Optisch bedrog zwakke schakel bij voetbal

Het komt nogal eens voor dat een voetbalscheidsrechter ten onrechte fluit voor buitenspel. Leo Elders en Lex Burdorf pleiten voor het gebruik van audiovisuele middelen door een vierde arbiter, om op die manier het arbitrale trio te behoeden voor foutieve beslissingen....

LIEFHEBBERS van voetbal zien de datum van 10 juni naderen, wanneer in Brussel de aftrap wordt verricht van het Europees kampioenschap voetbal. Hoewel het succes van het toernooi afhankelijk is van meerdere factoren, is een niet onaanzienlijke factor het spelinzicht van (assistent-)scheidsrechters.

Verkeerd beoordeelde spelmomenten veroorzaken altijd grote irritaties bij spelers, trainers en publiek. Een inschattingsfout van een scheids- of grensrechter kan verstrekkende gevolgen hebben op het verloop van de wedstrijd. Een ten onrechte gegeven strafschop en het afkeuren van een terechte goal kunnen het verschil betekenen tussen veel geld en aanzien, en roemloos ten onder gaan. Na het zien van televisiebeelden van voetbalwedstrijden kan telkens worden geconstateerd dat er beoordelingsfouten worden gemaakt door het arbitrale trio.

Dit moet ook de KNVB een doorn in het oog zijn geweest toen zij besloot een onderzoek uit te laten voeren naar het spelinzicht van (assistent-)scheidsrechters. De resultaten van het onderzoek zijn te vinden op de website van de KNVB http://www.knvb.nl (zoekwoord: buitenspel) en zijn onlangs gepubliceerd in het maartnummer van Nature, onder de titel: 'Errors in judging offside in football'.

Er is sprake van buitenspel als een aanvaller op de helft van de tegenstander dichter bij de goal staat dan twee spelers van de tegenpartij. Uit het onderzoek blijkt dat in 9,3 procent van de gevallen ten onrechte buitenspel werd gegeven als gevolg van een combinatie van optisch bedrog en een verkeerde opstelling van de assistent-scheidsrechter (AS) langs de zijlijn. De AS moest een beoordeling maken van een spelsituatie die te beoordelen viel. 'Het komt erop neer dat van de AS iets wordt gevraagd waaraan hij niet kan voldoen', aldus het onderzoek. Overigens blijkt ook de scheidsrechter niet vrij van foutief spelinzicht. Zo maken scheidsrechters meer beoordelingsfouten indien ze harder rennen en dichter op spelsituaties staan.

Tijdens een voetbalwedstrijd komen ongeveer twee à drie verkeerd beoordeelde spelsituaties voor. De hypothese is dat beide elftallen daar in dezelfde mate last van hebben. De kansen lijken echter niet evenredig verdeeld. Bij twee gelijkwaardige elftallen zou het elftal dat het meest in de aanval is, theoretisch meer last moeten hebben van foutief beoordeelde spelsituaties, omdat de kans op een foutieve beoordeling dan groter is. Indien een elftal veel sterker is dan de tegenstander, zou een beoordelingsfout minder problemen op hoeven te leveren vanwege de geringere invloed op het resultaat. Op het EK zijn de partijen echter redelijk aan elkaar gewaagd, waardoor de bandbreedte van fouten slechts zeer smal mag zijn. De resultaten van het onderzoek van de KNVB voorspellen echter niet veel goeds.

Het op de juiste wijze uitvoering geven aan spelregels bepaalt de zuiverheid van het spel. Een voorwaarde is echter goed spelinzicht. Spelinzicht op zijn beurt wordt weer bepaald door een combinatie van kennis van spelregels en de optische waarneming. Kennis van spelregels is aan te leren. Een voorwaarde voor de optische waarneming is een goed stel ogen en een juiste interpretatie op het niveau van de hersenen. Een ogentest van scheidsrechters voorziet in het eerste. Het optimaliseren van de interpretatie op het niveau van de hersenen is een heel ander probleem. Optisch bedrog is zo'n interpretatieprobleem dat om interventie vraagt. Een aantal mogelijkheden zou daarbij in overweging genomen kunnen worden.

Het gebruik van audiovisuele middelen, ter beschikking van een vierde arbiter die het arbitrale trio kan behoeden voor foutieve beslissingen, ligt dan het meest voor de hand. In het American Football is gedurende een jaar geëxperimenteerd met het gebruik van televisiebeelden tijdens de wedstrijd, maar vanwege discussies over de interpretatie van de beelden heeft het project geen doorgang gevonden. Voetbal is echter een heel andere sport, die zou kunnen profiteren van middelen die interpretatie van spelsituaties beter mogelijk maakt.

De vierde official beschikt immers over beelden uit meerdere waarnemingshoeken. Het gebruik van audiovisuele beelden kan overigens ook voor andere doeleinden worden ingezet, bijvoorbeeld voor het vaststellen van overtredingen. Bij onduidelijkheden zou de scheidsrechter kunnen informeren naar de waarneming van de vierde official en die meenemen in zijn beslissing.

Er zijn overigens verschillende balsporten waarin de waarneming ondersteund wordt door praktische toepassingen. Zo zit bij tennis de umpire op een hoge stoel om een goed beeld van het veld en het spel te hebben, daarbij ondersteund door lijnrechters en elektronische apparatuur om de opslag te controleren. Ook bij volleybal verheft de scheidsrechter zich boven het niveau van het speelveld.

Ten tweede kan in de opleiding van scheidsrechters rekening worden gehouden met de resultaten van het onderzoek van de KNVB. Scheidsrechters zouden via simulatietrainingen en virtual-reality-toepassingen moeten kunnen profiteren van de voortgang in de techniek om beter geëquipeerd op spelsituaties te kunnen anticiperen. Daarbij is het zeker niet nodig dat de scheidsrechter zelf geavanceerde elektronica met zich meedraagt, als hij er maar wel door wordt geholpen.

Ten derde kan worden overwogen de huidige buitenspelregel te veranderen. Een speler zou ook buitenspel moeten staan als hij op één lijn staat met de verdediging van de tegenpartij. Nu is dat nog gepermitteerd, maar gaat de beoordeling fout. Een andere oplossing, conform het veldhockey, zou kunnen zijn buitenspel af te schaffen. Daarnaast kan het zestienmeter-gebied worden uitgebreid, waarbij de regel gaat gelden dat alleen in dat gebied een poging tot scoren mag worden ondernomen. De arbitrale beslissing is dan niet meer afhankelijk van de optische waarneming van een combinatie van meerdere spelers en hun relatie tot de bal, maar van de relatie van slechts één speler met een bal ten opzichte van een lijn: een vereenvoudiging van de optische waarneming.

Het onderzoek van de KNVB verdient navolging. De bijna 100-jarige FIFA en de International Board, die de spelregels vaststelt en wijzigt, zouden de resultaten ter harte moeten nemen. Het voetbal moet immers meegaan met zijn tijd en vernieuwing in de sport maakt het spel mogelijk nog interessanter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden