Opvoeden is dus niet te koop

Kinderen hebben stabiele en sensitieve opvoeders nodig. In welke gezinsvorm, doet er niet toe, zegt pedagoog Rien van IJzendoorn. Door Malou van Hintum..

Malou van Hintum

Hij kreeg een Pionierpremie en een Spinozaprijs voor zijn onderzoek naar gehechtheid van kinderen. Rien van IJzendoorn (1952) is verbonden aan de Universiteit Leiden, zelf vader – ‘maar daar wil ik het niet over hebben’ – en een doorgewinterde onderzoeker. Toch kan hij zich nog steeds verbazen over sommige bevindingen. In zijn recent verschenen boek Opvoeding over de grens. Gehechtheid, trauma en veerkracht, waarin hij onderzoekt bij welke soort opvoeding kinderen het meeste baat hebben en door welke ze de meeste schade oplopen, valt hem vooral op dat kinderen een enorme veerkracht hebben.

Van IJzendoorn: ‘Kijk bijvoorbeeld naar kinderen die hun vroegste jeugd hebben doorgebracht in de Griekse, Oekraïense en Indiase weeshuizen waar we onderzoek doen. Ook al is hun lichamelijke verzorging prima in orde, ze lopen op fysiek en cognitief gebied toch grote achterstanden op: ze groeien slechter, hun hoofdomvang blijft achter bij die van leeftijdgenootjes die onder normale omstandigheden worden opgevoed, en ze presteren cognitief veel minder. Worden deze kinderen geadopteerd als ze ongeveer twee jaar oud zijn, dan blijkt dat ze een gigantische inhaalslag maken. Femmie Juffer en ik hebben laten zien dat die achterstanden binnen enkele jaren bijna helemaal zijn verdwenen.’

Omgeving is niet het enige, schrijft u. Kinderen kunnen ook last of juist voordeel hebben van hun genetische bagage.

‘Alle kinderen hebben de behoefte zich te hechten. Die behoefte is dus genetisch verankerd. Maar dat zegt niets over de manier waaróp kinderen gehecht raken. Met mijn collega Marian Bakermans-Kranenburg onderzoek ik de relatieve invloed van genetische factoren en pedagogische omgeving op het gedrag van kinderen. We verwachten het meest van onderzoek naar de differentiële ontvankelijkheid van kinderen, wat betekent dat sommige kinderen extra vatbaar zijn voor positieve of juist negatieve ervaringen in de opvoeding. Je hoort ouders weleens hun verbazing uitspreken over het feit dat ze zulke verschillende kinderen hebben, terwijl ze die kinderen toch hetzelfde hebben opgevoed. Dat laatste is trouwens zeer de vraag, maar het geeft wel aan dat genetische aanleg een rol speelt. Sommige kinderen zijn door hun genetische bagage wellicht gevoeliger voor het gedrag van hun ouders dan anderen.’

Wat is het relatieve gewicht van genen ten opzichte van omgeving?

‘Uit het verbazingwekkende herstel van voormalige weeshuiskinderen na adoptie kun je afleiden welke – in dit geval positieve – effecten een drastische verandering van omgeving heeft. Het onderzoek naar gen-omgevinginteracties staat nog in de kinderschoenen, dus welke kinderen extra gevoelig zijn voor hun opvoedingsomgeving is nog een raadsel. Wat we in elk geval wel weten, is dat het een wereld van verschil maakt of een kind stabiele, sensitieve opvoeders heeft.’

Dat is slecht nieuws voor de onhandelbare kinderen in de prep camps.

‘Een internaatopvoeding voor moeilijke jongeren heeft tot nu toe alleen maar teleurstellende resultaten opgeleverd, zoals ik in mijn boek laat zien. Juist deze groep heeft baat bij stabiliteit en continuïteit. Maar die is nauwelijks te bieden in een 24-uursopvang met steeds verschillende mentoren in ploegendienst, die ook nog eens ziek worden en weggaan omdat het werk zo zwaar is.’

Kinderen naar een crèche sturen lijkt dan evenmin een goed idee. Daar willen de leidsters ook nogal eens wisselen.

‘Kinderen tot een jaar of één kunnen beter op een andere manier opgevangen worden. Je kunt je afvragen of betaalde krachten daarvoor wel voldoende toegerust zijn. Een huilende baby werkt in op je eigen stress-fysiologie; je hartslag en je cortisolniveau stijgen. Dat is heel belastend. Bovendien heb je niet één, maar wel vier baby’s onder je hoede. Opvoeden is een enorme klus, in onze maatschappij wordt dat stelselmatig onderschat.'

U gaat toch niet vertellen dat moeders thuis horen, met een kopje thee?

‘Onderzoek naar de gezinsgerichte kibboets in Israël laat zien dat kinderen vijftig uur per week in een, zoals dat daar heet, kinderhuis kunnen blijven zonder dat ze daar nadeel van ondervinden. Al die tijd worden ze opgevangen door professionele opvoeders. Die opvang is kleinschalig en is ingebed in de gemeenschap; er is veel contact tussen ouders en opvoeders. Dat zijn twee essentiële voorwaarden.

‘In ons land is de kinderopvang gecommercialiseerd. Er wordt gesproken over ‘marktpartijen’ die een ‘product’ aanbieden aan ‘consumenten’. Het hele jargon is bedrijfsmatig aan het worden, en dat is een grote vergissing. Ouders en kinderen zijn geen consumenten, je kunt er geen economisch model op loslaten. Opvoeding is geen calculerende bezigheid, maar een collectieve verantwoordelijkheid.’

U zegt: ouders kunnen de opvoeding best met anderen delen. Het gaat er alleen om hóé dat gebeurt.

‘Sterker nog: in de meeste niet-westerse landen zijn veel meer mensen betrokken bij de opvoeding van een kind dan alleen de biologische ouders. In Afrikaanse en Aziatische landen groeien kinderen op in een groot netwerk van familieleden, soms zijn er wel vijftien mensen die belangrijk voor hen zijn.

‘Niet het traditionele gezin is zaligmakend voor een kind maar, zoals gezegd, een omgeving die continuïteit, stabiliteit en sensitieve omgang kan bieden. Als dat maar gegarandeerd is. Een homostel dat uit overtuiging kinderen opvoedt, biedt die kinderen net zo’n goede omgeving als menig heterostel.’

En dan komen er nog meer eenoudergezinnen ook.

‘Kinderen uit eenoudergezinnen hebben een grotere kans op verwaarlozing doordat zulke gezinnen vaak arm zijn en er meerdere problemen spelen, zoals verslaving, schulden en werkloosheid.’

Dat geldt niet voor hoogopgeleide vrouwen wier biologische klok het niet toelaat een aanwezige vader voor hun kind te zoeken.

‘Misschien doen die het als moeder prima. Ons onderzoek wijst uit dat iemands sociaal-economische status de beste voorspeller is voor verwaarlozing en kindermishandeling. Een lage opleiding en werkloosheid hebben een negatieve invloed op de manier waarop ouders zich tegenover hun kinderen gedragen. Ze verhogen het risico op mishandeling bijna zeven keer. Dat is er de oorzaak van dat mishandeling en verwaarlozing in allochtone gezinnen vaker voorkomen dan in autochtone. Dat heeft niet met hun etniciteit te maken, maar met het feit dat ze vaker in een achterstandspositie zitten.’

Het aantal stiefgezinnen neemt in de toekomst toe. Daar is ook een groter risico op kindermishandeling, schrijft u.

‘Kinderen in stiefgezinnen lopen inderdaad een verhoogd risico, maar we weten niet precies hoe dat komt. Misschien doordat ouders de ellende van een scheiding niet bij hun kinderen vandaan kunnen houden, waardoor kinderen gedrag gaan vertonen dat bij stiefouders negatieve reacties oproept. Dat stiefkinderen voor stiefouders geen biologisch eigen kinderen zijn, hoeft niet doorslaggevend te zijn. Dat zijn adoptiekinderen voor hun adoptie-ouders ook niet, en adoptie is een heel succesvolle pedagogische interventie.’

In de praktijk zijn het meestal moeders die het leeuwendeel van de opvoeding voor hun rekening nemen. Wat kunnen we van vaders verwachten?

‘Al twintig, dertig jaar wordt geroepen om meer betrokkenheid van vaders, maar tot nu toe zie je maar weinig veranderen. In onze samenleving is het netwerk van opvoeders heel klein, en toch gebeurt precies het omgekeerde van wat nodig is. Het isolement van de primaire opvoeder neemt alleen maar toe. Juist daarom is het zo belangrijk om de opvoeding minstens met zijn tweeën te dragen. Vaders zouden een actievere rol moeten hebben, maar dat gebeurt nog maar weinig. Ik weet ook niet wat je daaraan zou kunnen doen. Kennelijk is de traditionele taakverdeling heel weerbarstig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden