Opvallend: sinds ik in Berlijn woon, word ik constant aangesproken op mijn wangedrag

Bericht uit Berlijn

Foto anp

Twee jaar woon ik nu in Berlijn. Acht keer ging ik naar een concert. Elke keer ben ik door Duitse medebezoekers aangesproken op wangedrag. Dat lijkt een bijzondere prestatie, maar dat is het niet. Niet in Duitsland.

Zo stond ik vorige week met een vriendin te smoezen, terwijl een pluizig indiebandje de catacomben van een voormalig postkantoor vulde met middelmatige gitaarmuziek. We stonden achter in de zaal, aan de bar. Ik vertelde over mijn vakantie.

Bij een tussentijds applaus draaide de vrouw op de barkruk naast ons zich met een ruk in onze richting. Ik zag meteen dat het hommeles was.

'Hier hoor je niet te praten! Jullie zijn duidelijk he-le-maal niet in de muziek geïnteresseerd!' We sputterden tegen. 'Ga dan naar buiten, in plaats van de avond te bederven voor andere mensen!'

Ze hijgde van frustratie. Ik ook. Dus beet ik haar toe dat ze door haar gezeur haar eigen avond verpestte. En haar leven.

Dat laatste had ik natuurlijk niet moeten zeggen. Vooral omdat de vrouw best een beetje gelijk had: mensen die door concerten heen praten kunnen heel irritant zijn.

Maar in plaats van gewoon 'Ssst!' te zeggen, of 'Wees stil, ik wil luisteren', presenteren Duitsers zich in zulke gevallen vaak als behartiger van een algemeen belang, als scheidsrechter van de maatschappij. Dat verstoppen achter regels heeft in mijn ogen iets onuitstaanbaar schijnheiligs.

Het gebeurt lang niet alleen bij concerten. Nu het weer vroeg donker is, is het bijna onmogelijk de 500 meter tussen mijn huis en de Lidl op de fiets af te leggen zonder dat vanaf de stoep een ouder zijn kind op megafoonsterkte op mijn verkeersovertreding wijst: 'KIJK, EEN FIETSER ZONDER LICHT! DAT IS HEEL GEVAARLIJK EN ONVERANTWOORDELIJK VAN DIE MEVROUW.' De boodschap is in de eerste plaats voor mij bedoeld.

Ook deze ouders hebben natuurlijk gelijk: fietsen zonder licht is gevaarlijk. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het fanatisme dat sommige Duitsers aan de dag leggen bij het betrappen van hun medemens op het overtreden van regels, vooral bedoeld is om hun eigen voorbeeldigheid te benadrukken.

Er zijn zelfs mensen die ik ervan verdenk speciaal met dat doel regels te verzinnen. Zo vond iemand bij een ander concert het 'asociaal' dat ik 'met mijn lengte' zo ver voor in de zaal was gaan staan. Ik ben trouwens 1.79. Niet klein, maar alleszins betamelijk.

De origineelste uitbrander kreeg ik deze zomer in de rij bij een biologische winkel. Ik las de krant op mijn telefoon, want bij de biologische winkel zijn rijen altijd lang.

Vagelijk drong tot me door dat de man achter mij stond te zingen. Ook dat kan gebeuren in de rij bij de biowinkel, dus ik sloeg er geen acht op. Tot ik voelde dat alle ogen in de rij op mij waren gericht. Het gezang was ook een stuk luider geworden.

'Ik ben verslaafd aan mijn telefoon', zong de man. 'Ik leef asociaal, zonder aandacht voor andere mensen, zonder echt contact...' Ik keek naar de zanger, een zestiger, behangen met vaak gewassen linnen tasjes. 'IK HEB GEEN LEVEN ZONDER TELEFOON. IK HEB GEEN OOG VOOR MIJN MEDEMENS!'

Nou, dat had hij wel. Dat viel werkelijk niet te ontkennen. Maar als medemens in kwestie had ik het liever met wat minder aandacht gesteld.

Sterre Lindhout is Volkskrant-correspondent in Duitsland.