Column

Opwarming van samenleving is nu topprioriteit

De democratie verwijlt in een onbekend niemandsland.

Deelnemers vaan een betoging tegen de komst van een asielzoekerscentrum staan tegenover de politie in Enschede. Beeld Freek van den Bergh

Onlangs had De Groene Amsterdammer een dikke special over de wereld van 2050. Welke toekomstproblemen houden ons dan uit de slaap? Bij nadere beschouwing bleek het alleen maar over groene dingen te gaan. Over de klimaatcrisis en duurzaamheid. Schuif dat vraagstuk nog maar even vijftig jaar voor je uit, had ik de Groene-redactie willen toeroepen. Want de komende decennia gaan (helaas) niet over windmolens, de zeewierrevolutie of CO2-emissies. Nee, die gaan niet over groene duurzaamheid, maar over maatschappelijke en democratische duurzaamheid. Niet de temperatuurstijging van de aarde, maar de politieke opwarming van de samenleving zal eerst en vooral onze topaandacht vergen.

De maatschappelijke erupties die momenteel rondom het vluchtelingenvraagstuk aan de oppervlakte komen, zijn een symptoom van een systeemcrisis. Ons naoorlogs politiek-democratisch stelsel hapert, piept en kraakt. Het christendom is als vooruitgangsgeloof voor het hiernamaals verdampt. Het socialisme is als vooruitgangsgeloof voor niet-rijken en niet-machtigen verdwenen. En met de liberale representatieve democratie wil het ook niet meer zo vlotten de laatste tijd. De oude integratiemechanismen - politieke partijen, vakbonden, kerken, media - staan zo'n beetje op instorten. Nieuwe integratiemechanismen en verbindingskanalen hebben we nog niet uitgevonden. De democratie verwijlt in een onbekend niemandsland. In de Bermudadriehoek tussen nationale staat, Europese Unie en ontvolkte politieke partijen.

Onze samenleving wordt dus getest op een bijzonder kwetsbaar moment. Heftige maatschappelijke ontwikkelingen als globalisering, de migratie-exodus en robotisering raken een politiek-maatschappelijk bestel dat van zijn ankers is losgeslagen. Het sociaal contract tussen burger, politiek en overheid staat onder druk.

Dan wreekt zich dat de politiek boven-ons-gestelden avonturen aangaan,die niet langer op een vanzelfsprekend vertrouwensmandaat kunnen rekenen: de permanente versobering van de verzorgingsstaat; de afschaffing van de vaste baan in de kenniseconomie voor hoger opgeleiden; de Europese opschaling van de politiek; de multiculturalisering van de grote steden. Het levert een koers van de samenleving op waar misschien wel een meerderheid van de bevolking ongelukkig over is.

Hoe geruststellend is in dat licht het onlangs verschenen rapport Meer democratie, minder politiek? van good old Sociaal en Cultureel Planbureau? Het SCP stelt vast dat vrijwel de hele bevolking de democratie steunt, maar moeite heeft met politiek en politici. Bij het woord 'democratie' denken Nederlanders vooral aan 'vrijheid van meningsuiting' en 'een vrij land' en aan een manier om besluiten te nemen ('stemrecht' en 'vrije verkiezingen'). Over de politiek-praktische invulling van de democratie is men een stuk minder tevreden.

Dat kan men afdoen als cliché-democratiekritiek, maar voor de kenners van het boek Contesting Democracy van Princeton-geleerde Jan-Werner Müller zijn dit niet direct geruststellende geluiden. Müller laat zien hoe fel liberalen, communisten, fascisten en sociaal-democraten in het interbellum streden om de definitie en afbakening van het democratiebegrip. Onder invloed van de horror van communisme en nationaal-socialisme, is na de Tweede Wereldoorlog een democratische rechtsorde ontstaan, waarin 'de stem van de volksmassa' werd gematigd en ingesnoerd door een representatief filter en door liberale rechtstaat-beginselen. Die elitair-constitutionele ordening stond eerst in de jaren zestig onder druk van progressieve sociale bewegingen, maar is in deze tijd het aanvalsobject van steeds succesvoller nationaal-populistische bewegingen. Dit alles is niet zonder risico.

De democratie heeft twee Achilleshielen. Zij is uitermate kwetsbaar voor kritiek op representatie en responsiviteit, voor de kritiek dat de elite der bestuurders niet langer de bestuurden vertegenwoordigen, maar vooral zichzelf. In een meritocratische standenmaatschappij is dat oppassen geblazen. Verder is een democratie kwetsbaar op haar prestaties. Verdeeldheid en krachteloze compromissen kunnen de roep om een sterke, autoritaire leider ontketenen.

Het is dan ook zaak voor de gematigde krachten van het midden zich opnieuw uit te vinden om de segregatie en fragmentatie in de samenleving af te stoppen. Onze democratie schreeuwt om verbindingen tussen de nieuwe zuilen van hoger- en lager opgeleiden, en oude en nieuwe Nederlanders. Het lijkt me sterk dat zeewier die nieuwe verbindingen tot stand gaat brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden