalf miljoen dollar aan de heffing van een zelf geheven belasting op illegaal gekapt hout. 'De populatie orang-oetans daar werd drie jaar geleden geschat op tweeduizend. Dat zijn er nu waarschijnlijk al flink wat minder.'

Een vergelijkbaar verhaal speelt in West-Kalimantan in het Gunung Palung-gebied. Afgelopen week kreeg Meijaard van Amerikaanse onderzoekscollega's een e-mail met het bericht dat ze waren weggepest door de lokale bevolking. Hun onderzoekskamp was in brand gestoken en er werden kwaadaardige geruchten verspreid, vrijwel zeker door een stroman van een Maleisische houthandelaar die er zijn slag wil slaan.

De zaak op Sumatra ligt iets positiever, besluit Meijaard zijn sombere overzicht, maar dat komt vooral door de grootte van het Gunung Leuser-natuurreservaat. Een nationaal park van tweeeneenhalf miljoen hectare groot is minder snel te vernielen. Ook wordt er iets meer in natuurbescherming geïnvesteerd.

De vele natuurbeschermingsorganisaties die werkzaam zijn in Indonesië, hebben op deze ontwikkeling geen antwoord, stelt hij vast. Hun werk was altijd al moeilijk doordat bos door de meeste Indonesiërs wordt beschouwd als een economisch goed. 'Sommigen zien de voordelen van duurzaam gebruik. Maar denken in termen van vitale waterhuishouding, erosie en dergelijke komt weinig voor.'

Te begrijpen is het wel. Indonesië is een arm land en heeft zijn grondstoffen hard nodig. Maar soms heeft hij opmerkelijke discussies over de waarde van biodiversiteit. 'Waarom zou je drieduizend orang-oetans beschermen wanneer je een groepje van driehonderd kunt laten rouleren, vroeg laatst iemand. Het bos wordt vaak gezien als een veredelde dierentuin.'

Meijaard werkte aan een project van het Wereldnatuurfonds dat zich, netjes volgens de laatste inzichten op ontwikkelingsgebied, concentreerde op medewerking van de lokale bevolking. In Afrika is die aanpak met enig succes toegepast, maar dat betekent volgens hem niet dat het ook in Indonesië zal werken. Wie de wensen van de lokale bevolking zwaar laat wegen, houdt soms namelijk geen bos meer over.

Zo bleek in het Kayan-Mentarang National Park na vele jaren overleg dat een flink deel van die bevolking juist liever niet in een park wilde wonen. Men gaf er de voorkeur aan enkele honderdduizenden hectare te kappen om er oliepalmen te planten of een andere plantage neer te zetten. Voor ontwikkelingsorganisaties is die keuze een dilemma, maar voor een organsiatie die geacht wordt de natuur te beschermen, ligt het volgens Meijaard eenvoudiger.

'Het teruggeven aan de plaatselijke bevolking van een natuurgebied dat rijk is aan biodiversiteit, kun je niet vertalen in natuurbescherming. Je moet een oplossing vinden waar zowel de biodiversiteit als de bevolking iets aan heeft. Dat is niet gemakkelijk, maar het mag niet betekenen dat je de hele boel dan maar opgeeft.'

Alternatieve oplossingen kosten veel geld en vergen ook een veel zakelijker aanpak dan momenteel gebruikelijk is, zegt hij. Dat inzicht is de afgelopen acht jaar gegroeid. 'Je zou natuurbescherming moeten behandelen als een zakelijke transactie. Ga rond de tafel zitten en spreek af wat je de komende vijf jaar wilt bereiken. Daar moet een flinke som geld tegenover staan. Stel tussentijdse doelen. Ontbindt de transactie wanneer de tegenpartij zich er niet aan houdt. Maar ga dan ook echt wég, en laat zien dat het menens is. Het beschermen van het regenwoud is geen liefdadigheid.'

Het Werelnatuurfonds deelt de zorgen van Meijaard en bevestigt dat het de laatste jaren snel bergafwaarts gaat met de natuurgebieden. 'Het is de combinatie van de Azië-crisis en de politieke en sociale toestand', zegt de WWF-woordvoerster. Maar voorlopig zit er volgens haar weinig anders op dan te blijven samenwerken met de lokale bevolking.

Door de versnippering van de macht worden lokale overheden in Indonesië juist weer belangrijker, merkt de organisatie. 'Vroeger hadden we te maken met één dictator maar nu heeft elk regio er een. En die begint meestal met activiteiten die direct economisch voordeel opleveren. We kunnen dat niet veranderen; hoogstens op kleine schaal laten zien hoe het anders kan. En dan hopen dat het voorbeeld wordt nagevolgd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden