Optommelen en opknappen

Duurzaam bouwen is meer dan het aanbrengen van voor de hand liggende milieuvoorzieningen. De ontwikkeling van het simpele 'optommelen' van een etagewoning tot het daadwerkelijk verbeteren van een wijk laat zich goed illustreren in Amsterdam....

door Marc van den Broek en René Didde

DUURZAAM bouwen is niet langer een hobby van geitenharensokkendragers. De futuristische paalwoning met grasdak, de regenton in de tuin en een windmolen voor de deur zijn versleten clichés over milieuvriendelijk wonen.

In elke nieuwbouwwijk hebben de woningen een efficiënte verwarmingsketel, staan zonnecollectoren op de daken die het badwater voorverwarmen, en stroomt regenwater naar reservoirs om er later het toilet mee door te spoelen.

Woningbouwverenigingen brengen deze voorzieningen aan op basis van een uitgebreid eisenpakket van voormalig staatssecretaris van Volkshuisvesting Dick Tommel, de D66-er die van duurzaam bouwen zijn speerpunt maakte. 'Optommelen', heet het als woningen volgens de lijst van de ex-staatssecretaris worden opgeknapt.

De ontwikkeling van het duurzaam bouwen staat daarmee niet stil. Het is meer dan het aanbrengen van voor de hand liggende milieuvoorzieningen. Nu krijgen zelfs woonblokken met ruime huizen en een energieslurpende lift het predikaat duurzaam. Het woonblok met lift is geschikt voor ouderen en in de grotere woning blijven gezinnen die kinderen krijgen langer wonen. De samenhang in de wijk blijft behouden, de verloedering krijgt minder kans. Woningen en wijk gaan langer mee.

Duurzaam bouwen heeft dus twee gezichten. Het aanbrengen van milieuvoorzieningen én het bouwen van een wijk waar de verloedering geen kans krijgt om de levensduur van de woningen te verkorten. Het boek Duurzaam renoveren in Amsterdam (Stedelijke Woningdienst Amsterdam f 39,50) laat beide kanten zien. De ontwikkeling van het simpele 'optommelen' van een etagewoning tot een daadwerkelijke wijkverbetering laat zich goed illustreren in Amsterdam.

Hans van Doesburg, projectleider duurzaam bouwen van het stadsdeel Oud-West, heeft de ontwikkeling van dichtbij meegemaakt. Onder het regime van wethouder Schaefer, in het begin van de jaren tachtig, trachtte hij de afdeling 'aankoop en opknappen' te doordringen van het belang van milieuvoorzieningen.

Begin jaren negentig leidde zijn inspanning tot een experiment met zonnecollectoren bij een renovatie van een etagewoning op het Cremerplein in Oud-West. 'Ik wilde per se zonnecollectoren aan de zijkant van de kasten op het balkon hebben. Zonnecollectoren waren iets bijzonders. Ze konden alleen in dure nieuwbouw en niet in een goedkope renovatie. Dat wilde ik doorbreken', zegt Van Doesburg.

Een andere noviteit was het plaatsen van een energiemeter op een centrale plaats, in het huis aan het Cremerplein boven de televisie. 'Daardoor zie je de meter voortdurend lopen en valt verspilling beter op. Je beseft ineens dat je al jaren koffie zet met een energieslorpend apparaat van duizend watt.'

Van Doesburg heeft een subsidie van enkele honderden guldens beschikbaar voor degene die een woning milieuvriendelijker wil maken. Erg hard loopt het niet. 'Zo'n dertig etagewoningen per jaar, de meeste in het bezit van de woningbouwverenigingen.'

Behalve dan op de Bellamystraat, waar drie gammele gemeentepanden in stijl werden gerenoveerd. 'De gemeente had de panden voor de sloop gekocht, maar na lang aandringen van de bewoners werd het een experiment, waarin we een ton subsidie konden stoppen', zegt Van Doesburg.

In de karakteristieke panden die vroeger de stadsrand vormden, kwamen moderne milieuvoorzieningen. Trots tonen de bewoners het enorme opvangreservoir voor regenwater, waarmee ze het toilet doorspoelen. De isolatiemaatregelen zijn dermate stringent dat de oude pandjes wat betreft energiebesparing niet onderdoen voor nieuwbouw.

Een warmtewisselaar verwarmt de koude buitenlucht die het pand wordt ingezogen met de warme ventilatielucht die wordt uitgeblazen. De zonnecollectoren die douche en cv van warm water voorzien zitten op het dak, maar de bewoners klagen dat het systeem niet goed werkt.

Voor de rest zijn ze tevreden. Ze sleepten oude banken van het Olympisch Stadion naar huis die ze verzaagden tot vlonders voor het dakterras. Ze regelden Frans eiken voor de bekleding van de achtergevel, tikten een partij oude steentjes op de kop voor een tuinpad en trokken aan de bel toen de aannemer de balustrade tegen de afspraken in met loodhoudende menie dreigde te schilderen.

Het 'gewone optommelen' heeft Van Doesburgs wel gezien. Hij wil aan de slag met de nieuwe trend en een project beginnen met een warmtepomp. 'Dat apparaat onttrekt warmte uit opgepompt grondwater en geeft het af aan de woning', legt Van Doesburg uit. 'In de winter is het grondwater warmer dan de buitenlucht en kan de cv erop draaien. In de zomer kan het systeem worden omgekeerd en is het een airco.'

IN AMSTERDAM-Osdorp gaan ze verder dan in Oud-West. 'Het is niet voldoende om een sausje van duurzaamheid over de bestaande wijken te gieten', zegt Els Daems, coördinator duurzaam bouwen van de Stedelijke Woningdienst Amsterdam.

Osdorp is een ruim opgezette wijk uit de jaren vijftig, met veel groen. De smalle plantsoenen waren destijds een lokker voor mensen uit de bedompte binnenstad.

De flats met maximaal vier woonlagen zien er monotoon uit. De ruimtes op de begane grond zijn niet bewoond, maar in gebruik als berghok, waardoor sociale controle op het straatleven ontbreekt. Overal ligt zwerfvuil.

Jonge gezinnen trekken weg bij gebrek aan grotere, moderne woningen. Ouderen, minder welgestelden en allochtonen blijven achter. 'Dat leidt tot veranderende sociale structuren en eenzijdig samengestelde wijken, waar de kans op verloedering groot is. Om het tij te keren, moeten we de sociale structuur in de buurt verbeteren. Dat is pas echt duurzaam bouwen', vindt Daems. 'Zo houd je de woningen in stand.'

Veel milieuwinst wordt geboekt door niet te slopen. Het is een simpel rekensommetje, volgens architect Henk van Schagen, die aan een project in Osdorp werkt. 'We kunnen slopen en een nieuwe wijk neerzetten of we kunnen de woningen verbeteren, wat 70 procent bouwmateriaal scheelt.'

Van Schagen en Daems tonen hoe het duurzame Osdorp eruit moet zien, aan de hand van een modelwoning in de Hertingenstraat. Op het eerste gezicht lijken de woningen in de wijk niet al te best. De gammele tussenwandjes en uitgewoonde keukens zullen potentiële bewoners niet enthousiast maken. Maar, zegt van Schagen: 'Als je de opknapbeurten uit het verleden er weer afschilt, dan houd je een karkas over waarmee je nog veel kunt doen.'

In het karkas komen de grote woningen op de onderste twee verdiepingen met de keukens aan de straatkant. Daarboven worden kleinere woningen gebouwd en er komt een zesde laag, soms een zevende bovenop. Op deze wijze wordt de gewenste gevarieerde bevolkingsopbouw gerealiseerd, met jongeren, ouderen, grote gezinnen en alleenstaanden.

De lijst van Tommel wordt zo goed mogelijk gevolgd. Het energieverbruik van de verbouwde woningen in Osdorp moet met de helft dalen door goede isolatie, warmtepompen en zonnecollectoren. Voor de bovenste nieuwe verdiepingen wordt naaldhout en prefab beton gebruikt. Bedrijven in de buurt leveren het beton en de stenen. Het regenwater dat op de daken valt, stroomt naar de tuinen.

De grote blokken in Osdorp blijven staan, maar toch wordt er wat gesloopt. 'Het stadsdeel wil verparken', zegt Van Schagen. 'We denken dat mensen meer hebben aan één groot park dan aan veel kleintjes.'

HET CONCEPT van de tuinstad met een snipper groen op elke hoek lijkt zijn langste tijd te hebben gehad in dit deel van Osdorp. 'Veel groen in de buurt wordt geassocieerd met onveiligheid, met eng', zegt Van Schagen.

Net zoals in de negentiende-eeuwse gordel van de stad wordt gekozen voor een dicht bebouwde stedelijke zone met een groot park in het midden. Rond de grote stadsparken in Amsterdam, zoals het Vondelpark en het Oosterpark, is het niet anders. Die wijken zijn al honderd jaar in trek, duurzamer dan de revolutiebouw van vlak na de oorlog, zoals in Osdorp.

Meer ideeën uit de negentiende eeuwse buurten waaien over naar de na-oorlogse wijken. In Osdorp komt groen om de huizen, maar dat is niet meer openbaar. Om de tuinen komen hekwerken en gemetselde tuinmuurtjes. Alleen de aanwonenden kunnen erin, net zoals in de tuinen binnen de blokken in de oude delen van de stad. Een huismeester ziet toe op het onderhoud.

Duurzaam bouwen is ook verdichten. Langs het nieuwe park in de Osdorpse wijk komen woontorens, waarvoor snippergroen moet wijken. Op de bestaande lage flats worden nieuwe woonlagen gebouwd. Uiteindelijk komen er meer woningen in de wijk.

De plannen ogen fraai, maar de kosten zijn hoog. Gemiddeld kost het opknappen per woning in de Osdorpse wijk 125 duizend gulden. Dan kan zij er weer vijftig jaar tegen. Met een gewone standaardrenovatie van rond de vijftigduizend gulden kan een woning 25 jaar mee.

Het slopen van de wijk en het plegen van nieuwbouw is ongeveer even duur als een ingrijpende renovatie. En met renoveren boek je milieuwinst, zoals hergebruik van materialen. Bovendien is de bouwtijd fiks korter. En je krijgt eigentijdse duurzame woningen met behoud van de voorraad goedkope huurwoningen, zeggen Van Schagen en Daems. Ook minder idealistische mensen kunnen dan een milieuvriendelijke woning betrekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden