Opvallend onopvallend

Het lettertype Helvetica is vijftig geworden. Met een documentaire, een boek en exposities is het jubileum gevierd. Maar er zijn niet alleen bewonderaars: ‘Het is de grote gelijkmaker.’..

‘Hij is overal goed voor’, aldus de Italiaans-Amerikaanse ontwerper Massimo Vignelli in de documentaire Helvetica. ‘Je kunt er alles mee zeggen. Je kunt ‘ik houd van je’ zeggen met de Helvetica. Je kunt het zeggen in de Helvetica Extra Light als je het lichtvoetig wilt doen, en in Extra Bold als je de boodschap heel intens, passievol wilt over brengen. Hetzelfde geldt voor ‘ik haat je’.’

De Helvetica is overal. Op straat, op tv, in tijdschriften, boeken en kranten. In advertenties, neonreclames, etalages en op filmposters. Op wegwijzers, postzegels en in logo’s. In heel veel logo’s: van Randstad Uitzendbureau en de Bijenkorf tot Auping, Oral B, Evian, Nestlé en de Belgische zender Canvas. Van GM, BMW, Greyhound en Motorola, tot Lufthansa, American Airlines en PanAm – de complete lijst zou gemakkelijk een pagina vullen.

De Helvetica wordt gebruikt op de Space Shuttle, op Amerikaanse belastingformulieren en in de metro van New York. Op hippe Freitag-tassen, in bladen als Quote en Carp, in de campagnes van Orange, en ook de waarschuwingsteksten op sigarettenpakjes zijn gezet in de Helvetica. Hij is de typografische variant van de Zwitserse neutraliteit: helder, duidelijk, rechttoe-rechtaan. Ontworpen om niet op te vallen. Maar ook: opvallend onopvallend. De impliciete boodschap van de Helvetica luidt: je komt op tijd op je plaats van bestemming. Achter deze deur zit een schoon damestoilet. Dit vliegtuig stort niet neer. Je geld is veilig bij ons. Dit bedrijf is efficiënt en nauwkeurig – een beetje zoals Zwitserland zelf dus.

Hoewel informatie zich op de een of andere manier zal moeten onderscheiden, in inhoud of in vorm, en het aantal lettertypen sinds de opkomst van de computer eind jaren tachtig explosief is toegenomen (er worden tegenwoordig letters voor één klant of een product ontworpen), staat Massimo Vignelli niet alleen in zijn voorkeur voor een standaard lettertype.

Veel ontwerpers zweren bij een handvol lettertypen, in de overtuiging dat ze alleen goede ontwerpen kunnen maken wanneer ze volledig vertrouwd zijn met het gebruikte type. Vignelli: ‘Er zijn ontwerpers die vinden dat een lettertype iets moet uitdrukken. Ik vind van niet. Ik kan het woord ‘hond’ in elk lettertype zetten, want het hoeft er niet uit te zien als een hond. Maar er zijn ook mensen die denken dat als ze het woord ‘hond’ schrijven het moet blaffen.’

Toch kan ook de Helvetica verkeerd worden gebruikt, zoals een acteur verkeerd kan worden gecast. Op klein formaat in wat langere teksten is de letter slecht leesbaar, omdat de boogjes in sommige letters aan de krappe kant zijn. En zelfs dat een lettertype leesbaar is, wil nog niet zeggen dat het communiceert. En al helemaal niet dat het de juiste boodschap communiceert. Een belangrijke boodschap, verpakt op een saaie, non-descripte manier, kan zoek raken.

Letters hebben allemaal een eigen gezicht, maar er is een scheidslijn die dwars door alle typen en families loopt: met schreef en zonder schreef. Een schreef is het horizontale of verticale streepje aan het uiteinde van een letter, dat waardigheid en gezag uitstraalt. Het bekendste voorbeeld is de Times New Roman. Ook de tekst die u nu leest is gezet in een letter met schreef: de Capitolium, ontworpen door Gerard Unger.

De Helvetica is een schreefloos lettertype, een zogenaamde sans serif (net als de kop boven dit stuk, de Vectora van de Zwitserse letterontwerper Adrian Frutiger). De Helvetica wordt verder gekenmerkt door zijn grote regelmaat en door de afwezigheid van eigenaardigheden. Door de ruime rondingen, en de horizontale uiteinden.

Vorig jaar is de Helvetica vijftig geworden. En dat werd gevierd. In binnen- en buitenland. Serieus en ludiek. Het Utrechtse ontwerpbureau Autobahn presenteerde drie nieuwe versies: de Tomatica (Helvetica nagetekend met ketchup), Heldentica (nagetekend met tandpasta) en Gelvetica (met lijm). Het Rotterdamse grafisch ontwerpbureau Het Proces maakte een sticker met het woord Helvetica gezet in de Times New Roman (die andere alomtegenwoordige letter), en plakte die op posters en deuren om het veelvuldig gebruik van de Helvetica te markeren.

Er waren exposities in het Design Museum in Londen en in het New Yorkse MoMA, dat een originele loden letterset opnam in zijn collectie. Voor de gelegenheid werd Helvetica – Homage to a Typeface van Lars Müller herdrukt, een fraai vormgegeven boekje met pagina’s vol toepassingen van de Helvetica. Het bedrijf Linotype, de eigenaar van de Helvetica, schreef een wedstrijd uit voor ontwerpen waarin de Helvetica werd gebruikt (‘Helvetica NOW’). Als klap op de vuurpijl wijdde de Amerikaan Gary Hustwit een tachtig minuten durende documentaire aan het onderwerp.

Bij zijn geboorte, in 1957, heette de Helvetica nog Neue Haas Grotesk. Eduard Hoffman, de directeur van de Haas’sche Schriftgießerei in Münchenstein, Zwitserland, wilde een letter die kon concurreren met de populaire Akzidenz Grotesk van de Duitse concurrent Berthold, een tamelijk traditionele, 19de-eeuwse sans serif. Max Miedinger, die als verkoper bij de Zwitserse lettergieterij werkte, was verantwoordelijk voor het moderniseren, bijwerken en opschonen.

Haas werd overgenomen door Linotype, dat de naam van de letter in 1960 veranderde in een verwijzing naar Helvetia, de Latijnse naam voor Zwitserland. De herpositionering was een groot succes; de letter werd veel meer gebruikt, vooral in Amerikaanse advertenties. Vandaag behoort hij nog altijd tot de best verkochte producten van Linotype. In 1983 werd de Helvetica Neue geïntroduceerd (gebaseerd op het origineel, maar uitgebreider), in 2001 de Helvetica World, met onder meer Cyrillische, Arabische, Hebreeuwse en Griekse versies.

De ontstaansgeschiedenis van de letter komt ook aan de orde in de documentaire (die het afgelopen najaar tweemaal voor een publiek van grafici is vertoond in de Amsterdamse bioscoop Kriterion en sinds kort beschikbaar is op dvd), maar regisseur Gary Hustwit heeft vooral plaats ingeruimd voor orakelende ontwerpers. Voor zowel voor- als tegenstanders.

In de laatste categorie valt de Amerikaanse Paula Scher, die de Helvetica beschouwt als de letter van het bedrijfsleven: van het grootkapitaal dat de Vietnam-oorlog steunde. Ook ontwerper Erik Spiekerman (een Duitser met humor; hij omschrijft zichzelf als een typomaniac – een ongeneeslijke maar niet dodelijke ziekte) heeft weinig op met het ontwerp. De ‘grote gelijkmaker’ noemt hij het, en ‘een misverstand’. ‘Een goed lettertype heeft ritme en contrast en vindt zijn oorsprong in een handschrift. De Helvetica heeft dat allemaal niet.’

De populariteit van de Helvetica is volgens Spiekerman vooral te wijten aan de verspreiding van de computer: Apple levert hem standaard mee, alle pc’s zijn voorzien van de Arial, die volgens Spiekerman – en met hem vele anderen – zo mogelijk nóg slechter is. ‘Slechte smaak is ook alomtegenwoordig. Het is als lucht: je hebt geen keus, je moet ademen. Het is als met McDonald’s. Omdat die op elke hoek van de straat zit, eet iedereen die rotzooi. Zo gebruiken veel ontwerpers de Helvetica zonder erbij na te denken.’

Een ander bezwaar van Spiekerman is dat alle letters van de Helvetica er hetzelfde uitzien. ‘Dat is de Zwitserse ideologie. De Helvetica is geen font, het is een leger.’

Daar valt tegenin te brengen dat letters er moeten uitzien als andere letters, omdat ze anders onleesbaar zijn. David Carson, die in de jaren negentig furore maakte met de vormgeving van het blad Raygun, bestond het ooit een interview met Brian Ferry af te drukken in de Zapf Dingbats. Dat zijn geen echte letters, maar cirkels, blokjes, sterretjes en andere kleine icoontjes. Carson vond het interview zo saai dat hij een vormgeving koos die paste bij zijn afkeer en verveling.

Tegenover Scher en Spiekerman plaatst Hustwit ontwerpers als Massimo Vignelli (die de Helvetica onder meer gebruikte voor het logo van American Airlines en zijn bewegwijzering van de New Yorkse metro), auteur Lars Müller (die de Helvetica typeert als ‘het parfum van de stad’) en de Nederlandse ontwerpers Wim Crouwel, die de letter in Nederland groot maakte (‘de Helvetica heeft geen eigen uitdrukking. Daardoor komt de boodschap van het ontwerp helder over’) en Danny van den Dungen van het Amsterdamse ontwerpbureau Experimental Jetset, dat de letter veel toepast, onder meer op T-shirts en theateraffiches.

Van den Dungen, opgegroeid met de lessen van Crouwel, neemt afstand van het trendy gebruik van originele, aparte lettertypen. ‘Het is doodvermoeiend en vaak teleurstellend, omdat die letter dan meestal direct weer door anderen wordt gebruikt. Met de Helvetica speelt dat niet. Omdat iedereen hem gebruikt.’

Hij vindt het allesbehalve vreemd dat de letter na vijftig jaar nog zoveel wordt gebruikt. ‘Als iets zo goed is ontworpen als de Helvetica, kan het nog wel een paar honderd jaar mee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden