Opvoedpoli's geven alvast het voorbeeld

Vanaf 2015 moeten de Bureaus Jeugdzorg werken volgens een nieuwe aanpak. Eigenlijk zoals het al bij de Opvoedpoli's gebeurt: hulpvraag in kaart brengen, behandelen, toetsen, loslaten.

'Deze moeder heeft problemen met haar 15-jarige puberzoon, die steeds agressiever en onhandelbaarder wordt. Klinkt als een opvoedvraag, maar er zit duidelijk meer achter. Zetten we er een gezinscoach op of is het meer iets voor de systeemtherapeut?'


Gz-psycholoog Gerald van Rijsewijk kijkt zijn teamleden vragend aan. 'Nee', antwoordt collega-psychologe Wanda Nijbroek, 'dan drukken we het gezin meteen een richting op terwijl we de hulpvraag nog niet goed kennen.'


Het 'verdeelteam' van de Opvoedpoli Haarlem is het erover eens: eerst een uitgebreide intake om te verkennen wat de hulpvraag is. Van Rijsewijk neemt het op zich. De Opvoedpoli, die vijf jaar geleden werd opgericht door Linda Bijl - ervaren rot 'in alle hoeken en gaten van de jeugdzorg' -, opereert zoals in 2015 de volledige jeugdhulpverlening moet werken: laagdrempelig, praktisch en georganiseerd om de hulpvraag van het gezin.


Op deze druilerige donderdagmorgen maken de orthopedagogen, gz-psychologen en klinisch psychologen de wekelijkse 'verdeelronde' van nieuwe cliënten die zijn aangemeld door huisartsen, scholen of het Centrum Jeugd & Gezin van de gemeente Bloemendaal, waar de Opvoedpoli sinds vorig jaar spreekuur houdt.


Aan een lange tafel bespreken de hulpverleners de nieuwe aanmeldingen, turend op hun laptop. Een 5-jarig meisje met gedragsproblemen op school, een 13-jarige jongen met een autistische stoornis die op geen enkele school meer welkom is, een 7-jarig meisje met woedeaanvallen thuis en ten slotte een 11-jarig meisje met signalen van meervoudige psychiatrische problematiek. 'Hier is duidelijk meer nodig dan vijf gesprekken met een gezinscoach', constateert het team. 'Tweedelijnszorg dus. Vergoedt hun zorgverzekering alles?'


De Opvoedpoli, die nu een twintigtal vestigingen in het land heeft, geldt als voorbeeld van de nieuwe aanpak van de jeugdzorg die het kabinet voor ogen heeft. Kern van die plannen is ontkokeren, ontmedicaliseren, centraliseren, de burger ondersteunen in zijn eigen netwerk en de regie teruggeven. Vanaf 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor deze hervormde jeugd- en gezinszorg, inclusief jeugd-ggz, jeugd-reclassering en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten.


De gemeente Bloemendaal is vooruitlopend op de hervorming alvast een samenwerking aangegaan met de Opvoedpoli. 'En dat bevalt heel goed', zegt beleidsmedewerker jeugd Pauline Veldkamp van de gemeente. 'Zij doen precies wat wij voor ogen hebben; korte lijnen, bij het gezin thuiskomen en direct handelen. De gemeente wil af van al die onnodige schakels en doorverwijzingen. Gewoon logisch nadenken en doen. Dat is niet alleen makkelijker voor iedereen maar ook goedkoper.'


In de huiskamer van Mirjam Verhagen in IJmuiden probeert gezinscoach Marjolijn Stomps de 4-jarige Isa af te leiden. 'Ga maar lekker verven, dan praat ik met mama.' Verhagen verzucht dat de situatie alleen maar erger wordt. Isa is hoogsensitief en heeft problemen met prikkelverwerking. Naar school gaan lukt niet omdat ze de vele prikkels niet aankan, thuis is ze moeilijk te handhaven. 'Om die intensiteit aan te pakken moet je er echt bovenop blijven zitten', adviseert Stomps. 'Blijf structuur bieden.'


Sinds Isa begin dit jaar is aangemeld door het centrum Jeugd & Gezin komt Stomps wekelijks bij het gezin om ze vaardigheden aan te leren om met Isa om te gaan. 'Je moet ouders leren te begrijpen hoe ze hun kind kunnen lezen.' Stomps begeleidt Isa ook op school en werkt samen met een zogeheten sensorisch integratie therapeut die haar leert om te gaan met prikkelverwerking. 'We hebben echt alles uit de kast gehaald, maar zorgwekkend blijft het wel.'


Stomps zegt het gezin pas los te laten als alles een plek heeft gekregen. Ondertussen is ze dag en nacht voor hen bereikbaar als er wat is. Hulpvraag in kaart brengen, behandelen, resultaat toetsen en dan loslaten. Dat is de filosofie van de Opvoedpoli.


'Klinkt simpel, maar in praktijk o zo moeilijk', weet directeur Linda Bijl na 25 jaar ervaring in het labyrint van de jeugdhulpverlening. 'De jeugdzorg heeft de hardnekkige neiging de regie af te nemen in plaats van gezinnen te helpen vanuit hun eigen kracht de boel op orde te krijgen.' Bovendien wordt door een overdaad aan protocollen en structuren de hulpvraag niet goed onderzocht en zijn hulpverleners te veel tijd kwijt met bureaucratische rompslomp. 'Instellingen redeneren niet vanuit de cliënt, maar vanuit hun aanbod en daarom stellen hulpverleners de verkeerde vragen. Dat schrikt af. Mensen zijn bang dat hun kind wordt afgepakt.'


Spookverhalen

De institutionalisering in de jeugdzorg is volledig doorgeslagen. Daar is iedereen het over eens; inclusief de Bureaus Jeugdzorg die vanaf 2015 zullen opgaan in de nieuwe gemeentelijke structuren. Wel wil Mark Bent, vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland, afrekenen met de spookverhalen over langs elkaar heen werkende hulpverleners in een gezin waar toch fatale ongelukken gebeuren. 'Een ziekenhuis kun je ook niet vergelijken met de huisarts. Soms heb je op een adres meerdere specialisten nodig.'


Jeugdzorg Nederland staat achter de zogeheten transitie naar gemeenten, maar maakt zich wel zorgen over het tempo. 'In de uitvoering zijn nog veel dingen onduidelijk. Een aantal steden experimenteert met wijkteams die straks bij de gezinnen thuiskomen. Maar wie zitten daarin? Zijn dat ambtenaren, generalisten uit de jeugdzorg of is het een multidisciplinair team van specialistische hulpverleners? Dat is een cruciale vraag want zij zijn de eersten die in aanraking komen met gezinnen. Als zij niet op tijd ingrijpen of naar professionals doorverwijzen, worden de problemen alleen maar groter.'


De vrees bestaat dat gemeenten zuinig zullen zijn met de wijkteams omdat ze op het totale budget van zo'n 3 miljard euro voor de gehele jeugdhulpverlening- en zorg straks 15 procent minder budget hebben. 'Het kan zeker efficiënter en goedkoper, maar dat vergt meer tijd', zegt Bent. En dus sluit hij ongelukken niet uit. 'Vergelijk het met de huisarts die een patiënt met een tumor niet op tijd doorverwijst. Als je er te laat bij bent, stort de boel in.'


Tijdig ingrijpen. Dat is wat gezinscoach Sandra Stufkens van de Opvoedpoli heeft kunnen doen met een 13-jarig meisje uit Bloemendaal. Het meisje ontmoette Stufkens bij het centrum Jeugd & Gezin dat haar meteen in behandeling nam. Ze was doorverwezen via de schoolarts omdat ze zich erg afzijdig hield van haar klasgenoten en leed onder de ziekte van haar vader.


Al direct bleek de oorzaak eigenlijk elders te liggen: ze is haar hele basisschooltijd gepest en heeft zich als kind altijd teruggetrokken in het bos in plaats van met andere kinderen te spelen. 'Ik ben altijd erg op mijn hoede, bang om weer geplaagd te worden en durf dan niet voor mezelf op te komen', zegt ze zelf terugkijkend op haar gesprekken met Sandra.


Na vijf sessies assertiviteitstraining is ze op de goede weg en neemt ze afscheid van Sandra. Die heeft echter de hulp ingeroepen van een collega die haar gaat bijstaan in de conflicten met haar moeder. 'Juist nu ze zo goed bezig is, heeft ze de steun van haar ouders nodig anders valt ze weer terug in haar angstige patroon. Dat staat haar verdere ontwikkeling in de weg.'


Het leeuwendeel van de jeugdhulpverlening betreft milde problematiek die mensen met de juiste hulp en handvatten voor de opvoeding zelf kunnen oplossen.


In circa 20 procent van de gevallen gaat het om gezinnen met ernstige en meervoudige problematiek. Vaak is er naast psychische last en opvoedingsproblemen ook sprake van schulden, verslaving, geweld of werkloosheid. Volgens de deskundigen is hier de meeste winst te boeken omdat in die complexe gezinnen veel hulpverleners dubbel werk doen, langs elkaar heen werken en ook nog vaak door alle bureaucratie te laat ingrijpen. 'Veel problemen zijn te voorkomen als je er maar op tijd bij bent', zegt Bijl van de Opvoedpoli.


Kapot georganiseerd

Bijl deelt daarom de zorg van Jeugdzorg Nederland over de vraag wie die eerste signalering gaat doet. De angst bestaat dat wijkteams nieuwe juridische entiteiten gaan vormen die gecoördineerd moeten worden, budgetverantwoording moeten afleggen en de zorgverleners weer in een protocol dwingen. 'Voor je het weet nemen ze gezinnen de regie af, dan zijn we weer terug bij af. De Bureaus Jeugdzorg zijn indertijd met dezelfde goede intenties opgericht en zijn toch kapot georganiseerd.'


De gemeente Amsterdam is al voortvarend aan de slag met het opstellen van wijkteams, maar broedt nog op de invulling ervan. De stad is onlangs opgedeeld in twintig wijken. De gemeente wacht nu op een aanbod van de sector voor een wijkteam met verschillende disciplines, maar sluit niet uit zelf een team samen te stellen met generalisten. Het team wordt de spil in de jeugdzorg en moet de contacten in de wijk onderhouden; zowel met scholen, kinderdagverblijven en zorgaanbieders als de cliënten.


Volgens wethouder Pieter Hilhorst is de vrees voor nieuwe bureaucratie ongegrond. 'Het wijkteam krijgt een budget en daarmee wordt het geprikkeld de eigen kracht en het netwerk van de gezinnen te benutten. We gaan niet protocolleren en indiceren. Als de problematiek te groot is, moeten ze direct doorverwijzen. Zijn er te weinig doorverwijzingen naar de gespecialiseerde jeugdzorg in een wijk, dan klopt er iets niet.'


Voor de ouders van Gijs in Amsterdam komt de hervorming geen dag te vroeg. Ze hebben net een oeverloze zoektocht achter de rug naar praktische hulp voor de opvoeding van hun zoon met een autistische stoornis. Aan die nachtmerrie kwam pas een einde toen ze bij de Opvoedpoli terecht kwamen.


'Formulieren invullen, intakegesprekken en wachtlijsten, maar niemand die ons praktische tips kon geven', schrijven de ouders in een open brief. Wél kreeg het gezin ongevraagd informatie over sportclubjes, een lotgenotengroep en een intensieve cursus sociale vaardigheidstraining. 'Daarvoor zou hij wel zijn reguliere school moeten missen, iets wat niet handig is met zijn verstandelijke beperking. Toen we toch gingen kijken werd ons vol trots de separeer getoond 'waar kinderen veilig kunnen uitrazen' als ze uit de bocht vliegen. Die cursus hebben we dus maar aan ons voorbij laten gaan.'


De gespecialiseerde jeugdinstellingen zullen moeten inspelen op de veranderingen en meer zorg op maat moeten aanbieden. Nu worden ze vooraf gefinancierd, maar straks zullen ze zelf de broek moeten ophouden en hun diensten aan gemeenten zien te verkopen. En dat gaat meestal niet zonder horten of stoten, zo bleek enkele jaren geleden bij de overheveling van de thuiszorg naar gemeenten. Bureaucratie en wachttijden namen in eerste instantie eerder toe dan af omdat de instellingen ondoordachte schaalvergroting en lukrake bezuinigingen doorvoerden.


Om nieuwe ongelukken te voorkomen zijn bij de overhevelingen van de jeugdzorg meer waarborgen ingebouwd. Gemeenten moeten op (boven-) regionaal niveau zorg inkopen bij de bestaande instellingen om te voorkomen dat expertise verloren gaat. Kinderen die al in behandeling zijn bij een instelling of in een pleeggezin zitten, mogen daar na 2015 niet ineens worden weggehaald.


Voldoende waarborgen voor de continuïteit van zorg dus, maar komt daarmee de noodzakelijke cultuuromslag tot stand? De therapeuten van het verdeelteam op de Opvoedpoli Haarlem twijfelen. De bedrijfscultuur is hardnekkig, weten ze uit eigen ervaring.


'Als ik in het weekeind mensen ging bellen om te vragen hoe het met ze ging, kreeg ik een uitbrander', zegt directeur Rachel van Daalen over haar tijd bij Jeugdzorg. 'Reguleren, indiceren, protocolleren en verantwoorden zit diep in de cultuur gesleten. Die geest krijg je niet zo makkelijk terug in de fles.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.