Opzij, Romeinse schrijvers, opzij

Met de Aeneis gaf Vergilius (70-19 v. Chr) de Romeinen een epos dat de grootse roeping van het Romeinse Rijk benadrukte.Het is een wonderlijk gedicht, maar het hakt er wel in....

Kunst en macht vormen een ongemakkelijk koppel. Michael Moore, Bruce Springsteen en Philip Roth hebben de afgelopen jaren meer of minder expliciet kritiek geleverd op de politieke ontwikkelingen in hun land, waarschijnlijk zonder daarmee de loop van de geschiedenis te beïnvloeden. Zouden er ook kunstenaars zijn die met volle overtuiging het rampzalige bewind van George W. Bush hebben bewierookt? Het ligt niet voor de hand, aangezien kunst die zichzelf serieus neemt, onafhankelijk is. De dichter, de muzikant en de filmer staan principieel aan de zijlijn. Zij vormen het geweten van de natie.

Aan het begin van het derde boek van zijn Georgica, een magistraal leerdicht over landbouw en de precaire positie van de mens in het ondermaanse, schrijft Vergilius (70-19 v. Chr.) dat hij de Muzen vanuit Griekenland naar zijn geboorteplaats Mantua zal brengen, waar hij een tempel voor hen gaat bouwen. In dat heiligdom komt een beeld van Octavianus te staan, die het middelpunt zal vormen van feestelijke rituelen en enthousiast eerbetoon. Deze verbijsterende regels worden veelal opgevat als aankondiging van het epos dat Vergilius wil gaan schrijven voor de nieuwe machthebber, die twee jaar na verschijning van de Georgica de titel ‘Augustus’ (verhevene) zal krijgen.

Het zit niet lekker, dit ronkende fragment in een verder zo subtiel gedicht. Heeft Vergilius zijn ziel verkocht aan aan de geniale despoot, die hij enkele jaren eerder al, in zijn eerste herdersgedicht, als god had aangeduid? Staat zijn dichterschap voortaan in dienst van de verse dictatuur?

Vergilius heeft er ongetwijfeld wakker van gelegen. Als beschermeling van de hoge heren, maar vooral door zijn ervaringen in de gruwelijke burgeroorlogen kon hij niet anders dan diepe opluchting voelen bij het herstel van law and order. Inmiddels had hij de reputatie de grootste dichter van zijn generatie te zijn, hetgeen een zware verantwoordelijkheid op zijn schouders legde. Wilde hij de stem van het tijdsgewricht zijn, dan kon hij niet heen om de humanitaire puinhopen die de machtswisselingen van de laatste twintig jaar hadden aangericht. Paste daarbij een lofdicht op een briljante maar rücksichtslose keizer?

Toen Vergilius aan zijn Aeneis begon te werken, begreep hij dat hij het anders moest aanpakken. Het epos zou niet over Augustus gaan, maar over de stamvader van de Romeinen, die vele eeuwen eerder uit het brandende Troje was ontsnapt en na een moeizame reis in Italië was gearriveerd, waar hij opnieuw een slopende oorlog moest uitvechten voor hij zich er blijvend kon vestigen.

Aeneas zou symbool staan voor de trauma’s en het doorzettingsvermogen van Vergilius’ verscheurde, maar ondanks alles oppermachtige volk. ‘Tantae molis erat Romanam condere gentem’, zo luidt een van de programmatische regels uit het eerste boek: ‘Zo’n zware opdracht was het de Romeinse staat te stichten.’

De Aeneis is een vreemd gedicht geworden. Het is moeilijk ervan te houden, maar het hakt er wel in. Twaalf boeken telt het epos, waarvan de eerste helft gemodelleerd is naar de Odyssee en de laatste zes boeken een kleine Ilias vormen. Dat maakt het meteen tot een hybride geheel, enerzijds omdat beide Griekse epen volstrekt verschillend van sfeer zijn, anderzijds omdat het een opzichtig gekunsteld amalgaam van Griekse en Romeinse elementen is geworden. Als je de Aeneis gaat lezen moet je iedere gedachte aan natuurgetrouwe personages of landschappen laten varen, anders kom je van een koude kermis thuis. Aeneas, Dido en Turnus behoren niet tot de wereld die u en ik bewonen, maar tot het universum van de literatuur.

Aeneas is in het begin een wat aarzelende Odysseus die zich met minder raffinement dan zijn literaire voorbeeld, maar met aanzienlijk meer verantwoordelijkheidsgevoel door de beproevingen tracht heen te slaan. In Carthago, waar hij door Dido wordt opgevangen, gedraagt hij zich als Jason, de onsympathieke held uit de Argonautica van Apollonius van Rhodos. En eenmaal in Latium ontpopt hij zich als het bloeddorstig evenbeeld van zijn voormalige aartsvijand Achilles. Dido is een frisse Nausicaä en een moederlijke Penelope, maar ontwikkelt zich in het vierde boek ook tot een wraakzuchtige Medea. En Turnus, Aeneas’ Italische tegenstander in de tweede helft van het epos, vervult er de rol van Hector, die bij Troje afgeslacht werd door Achilles.

De eerste lezers van Vergilius hadden al die bronnen paraat en moeten met plezier, verbazing en bevreemding hebben gezien hoe de dichter ze imiteerde en naar zijn hand zette. In de tijd dat Vergilius met het werk bezig was gonsde het in Rome al van de geruchten dat er iets heel bijzonders in de maak was. Propertius, die net als Vergilius en Horatius tot de literaire kring van Maecenas behoorde, schreef opgewonden: ‘Opzij, Romeinse schrijvers, Grieken, ga opzij: / iets groters dan de Ilias wordt geboren!’ Met de Aeneis gaf Vergilius de Romeinen voor het eerst een epos dat zich ontworstelde aan de slagschaduw van Homerus.

Het is dus een mythologisch gedicht geworden, met homerische mensen en goden, maar in tal van passages wordt impliciet of expliciet duidelijk gemaakt dat het ook over Rome gaat, over de roemrijke en allengs grimmiger geschiedenis van het Romeinse Rijk, en over de zegeningen van het nieuwe bewind. De Aeneis moge somber en veelstemmig zijn, de ideologie van het Romeinse imperialisme wordt niet onderuitgehaald. In het zesde boek spreekt Aeneas’ vader Anchises in de onderwereld deze beruchte woorden:

Anderen, denk ik, hebben meer talent om bronzen beelden een ziel te geven, om uit marmer levende gezichtente beitelen; of zullen beter pleiten, sterren duidenen met een stift de kringloop aan de hemel tekenen,maar jij, Romein, jouw opdracht is te heersen over volken,daar ligt jouw kunst: een vaste vorm van vrede vestigen,mild zijn voor de overwonnenen, hoogmoedigen bestraffen.

De Romein is best bereid andere culturen te tolereren, mits ze zich braaf onderwerpen. Vrede is niet iets dat je onderling overeenkomt, maar dat je als overwinnaar oplegt.

Met zijn gebeeldhouwde versregels slaagt Vergilius erin menige lezer te laten verzuchten dat, achteraf gezien, alle ellende niet voor niets is geweest. Dat is de troost, maar ook het gevaar van de Aeneis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden