Opvolging van Kok kan veel democratischer

Koks opvolging is een gruwel voor wie het primaat van de politiek, democratische besluitvorming en doorzichtige procedures een warm hart toedraagt, vindt Joris Cammelbeeck....

Partir, c'est mourir un peu. Dat geldt zeker in de politiek waar het lot van leiders bij uitstek verknoopt is met het electorale wel en wee van hun partij. Talrijk zijn de voorbeelden van leiders die de tekenen des tijds niet verstonden en hun partij, hun land en zichzelf te laat een dienst bewezen en pas opstapten na een zwakke kroonprins of tussenpaus te hebben aangewezen. Of er ontstond na hun vertrek een chaotisch gevecht over het leiderschap.

Bondskanselier en CDU-leider Helmut Kohl, de Spaanse PSOE-leider Felipe Gonzalez en de Britse Tory-leider Margaret Thatcher zijn enkele voorbeelden van politici die gingen geloven in hun onmisbaarheid. Met als gevolg dat hun partijen na hun last post in een diepe crisis raakten, voor zover zij daar al niet in verkeerden. Wat op zich al een reden was voor de partijleiding om op hun vertrek aan te dringen.

De vraag is of er betere en ook democratischer procedures denkbaar zijn voor een wisseling van wacht en macht. Het antwoord volgt uit een analyse van de rol van partijen aan het begin van de 21e eeuw. Toen die nog konden rekenen op een min of meer trouwe aanhang, hoge opkomst bij verkiezingen en loyale media was het wisselen van leidsman een betrekkelijk autistische aangelegenheid. Partijen recruteerden kader, hielden congressen, schreven partijprogramma's en voerden verkiezingscampagnes. Meningsverschillen over ideologie, koers en stemgedrag in het parlement werden vooral met het oog op vervreemding van de eigen zuil en achterban opgelost. Het machts woord van de leider en de fractiediscipline deden de rest.

Naarmate de burger mondiger werd, is de rol van partijen en dus van politieke leiders ingrijpend veranderd. In het begrip 'toeschouwersdemocratie' probeert politicoloog Jos de Beus die verandering te vangen. Het komt er in het kort op neer dat partijen minder aan politiek, maar vooral aan beleid zijn gaan doen. Zij mobiliseren hun achterban niet meer en het kader bepaalt de strategie in een voortdurende zoektocht naar draagvlak en kiezers. 'De leider kneedt de partij tot zijn voertuig met als voornaamste doel de zwevende kiezer', aldus De Beus. Met als oorzaak en gevolg een tanend ledental en minder participatiemogelijkheden voor de resterende leden.

En dat betekent dat bij het vervangen van de leider, een exclusieve taak van partijen, meer dan ooit een blik over de schouder naar de kiezer wordt geworpen. Waarbij dan vooral op zijn aantrekkelijkheid als stemmentrekker wordt gelet.

Die evolutie van verzuilde programmapartijen naar campagnepartijen naar Amerikaans model heeft de wisseling van leider gecompliceerd. Hij moet verscheidene meesters dienen op het gevaar af op een of meer fronten te falen. Want terwijl de politieke leider vroeger het symbool van eenheid en herkenbaarheid van beleid moest zijn en daarop door de leden werd beoordeeld, is zijn politieke leven minstens zo afhankelijk geworden van zijn succes bij de wispelturige en calculerende kiezers. Het gevolg is dat politieke leiders à la Kok en Blair controlfreaks zijn geworden die (partij)democratie vooral zien als een lastig bijkomend risico.

Voor wie het primaat van de politiek, democratische besluitvorming en doorzichtige procedures een warm hart toedraagt, is deze gang van zaken een gruwel. Met de opvolging van Kok als meest recente voorbeeld. Nee, dan de gang van zaken bij de Britse Conservatieve partij die een nieuwe leider moet kiezen, nadat William Hague was afgetreden na de desastreuze verkiezingsuitslag in mei. Van de aanvankelijk vijf kandidaten zijn er nog twee over: Kenneth Clarke en Iain Duncan Smith. En voor het eerst zal niet de fractie van de Tories uitmaken wie het leiderschap ten deel valt, maar mogen de partijleden beslissen.

Zo'n competitie tussen potentiële partijleiders, zonder tussenkomst van de spreekwoordelijke achterkamertjes, verdient verre de voorkeur boven de gang van zaken zoals die zich nu bij de PvdA ontrolt en waarbij de leden van die partij in feite niets te kiezen hebben. Na landelijke verkiezingen - verloren of niet - zou een partij tot een stemming over de zittende leider en nieuwe kandidaten kunnen overgaan. Vervolgens heeft de nieuwe of herkozen leider dan nog ampel de tijd om mogelijk ontstane breuken - zoals een onverhoopte strijd over een gevoelige kwestie (defensie, de euro, kernenergie, drugsbeleid, etc) - voor de volgende verkiezingen te lijmen. De kiezers worden daarvan wijzer en de democratie komt daarmee een stapje verder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden