Opvliegende tulbanden

De woestijnfilm Black Gold zou het negatieve westerse beeld van de Arabier moeten bijstellen. Maar met een krom Engels pratende Antonio Banderas lukt dat niet. Het blijft een verkleedpartij in het zand.

Avontuur

**

Black Gold

Regie Jean-Jaques Annaud.

Met Tahar Rahim, Mark Strong, Antonio Banderas, Freida Pinto.

In 12 zalen.

Loom liggen de vrouwen in de schemerige harem bij elkaar. De sluiers los, de blik op oneindig. Wierook stijgt op in het gebroken zonlicht; een van de dames tokkelt weemoedig op haar luit. 'Speel een liefdeslied', vraagt Prinses Leyla aan haar. Ze verlangt immers naar haar prins, en doet dat vol zwoele overgave - gedrapeerd op een wirwar van kussens en kleden, terwijl een andere dienares haar glanzende zwarte haar kamt.

Het is een van de meest intieme, sprookjesachtige scènes uit Black Gold, ver verwijderd van de duizenden figuranten en kamelen die elders in de film voorbij banjeren. Een groots opgezet epos is het, over de opkomst van de olie-industrie in een fictief rijk op het Arabisch schiereiland, aan het begin van de 20ste eeuw. Maar het grotendeels met Arabisch geld gefinancierde Black Gold wil vooral compensatie bieden voor het scheefgetrokken imago dat de Arabische wereld in films maar moelijk krijgt afgeschud. 'Na 11 september stoorde ik me eraan dat Arabieren en moslims vaak als terroristen of criminelen worden neergezet in films', zei producer Tarak Ben Ammar tegen het Britse filmblad Sight and Sound. 'Ik wilde een film over een Arabische held maken.'

Tot zover duidelijk. Die gewenste held is de jonge prins Auda, die voor rust en evenwicht moet zorgen in de regio nadat kapitalistische, whisky zuipende Amerikanen de boel op stelten hebben gezet. Een charismatische jongen, die Auda en, vooral belangrijk, onversneden Arabisch.

Maar waarom kiest regisseur Jean-Jacques Annaud (The Name of the Rose, Seven Years in Tibet) voor die oudbakken stijl? Dat de haremscène oogt als een 19de-eeuws, oriëntalistisch schilderij à la Delacroix, is niet voor niets. In Jemen, Jordanië en Oman ziet het er precies zo uit als op die oude oriëntalistische schilderijen van Delacroix, Ziem en Fromentin, verdedigt Annaud zichzelf in de persmap. Bovendien: 'Gezien de beperkingen die in bepaalde delen van de islamitische wereld op visuele representaties wordt gelegd, leverden deze oriëntalistische schilderijen vaak de beste documentatie over de regio in die periode.'

Dat kan zijn, maar het blijft een uiterst westerse blik, een bril met dikke en getinte glazen, die in Black Gold over alles een kitscherige, goudkleurige glans van exotische mystiek legt - van de drukke bazaars tot de kamelenkaravaans en James Horners kit-scherige muziek. En daarmee sluit de film ongewild toch aan bij al die andere westerse films die zich zozeer aan de Oriënt vergapen, dat het een vervormd, pretpark-achtig spektakel wordt.

Zie de verstoethaspeling van het islamitische middaggebed in Josef von Sternbergs romantische drama Morocco (1930) - weinig meer dan wat gekniel en gerek terwijl de zang van de muezzin eerder naar een Italiaanse opera-aria klinkt, maar magisch is het wel. Of luister naar de kamelenritmes die Maurice Jarre door zijn muziek voor Lawrence of Arabia (David Lean, 1962) sprenkelt. Ook wanneer Ridley Scott in Kingdom of Heaven (2004) een zo subtiel mogelijk beeld probeert te schetsen van het religieuze klimaat in middeleeuws Jeruzalem, krijgen alle vertrouwde clichés een plek: de hectische markt, de specerijen, de geheimzinnige gesluierde vrouwen, begeleid door een bezwerende soundtrack.

Het zijn dezelfde voor de hand liggende, zwoel gefotografeerde elementen die van Black Gold een Hollywoodiaanse fata morgana maken. En zelfs als het er 'in het echt' ook zo uitziet, dan nog had Annaud met Black Gold beter voor een andere, minder verdachte aanpak kunnen kiezen. Het is alsof iemand een la vol windmolens en klompen opentrekt om een 'echt Nederlandse' film te maken.

Wat alle geloofwaardigheid definitief om zeep brengt, is dat vrijwel alle rollen in Black Gold door niet-Arabische acteurs worden gespeeld. Dat was nog acceptabel toen Rudolph Valentino in The Sheik (George Melford, 1921) met tulband, zwaard en duistere oogopslag het vrouwelijke publiek in katzwijm deed vallen, maar anno 2012 kan je daar echt niet meer mee aankomen.

Enige uitzondering is de degelijke hoofdrol van de Frans-Algerijnse acteur Tahar Rahim (Un prophète), maar ook hij moet als prins Auda Engels spreken met een zogenaamd Arabisch accent - net als de Indiase actrice Freida Pinto (Slumdog Millionaire) als prinses Leyla, en Mark Strong en Antonio Banderas als de twee rivaliserende heersers. Pinto vertolkte overigens al eens een Palestijnse in Miral (Julian Schnabel, 2010), terwijl de Britse acteur Strong reeds twee Arabische personages speelde, in Syriana (Stephen Gaghan, 2005) en Body of Lies (Ridley Scott, 2008).

Banderas, ongetwijfeld de grootste publiekstrekker van de film, kreeg de rol van Emir Nesib nadat hij bij regisseur Annaud een pleidooi over zijn Arabische afkomst had gehouden. 'Antonio is ervan overtuigd dat hij een Arabier is', zei Annaud in een interview met het Britse dagblad The Guardian. 'Hij komt uit Andalusië en vertelde me dat zijn voorouders naar bed gingen met de Arabieren die daar woonden. Hij liet me zelfs zien hoe je theedrinkt op zijn Arabisch. Zijn enthousiasme was onbetaalbaar.' Evenwel is Banderas met zijn geforceerde Spaans-Arabisch-Engelse klankbrij onmogelijk serieus te nemen. En als Black Gold al ietwat op zou veren in de Arabische nasynchronisatie, dan nog zit je nog steeds naar een stel geschminkte, misplaatste acteurs te kijken.

En dat voor een film die de Arabische wereld zo graag een nieuw film-imago wil aanmeten. Vorig jaar opende Black Gold de derde editie van het Doha Tribeca Filmfestival in Qatar, dat als dependance van het beroemde New Yorkse festival een flinke, vernieuwende impuls wil zijn voor de Arabische filmindustrie. Maar wat een misplaatst boegbeeld is Black Gold geworden - ook dankzij het taaie script en de even spectaculaire als saaie afwikkeling ervan. Het siert Annaud dat hij, ook al zo ouderwets, zijn massascènes met echte kamelen, paarden en figuranten heeft gevuld, maar de film komt nooit verder dan een bont plaatjesboek.

Black Gold werd in Tunesië opgenomen toen daar de Jasmijnrevolutie losbarstte; blijkbaar sloeg van dat heilige vuur niets op de film over. 'Het was haast een tragikomische situatie', vertelt Banderas in het uitgebreide setverslag dat filmblad Sight and Sound publiceerde. 'We renden allemaal rond in onze kostuums, onze tulbanden opvliegend in de wind. Ik had nog altijd mijn plakbaard op terwijl Ben Ammar de evacuatie van cast en crew organiseerde.'

Een mooie, beeldende beschrijving, die nog maar eens onderstreept wat Black Gold is: een prijzig, oubollig verkleedpartijtje in de marge van de werkelijkheid.

Lawrence of Arabia

De Engelse speelfilm uit 1962 kan worden beschouwd als de westerse 'oerfilm' over het onbekende, intrigerende Midden-Oosten. De film gaat over de Britse kolonel Thomas Edward Lawrence en is gebaseerd op diens eigen boek. Regisseur was David Lean. De film kreeg zeven Oscars waaronder één voor beste regie en één voor beste film.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden