Reportage

Opvang in regio is hoop én illusie: Europa blijft lonken

Van de vluchtelingen die in Nederland arriveren, is 15 procent Eritrees. De roep om hen in de regio op te vangen wordt luider. Maar in de Ethiopische kampen blijft Europa lonken.

Kees Broere
Veel jongeren in het opvangkamp in Enda Baguna willen door naar Europa, ondanks de gevaren zoals verbeeld op deze muurschildering. Beeld Sven Torfinn
Veel jongeren in het opvangkamp in Enda Baguna willen door naar Europa, ondanks de gevaren zoals verbeeld op deze muurschildering.Beeld Sven Torfinn

Bij de ingang staat een waarschuwing. 'Illegale migratie', zo valt te lezen op een bord met de afbeelding van jongeren die geblinddoekt om zich heen tasten, 'is hier niet beschikbaar'. Een heldere tekst. Maar hij klopt niet. De mensensmokkelaars, vertellen de mensen, komen gewoon het vluchtelingenkamp binnen.

Dat kamp staat in de Ethiopische plaats Hitsats, niet al te ver van de grens met Eritrea. Het is een van vier kampen, waarin in totaal zo'n 37 duizend vluchtelingen leven. Mensen, vooral jongeren, die dit gemeen hebben: ze zijn gevlucht voor het wrede, dictatoriale regime van president Isaias Afewerki.

Eritrea, dat tot 1991 bij Ethiopië hoorde, staat bekend als 'een van de snelst leeglopende landen ter wereld'. Van de ruim zes miljoen inwoners zijn er de afgelopen vijftien jaar mogelijk al een half miljoen vertrokken. De exodus gaat door, zo merkt ook Nederland, waar momenteel zo'n 15 procent van de aankomende vluchtelingen Eritrees is.

Iedereen heeft een eigen verhaal, maar alle verhalen hier zijn schrijnend. 'Je wil het leven ruiken, je wil het leven kunnen proeven', zegt Robel Araya. 'Maar in Eritrea is dat volstrekt onmogelijk.' De 38-jarige Araya is een van de velen die vluchtten omdat zij wilden ontsnappen aan de eindeloze militaire dienstplicht. Een dienstplicht waarmee Afewerki al zijn burgers maatschappelijk monddood heeft gemaakt.

In het kamp woont ook meneer Ahgos Abraha. Hij is 69 en draagt een bril die in de jaren tachtig erg modieus was. Twee jaar geleden kreeg hij te horen dat ook hij militaire training moest nemen. 'Ik kon ze niet duidelijk maken dat ik daarvoor toch echt veel te oud ben', zegt hij. 'En dus ben ik gevlucht. Eritrea is mijn land, maar ik moet vrij kunnen zijn. Door de militaire regering is iedereen daar in grote problemen.'

Wie aan een vluchtelingenkamp denkt, denkt meestal aan een plek waar vooral moeders met jonge kinderen heen zijn getrokken. In Hitsats zie je juist opvallend veel jonge mannen en vrouwen. Zij zijn doorgaans redelijk opgeleid, of moesten hun opleiding afbreken omdat zij werden gedwongen in dienst te gaan. Zo'n 10 procent van de vluchtelingen probeert verder te komen, bijvoorbeeld richting Europa.

null Beeld Sven Torfinn
Beeld Sven Torfinn

Ploumen

'Onvrijheid grijpt je naar de keel, en dan vlucht je.' Dat zegt Lilianne Ploumen. De PvdA-minister van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel is naar het noorden van Ethiopië gekomen, onder meer om te zien hoe vluchtelingen daar 'beter in hun eigen onderhoud kunnen voorzien'. Het is een omschrijving die refereert aan het nieuwe politieke mantra in de vluchtelingencrisis die Nederland, net als de rest van Europa, in een steeds wurgendere greep lijkt te hebben. Het mantra dat beter bekend is als 'opvang in de regio'.

Ploumen spreekt van 'het nieuwe denken'. Een Nederlandse ambtenaar in haar gevolg is nog duidelijker: 'Het gaat nu natuurlijk allemaal om opvang in de regio.' Maar dat de migratie richting Europa voorlopig niet te stoppen is, is zowel voor de vluchtelingen als de bezoekers uit Nederland duidelijk. 'Het regime is dictatoriaal en wordt niet beter', zegt Ploumen. 'Dus die vluchtelingenstroom houdt nog wel even aan.'

Met alle gevaren van dien. Enda Baguna is een van de plaatsen waar nieuwkomers in Ethiopië worden geregistreerd. Op een muur staat een schildering van een boot die het midden houdt tussen een menselijke Ark van Noach en een schip met Afrikaanse slaven. In werkelijkheid duidt het schilderij natuurlijk op de riskante overtocht over de Middellandse Zee.

Kampbewoners rekenen voor dat die tocht naar Europa zo'n 2.500 euro kost. Vanuit het noorden van Ethiopië reizen de Eritrese jongeren eerst door naar Soedan. 'Maar daar', zegt Robel Araya, 'heeft de Eritrese geheime dienst vrij spel en ben je je leven niet veilig.' De volgende halte is Libië, het land dat na de val van kolonel Kadhafi grotendeels in chaos is verzakt. Maar nog steeds weten mensen er de oversteek te maken.

Artikel gaat verder onder de afbeelding.

null Beeld Sven Torfinn
Beeld Sven Torfinn

VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR begrijpt waarom met name de Eritrese jongeren niet in het Ethiopisch kamp willen blijven. 'De levensomstandigheden hier', zegt UNHCR-man Stanley Miseleni, 'zijn voor hen onvoldoende.' De UNHCR ziet hen niet als economische migranten, maar als politieke vluchtelingen. Nog altijd. Want, zo maakt de organisatie in een briefing voor Ploumen duidelijk, 'de condities die hun vlucht uit Eritrea noodzakelijk maakten, bestaan nog steeds'. En president Afewerki vindt het geen enkel probleem om jonge, potentieel politieke lastpakken uit zijn land te zien verdwijnen.

Maar Europa meent geen nieuwe vluchtelingen meer aan te kunnen. En dus is in het 'nieuwe denken' in Brussel eind vorig jaar besloten om Eritrea de komende jaren 200 miljoen euro hulp te geven. 'Nederland is hierover zeer terughoudend', meent Ploumen. Zij spreekt van een dilemma. Maar andere EU-lidstaten zien blijkbaar kansen in een 'scherpe dialoog met het regime'.

Onzin, zo menen de bewoners van het Hitsats-kamp. Op verschillende plekken hebben zij kleine posters opgehangen met teksten als 'Stop de steun van de EU aan een dictatorsbewind'. De 69-jarige meneer Abraha zal geen poging meer wagen naar Europa te gaan. Maar dat zijn jonge landgenoten verder willen, begrijpt hij. 'Als Eritrea eenmaal democratisch wordt, zullen de vluchtelingen niet meer komen. Maar tot die tijd, vind ik, moeten zij een kans krijgen.'

Gedicht

De Eritrese diaspora helpt de vluchtelingen mee om aan het geld te komen dat voor de doortocht nodig is. En de UNHCR weet dat dit zo zal blijven, zolang in de woorden van Stanley Miseleni 'de schendingen van mensenrechten' in Eritrea doorgaan. Miseleni wil niet speculeren over een actieve poging tot regimeverandering. 'Maar de belangrijkste oorzaak voor de vluchtelingenstroom, de schendingen, dat moet aan de orde komen.'

Het is de vraag of dat met 'een scherpe dialoog met het regime' mogelijk zal zijn. Europa, en dus ook Nederland, blijft daarom lonken. Robel Araya heeft over die droom een gedicht geschreven. Hij dankt daarin Nederland voor zijn 'grenzenloze hartelijkheid'. Dat daarover in Nederland zelf inmiddels anders wordt gedacht, is nog niet overal in het noorden van Ethiopië doorgedrongen.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden