Opwindend moiré in de solo’s van piano en drums

Vijay Iyer: Blood Sutra. Artists House...

Tala’s zijn lange, complexe reeksen van ritmische figuren, een van de grondstoffen voor improvisatie in de Karnatische muziek. De Indiaas-Amerikaanse pianist Vijay Iyer bouwt er zijn stukken mee op, hamerende, vaak modale vamps in continu evoluerende maatsoorten, percussief uit de toetsen geranseld. De al even vinnig meppende drummer Tyshawn Sorey slaat zijn eigen variaties, met als resultaat een opwindend moiré in de solo’s doordat twee rasters over elkaar heen schuiven.

Altsaxofonist Rudresh Mahanthappa gaat meer uit van de melodie, waarbij hij de naden tussen de noten invult met microtonale glijers, gebracht met een nasaal geluid dat doet denken aan de shenai, de Indiase hobo. Bezonken stukjes solopiano zorgen voor adempauzes, en een bewerking van Hey Joe (de Hendrix-versie) voor een atypisch hoogtepunt.

John Scofield: That’s What I Say. Verve.

‘Plays the Music of Ray Charles’: Scofield is hier eigenlijk te goed voor, maar hij voelt rhythm & blues goed aan, en doet er lekkere, hoewel wat simpele en voorspelbare dingen mee. De beste stukken zijn de instrumentale, met het orgel van Larry Goldings en de vette drums van producer Steve Jordan als ondergrond; als Fathead Newman, ex-werknemer van Brother Ray, aanschuift met zijn tenorsax, zoals op Hit the Road, Jack, wordt het extra feestelijk.

Wat emotionele kracht, bloedhete erotiek en zweterige funk betreft komen de bewerkingen nog niet tot aan de knieën van de originelen, vooral in de bijdragen van de gastvocalisten. Dr. John is zijn onverstoorbare zelf, maar Mavis Staples en Aaron Neville staan te schmieren, en John Mayer en Warren Haynes zijn blanke bluesepigonen van een onbekend merk.

Lizz Wright: Dreaming Wide Awake. Verve.

Het debuut van zangeres Lizz Wright leed nogal onder de gladstrijkerij van producer Tommy LiPuma, maar haar tweede belandde bij Craig Street, de man die Cassandra Wilson hielp haar eigen stijl te ontdekken, en dat hoor je. Veel akoestisch getokkel, wat folkrock (Neil Youngs Old Man) en vooral veel rust en helderheid.

Rauw en direct zullen haar platen wel nooit worden; het arrangement van Hit the Ground klinkt als The Band, met zijn droge klappen op de trommels, in driekwartsmaat, en de metalige gitaarlicks. Voor Wilsons bedwelmende sensualiteit is ze te koel, maar een stem heeft ze: bronzig en sonoor in het middenregister, stralend in het hoge. Haar instrument schittert in de langzame tot ontspannen kuierende songs, waaronder een paar van haarzelf waar ze zich niet voor hoeft te schamen, maar je hoopt toch steeds op wat meer betrokkenheid en minder mijmering.

Joe Zawinul & the Zawinul Syndicate: Vienna Nights.

De muziek van het Zawinul Syndicate is al jaren uitgekristalliseerd, maar vooral live blijft de onbenoembare mengeling van jazz, funk, Afrikaanse trance en filmische elektronische effecten een genot. Deze dubbel-cd is opgenomen in de Weense club van de keyboardspeler, Birdland, en staat vol bruisende sfeerstukken.

Zawinul soleert meer dan gebruikelijk, een bonus want hij is een briljant pianist, ook als hij de namaakpianonoten geestig oprekt en uitsmeert, zoals in Borges’ Buenos Aires. Hij heeft weer fantastische percussionisten, zoals Karim Ziad en Arto Tuncboyacian, en een prima zangeres, Sabine Kabongo, die helaas, enige minpuntje, in Duke Ellingtons Come Sunday de kitschmeter tot ver in het rood laat uitslaan.

Frank van Herk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden