Optieplan FNV is onbekookt voorstel

Opties, niet alleen voor managers maar voor alle werknemers. Dit voorstel van de FNV lijkt een logische reactie op de inhaligheid van het topmanagment....

MET zijn pleidooi van opties voor allen stak FNV-strateeg Cor Inja de neus in de wind van het aandeelhouderskapitalisme en rook dat het goed was. Geld stinkt niet, en meer geld al helemaal niet. Deze verrassende wending van de vakbondsman lijkt vooral ingegeven door opportunistische overwegingen en een reactie op de 'exhibitionistische' zelfverrijking van het topmanagement, zoals Wim Kok dat ooit verwoordde.

De inkt van Inja's voorstel was nog niet droog of de Volkskrant (22 juli) onthulde opnieuw een exorbitante inkomensstijging bij topmanagers. De FNV-federatieraad moet wel van heel goede huize komen om Inja's voorstel van opties voor iedereen alsnog te verwerpen. Toch zijn er vier belangrijke redenen om dat wel te doen.

Ten eerste is niet nagedacht over de fiscale implicaties. Momenteel bestaat voor opties een blokkeringstermijn van drie jaar. Worden de opties binnen die tijd uitgeoefend, dan vallen de koerswinsten onder het tarief van de inkomstenbelasting. Tel uit je winst. Worden zij na die tijd uitgeoefend dan geldt altijd nog een forfaitair tarief van 7,5 procent en dat wordt in het nieuwe belastingstelsel 20 procent.

Ten tweede is onduidelijk of deze opties naast of bovenop het arbeidsinkomen worden geplaatst. Oftewel: worden ze uit de ondernemingswinsten betaald of uit het inkomen? In het eerste geval is sprake van vermogensaanwasdeling in de eigenlijke zin. Dat klinkt sympathiek, maar betekent wel hogere inflatie en stijgende loonkosten. In het tweede geval krijgt de werknemer gewoon een deel van zijn inkomen in de vorm van aan- en verkooprechten (opties) uitgekeerd. Zolang de koersen stijgen is dat aantrekkelijk, wanneer ze dalen zal de werknemer inkomen prefereren en dus compensatie eisen.

Ten derde staat Inja's voorstel haaks op de vakbondstraditie van brede belangenbehartiging. Opties werken alleen als er aandelen zijn. Slechts zo'n 150 bedrijven in Nederland staan aan de beurs genoteerd. De overgrote meerderheid dus niet. Wat wil de FNV in de duizenden niet- beursgenoteerde bedrijven doen? Om over de publieke sector maar te zwijgen. Lodewijk de Waal mag wel oppassen dat het toch al wankele evenwicht binnen de FNV tussen Bondgenoten en de Abva-Kabo niet verder wordt verstoord.

Ten vierde haalt Inja met zijn optieplan belonen en deelnemen door elkaar. Moderne medewerkers, zeker in hoogwaardige branches en sectoren als de IT en de zakelijke dienstverlening, willen naast een goede beloning steeds vaker deelnemen in het risico van de onderneming waar zij werkzaam zijn. Daarvoor zijn opties niet geschikt, maar aandelen wel.

Ook van niet-beursgenoteerde bedrijven is het mogelijk de waarde van het bedrijf vast te stellen en daar door middel van aandelen in deel te nemen. Dat gebeurt in Nederland ook in toenemende mate. Alleen al vorig jaar hebben enige tientallen bedrijven hun werknemers in de gelegenheid gesteld aandelen in het bedrijf te kopen.

Daarmee krijgen medewerkers toegang tot de vergadering van aandeelhouders en kunnen zij meepraten over de strategie en visie van de onderneming als geheel. De waardestijging van het aandeel en het uit te keren dividend is in deze zin dan niet alleen mooi meegenomen, maar stimuleert het verantwoordelijkheidsgevoel en de betrokkenheid van de medewerker met de eigen onderneming.

Het optievoorstel van Inja is een onbekookt voorstel. In deze vorm appelleert het alleen aan het graai-gevoel en doet het op geen enkele manier recht aan de wensen van veel werknemers én werkgevers om in gezamenlijke verantwoordelijkheid een onderneming te runnen. De belangrijkste constatering moet zijn dat het de vakbeweging nog immer aan een strategie ontbreekt, gericht op veranderende werknemers in veranderende ondernemingen.

Sleutelwoord in deze strategie is participatie. Grofweg onderscheiden we in Nederland drie vormen van participatie: directe participatie, indirecte participatie en financiële participatie. Directe participatie bestaat uit 'teamwork', kwalitatief hoogstaande arbeid en zeggenschap op de werkvloer over de inrichting van arbeid en productie. Indirecte participatie heeft in Nederland de vorm gekregen van ondernemingsraad en een raad van commissarissen. Financiële participatie tenslotte gaat over het deelnemen in het vermogen van de onderneming.

De ideale arbeidsorganisatie is een organisatie waarin al deze vormen van participatie goed zijn ingevuld. Alleen dan zorgt participatie voor loyaliteit, betrokkenheid en betere prestaties voor de onderneming in het algemeen.

Als een vakbond over meedelen in vermogenswinsten begint, mag je verwachten dat daar een bredere opvatting aan ten grondslag ligt over de arbeidsorganisatie van de 21ste eeuw. Opvattingen over private en publieke organisaties en over beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde bedrijven. Natuurlijk zal de mix van participatie-vormen van organisatie tot organisatie verschillen. Financiële participatie kan wel in de private sector, terwijl in de publieke sector de nadruk meer op directe en indirecte participatie zal liggen.

Participatie hoe, wat, waar, voor wie en voor wie niet - daarover verwacht je uitlatingen van de bonden. Zolang dat ontbreekt spreekt uit Inja's voorstel het opportunisme van de zomerluwte. Opties hebben met participatie namelijk niets van doen. Opties zijn aan- en verkooprechten - niets meer en niets minder - en spreken werknemers alleen op hun calculerende vermogens aan.

Bovendien is het als beloningsinstrument alleen geschikt voor werknemers van beursgenoteerde ondernemingen. Met volkskapitalisme heeft dit alles niets te maken, met opportunistisch graaien - en een volgende loononderhandelingsronde - waarschijnlijk des te meer.

Ewald Engelen is verbonden aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam en Henk Kool is directeur van het Nederlands Participatie Instituut te Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden