Opinie

'Opvoeden is eigenlijk altijd een worsteling'

De Jeugdwet is een vooruitgang ten opzichte van de huidige wetgeving met zijn schotten. Maar voor echt succes zijn meer verbeteringen nodig, vinden Coen Dresen en Mischa de Winter.

Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Martin van Rijn bij aankomst voor de wekelijkse ministerraad op het Binnenhof. Beeld anp

Er komt een nieuwe Jeugdwet. Het kabinet, met staatssecretaris Van Rijn voorop, vindt dat de huidige jeugdzorg te veel, te versnipperd en te duur is. Daarom moet alle hulp naar de gemeenten. Tegelijk wordt er flink gereorganiseerd en meteen 15 procent bezuiniging ingeboekt.

De Jeugdwet is aangenomen door de Tweede Kamer, maar de Eerste Kamer aarzelt nog en hield daarom - vrij uniek - een hoorzitting. Daarin ging de meeste aandacht uit naar psychiatrische hulp voor kinderen en naar privacy. Tegenstanders van de Jeugdwet zien als grootste bezwaar dat de psychiatrische jeugdzorg uit de geestelijke gezondheidszorg wordt gelicht. Daarbij wordt meestal niet vermeld om hoeveel kinderen het gaat. Want jaarlijks krijgen maar liefst 240.000 kinderen op medische grondslag hulp bij opgroeien/opvoeden, aanzienlijk meer dan de 160.000 die hulp krijgen bij provinciale jeugdzorg en jeugdbescherming .

Maar zoveel jeugdpsychiatrisch zieke kinderen zijn er helemaal niet. Want door het ontbreken van goed functionerende eerstelijns jeugdhulp in Nederland worden teveel kinderen in de tweede lijn geholpen, waardoor het aantal cliënten in de jeugdpsychiatrie geweldig kon groeien. Dat heeft flink bijgedragen aan de medicalisering van opvoedingsproblemen, terwijl tegelijkertijd sprake bleef van een sterke ondervertegenwoordiging van allochtone jeugd en van multiprobleemgezinnen.

Worsteling
Het is daarom interessant na te gaan waarom zoveel ouders kiezen voor jeugdpsychiatrische hulp. Daarvoor zijn twee redenen. Ten eerste omdat opvoeden eigenlijk altijd een worsteling is. Kinderen willen namelijk graag groot worden en willen per definitie autonomie, soms meer dan goed voor ze is. Opvoeden is dus regelmatig tegengas geven en dat is vaak niet eenvoudig. Als je dan vastloopt, is het soms gemakkelijker om je kind als 'ziek' te zien, dan als 'moeilijk opvoedbaar', want dat geeft als ouder het gevoel tekort te schieten.

De tweede reden van voorkeur voor het jeugdpsychiatrisch circuit is het gebrek aan vertrouwen in overheidsbemoeienis bij opvoeden en opgroeien. Dat speelde ook een grote rol bij het mislukken van de huidige jeugdzorgwet. Bureau Jeugdzorg, het schakelpunt in de huidige wet, raakte vanwege zijn jeugdbeschermingstaak belast met het beeld van bevoogding en dwang. Die beeldvorming is ook een risico voor gemeenten, zeker wanneer die de Jeugdwet gaan gebruiken voor 'doorzettingsmacht' bij zorgmijders en overlastproblemen. Want in de angst voor bevoogding zit de echte angel van het huidige stelsel. Dat verandert niet, wanneer de Jeugdwet de jeugdbeschermingswetgeving onveranderd laat. Nederland blijft zo Europees koploper in het ingrijpen bij gezinnen.

 
Kinderen willen graag groot worden en willen per definitie autonomie, soms meer dan goed voor ze is

In dat verband valt op dat huisartsen - toch ook medici - veel minder te hoop lopen tegen de Jeugdwet dan jeugdpsychiaters. De verklaring is dat zij hun verwijsrol in de Jeugdwet behouden. Hun voordeel is dat zij juist wel een vertrouwensfiguur zijn. Waarom dan niet de rol van de huisarts en de omringende professionals versterken? Dan ontstaat een echte eerstelijns jeugdhulp, de grootste uitdaging voor het nieuwe stelsel. Met directe hulp voor lichtere problemen, maar ook met kennis welke autistische, depressieve en gedragsgestoorde kinderen meer hulp nodig hebben. Want specialistische jeugdhulp blijft hard nodig.

De Jeugdwet is een vooruitgang ten opzichte van de huidige wetgeving met zijn schotten. Maar voor echt succes zijn meer verbeteringen nodig.

Meer ruimte
Geef meer ruimte aan een onafhankelijke, professionele eerstelijns jeugdhulp en betere verbindingen tussen huisartsen en wijkteams. Doe pilots en neem een pilotperiode van zeker drie jaar. Trek daar geld voor uit, zodat ter financiering van die pilots niet eerst andere voorzieningen afgebroken hoeven te worden.

Baken als rijksoverheid beter af wat tweedelijns jeugdhulp is. Dat gaat 403 gemeenten niet lukken. Geef daarbij specialistische voorzieningen in de jeugdpsychiatrie én de overige jeugdzorg een overgangsperiode van drie jaar, zodat zij ondanks personeelskrimp hun specialistische kennis kunnen behouden. Grote reorganisaties brengen eerst reorganisatiekosten mee, dan pas besparing.

Neem het wantrouwen jegens jeugdbescherming serieus. Moderniseer het 100 jaar oude Nederlandse systeem, bijvoorbeeld naar modern Deens model, dat heeft laten zien dat veel minder dwang nodig is.

Zorg dat de privacy beter is gegarandeerd. Voor jeugdbeleid zijn gegevens nodig, die vandaag de dag alleen maar elektronisch verzameld kunnen worden, maar neem daarin als rijksoverheid zelf verantwoordelijkheid.

Coen Dresen is bestuurder van jeugdzorginstelling Jutz in Breda. Mischa de Winter is hoogleraar opvoedingsvraagstukken aan de UU.

 
Nederland blijft Europees koploper in het ingrijpen bij gezinnen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden