Opstelten weet niet precies welk bedrag aan Cees H. is overgemaakt

Minister Ivo Opstelten van Justitie weet niet hoeveel geld de Staat in 2000 heeft overgemaakt aan drugsdealer Cees H. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Hij heeft gezocht naar de bankafschriften uit die tijd, maar de bewaringstermijn van de banken is reeds verstreken. In een Kamberdebat op 13 maart rekende de minister nog voor dat H. 1,25 miljoen gulden zou hebben teruggekregen. Nu schrijft hij: 'Over wat feitelijk is overgemaakt, heb ik met uw Kamer niet gesproken.'

Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie op het Binnenhof.Beeld anp

Het verhaal van de schikking tussen Cees H. en het Openbaar Ministerie leest als een thriller waarvan de ontknopende hoofdstukken nog moeten worden geschreven. In 1995 werd H. veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. Hij was een van de leiders van het beruchte Octopusnetwerk, dat onder meer tonnen hasj verscheepte vanuit Pakistan. Justitie probeerde hem kaal te plukken, maar daar kwam weinig van terecht.

Het Openbaar Ministerie wilde in 1994 beslag leggen op een half miljard gulden van H., schrijft Opstelten. Al snel werd dat bedrag naar beneden bijgesteld tot de nog steeds aanzienlijke som van 308 miljoen. Justitie nam uiteindelijk slechts '6 tot 7 miljoen gulden' van H. af en werd door de rechter gedwongen te bewijzen dat het geld daadwerkelijk verband hield met 'de strafbare feiten waarvoor H. door het hof was veroordeeld'. Dat lukte niet, 'problematische bewijslast' gooide roet in het eten. Toenmalig officier van justitie Fred Teeven ging daarna over tot schikkingsonderhandelingen met H. en zijn advocaat.

Opstelten schrijft dat uit destijds ingewonnen advies van het 'Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie' (ofwel BOOM) bleek dat, om precies te zijn, ter waarde van 5.085.700 gulden op eigendommen van H. beslag was gelegd. Die eigendommen waren echter in waarde gedaald tot 2 miljoen euro (bestaande uit 'banksaldi Luxemburg, contant geld en sieraden'). Volgens de minister kwam dat doordat 'een andere beslaglegger' een pand van H. in België had verkocht. Teeven kwam uiteindelijk tot een schikkingsbedrag van 750.000 gulden. De rest zou teruggaan naar H.

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven.Beeld anp

Minister maakte zelf rekensom
Teeven is nu staatssecretaris van Justitie. Hij staat echter niet in het beklaagdenbankje omdat hij destijds handelde onder en met toestemming van het College van Procureurs-Generaal van het Openbaar Ministerie. Maar minister Opstelten van Justitie, eerste verantwoordelijke voor het OM, is wel genoodzaakt uitleg te geven aan de Tweede Kamer.

Toen Opstelten afgelopen 13 maart met de Kamer sprak over de deal, sloeg hij zelf aan het rekenen en kwam uit op een bedrag van 1,25 miljoen gulden dat zou zijn teruggegeven aan H. Daar komt de minister nu op terug. 'Over wat feitelijk is overgemaakt, heb ik met uw kamer niet gesproken.' De minister schrijft dat hij heeft gezocht naar bankafschriften van de transactie, maar dat banken transactiegegevens maar zeven jaar hoeven te bewaren. Die termijn is ruimschoots verstreken. 'Navraag bij de banken waar het OM destijds bankierde heeft geen resultaat opgeleverd.'

Ook in de eigen archieven kon de minister vooralsnog geen afschriften terugvinden. Het ministerie is sinds 2000 'enkele malen' overgestapt op nieuwe betalingssystemen, wat 'het raadplegen bemoeilijkt'. De bewindsman belooft er op terug te komen als het onderzoek is afgerond. Ook geeft hij de Kamer 'bij hoge uitzondering' inzage in een advies van het OM over de schikking (het BOOM-advies).

Minister Opstelten van Justitie.Beeld anp

Volgens advocaten wel 5 miljoen overgemaakt
Het betoog van de minister botst met opmerkingen van de huidige en de voormalige advocaat van H. De raadsmannen - nu Jan-Hein Kuijpers, in 2000 Piet Doedens - hebben beiden gezegd dat een bedrag van 5 miljoen gulden zou zijn overgemaakt naar hun cliënt. Doedens stelde vorige week in een interview met de Volkskrant dat het geld destijds is gestort op de rekening van zijn advocatenkantoor. Hij beweert het afschrift nog te hebben, maar zegt dat hij het van zijn cliënt niet mag tonen. Opstelten, gesteund door het College van Procureurs-Generaal, blijft bij het bedrag van 2 miljoen gulden waarop het OM beslag had gelegd. De opmerking van Doedens is dan ook 'niet te plaatsen', schrijft Opstelten.

De minister herhaalt dat de deal in 2000 plaatsvond geheel volgens de destijds geldende wet- en regelgeving. Het OM was toen nog niet genoodzaakt de transactie te melden aan de Belastingdienst en van witwassen zou geen sprake zijn omdat niet bewezen kon worden dat het geld van H. zwart was.

De brief van Opstelten roept in de Kamer opnieuw vragen op. D66 vroeg vanmiddag meteen een nieuw debat aan met de minister, maar coalitiepartijen VVD en PvdA hielden dit tegen. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg reageerde verontwaardigd op de brief. Op Twitter schrijft ze dat dat de minister wel degelijk heeft gesproken over een bedragn van 1,25 miljoen gulden dat is overgemaakt aan H. Ze vindt dat de advocaten van H. het bankafschrift moeten laten zien. Coalitiepartij PvdA wil eerst de vertrouwelijke inzage van het BOOM-advies afwachten en daarna eventueel op de zaak terugkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden