Opstartproblemen van een kwaliteitskrant

Pien van der Hoeven beschrijft niet alleen de curieuze ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad, maar schetst en passant ook een beeld van de jaren zestig.

Pien van der Hoeven: Het succes van een kwaliteitskrant - De ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad.

Prometheus; 545 pagina's; € 30,-


De romance tussen Beatrix en Claus werd aan het volk bekend door een foto die op 5 mei 1965 werd gepubliceerd in De Telegraaf. Nederland was in rep en roer, maar de lezers van de Nieuwe Rotterdamse Courant merkten daar weinig van. De hoofdredactie liet weten dat het hier een privézaak betrof. Pas op 26 juni, vlak voor de officiële bekendmaking van de verloving van de kroonprinses, liet de liberale krant van zich horen. Het commentaar van hoofdredacteur Stempels loog er niet om. De minister-president zou 'heel wat nieuws' te vertellen moeten hebben om de conclusie te rechtvaardigen dat het huwelijk wettelijk kon worden goedgekeurd. 'Wat tot nu toe bekend is geworden, leidt ons allerminst tot zo'n conclusie', schreef de NRC. Geen toestemming dus voor Bea en Claus.


President-commissaris Feith van de Nederlandse Dagbladunie (NDU), de uitgever van de NRC, was des duivels over dit vrijmoedige strandpunt, dat in het brave Nederland van 1965 als majesteitsschennis werd opgevat. De abonnees van de NRC haalden evenwel hun schouders op; de verlichte bovenlaag van Nederland kon een geintje in haar huisorgaan wel waarderen. Pien van der Hoeven wijst er in haar donderdag verschenen proefschrift over de ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad op dat het lezersbestand van de NRC in sociaal opzicht homogeen was: buitenkerkelijk, academisch en welgesteld, maar wat betreft politieke voorkeur opmerkelijk pluriform. Dat het bergafwaarts ging met de NRC verklaart Van der Hoeven uit het feit dat de krant - in tegenstelling tot zijn lezers - niet met zijn tijd meeging. 'Een samenleving die sterk veranderde, was niet goed waar te nemen vanuit de instituties van waaruit de NRC traditioneel verslag deed', schrijft Van der Hoeven. 'Want de nieuwe cultuur manifesteerde zich juist daarbuiten: de oppositionele beweging in de politiek ontwikkelde zich buiten het parlement; de populaire en de experimentele muziek buiten de Doelen en het Concertgebouw (...) Stempels werd meer en meer een anachronisme - en met hem de krant die hij weigerde te veranderen.'


Het probleem met die andere liberale krant van de NDU, het Algemeen Handelsblad, was precies het omgekeerde. Hoofdredacteur Steketee ging minder ver dan collega Stempels inzake Het Huwelijk, maar constateerde niettemin dat Beatrix met haar 'zelfbewuste, impulsieve en onbuigzame karakter' nog geen blijk had gegeven van eenzelfde deemoedige en democratische instelling als haar moeder, terwijl de tijdgeest daar wel om vroeg. Grote consternatie bij de abonnees. In het Gooi kwam de actie 'Zeg-je-Handelsblad-op' op gang. Met succes, het aantal opzeggingen werd eind 1965 geschat op vier- tot zeshonderd.


Terwijl de vrijgevochten bohémiens op de Handelsblad-redactie experimenteerden met nieuwe vormen van journalistiek om de swinging sixties binnenboord te halen, bleek het lezersbestand daar in het geheel niet van gediend te zijn. De hoofdredactie hield jonge vernieuwers als Jan Blokker, Hans van Mierlo en Hans Gruijters de hand boven het hoofd, maar probeerde ook de conservatieve achterban tevreden te houden. Twee zielen in één dagblad, noemde Henk Hofland, de opvolger van Steketee als hoofdredacteur het. Dat kon niet goed gaan. De druk die uitgever NDU al jaren op de twee kranten uitoefende om te fuseren kon niet meer worden weerstaan: in 1970 ging de kogel door de kerk.


Pien van der Hoeven heeft 14 jaar lang gewerkt aan 19 jaar persgeschiedenis. Haar verhaal begint in 1958 en loopt tot 1977. De sleutelfiguren heeft ze rond 2000 geïnterviewd - gelukkig maar, want vele zegslieden hebben de voltooiing van de studie niet meer gehaald. Het is een grondige en afgewogen reconstructie van een chaotische, maar ook belangrijke episode van het Nederlandse dagbladwezen geworden. Het is minder een spannend leesverhaal voor de fans dan het prachtboek dat Mariëtte Wolf in 2009 publiceerde: Het geheim van De Telegraaf. Vergeleken met de studie van Annet Mooij over de Volkskrant tussen 1980 en 2010 -Dag in dag uit, een met geamuseerde verbazing opgetekend relaas van de stellingenoorlogen op de redactie - biedt Van der Hoeven meer. Zij wisselt de verwikkelingen tussen redacteuren, hoofdredacties en directies af met rake typeringen van hoofd- en bijrolspelers. Doordat ze uitgebreid aandacht besteedt aan de standpuntbepaling van de kranten inzake gevoelige kwesties levert haar boek ook een bijdrage aan de geschiedenis van Nederland in de 'lange jaren zestig'.


De held van Van der Hoeven is André Spoor, de man die de fusiekrant van de grond zou tillen. Hij werkte drie jaar bij de NRC en was vervolgens correspondent voor regionale kranten in Washington. In 1968 werd Spoor door de NDU naar Amsterdam teruggehaald om naast brokkenpiloot Hofland hoofdredacteur van het Handelsblad te worden. Spoor verkeerde in de veronderstelling dat de fusie met de NRC al in kannen en kruiken was - en dat leek hem een uitgelezen kans om, zoals hij het zelf noemde, dé kwaliteitskrant van Nederland te maken. De betrokken redacties waren te druk met achterhoedegevechten om zich met dergelijk ambities bezig te houden.


Een quality paper is de Angelsaksische typering voor een krant die het topsegment van de markt bedient: de welgestelden, de leidinggevenden en de culturele voorhoede. De nieuwe krant (die ook zo moest heten: De Nieuwe Courant) moest aan de eisen van die lezersgroep voldoen. De semiprofessionele Nederlandse journalist moest een echte professional worden, naar buitenlands voorbeeld. Dat betekende voor Spoor in de eerste plaats onafhankelijkheid: er kon geen binding bestaan met enige politieke of religieuze groepering of met belangengroepen. Geen overbodige eis, want Joop van Tijn onthulde in 1970 in Vrij Nederland dat de NDU-kranten gratis paginagrote advertenties voor de VVD opnamen.


De tweede eis van Spoor was: actieve journalistiek. De New York Times, wist Spoor, had de meeste primeurs van de Amerikaanse pers. Vooral de heren van de NRC, of ze nu over buitenland of over sport schreven, vonden zich daar eigenlijk te goed voor. De krant moest van Spoor ook dikker en vollediger worden: meer buitenlandpagina's, meer reportages, dagelijks een katern Mens & Bedrijf, maandag een katern Sporttotaal en vrijdags een Cultureel Supplement dat 'de lezers informatie en opinie zou bieden over alles wat er in de kunstwereld aan de hand is'. Spoor en de andere hoofdredacteuren wilden van de gelegenheid gebruik maken om zwakke redacteuren te ontslaan. Er moest veel beter worden geschreven, weg met gewichtigdoenerij en langdradigheid. Bij een kwaliteitskrant hoort een betere bezetting, was de boodschap aan de buitenwereld. Een massa-ontslag vond evenwel geen genade bij NDU-directeur Pluygers. Die hield ook vast aan de merknamen NRC en Handelsblad.


Onder het kopje 'Gevecht op de apenrots' vertelt Van der Hoeven met smaak over de veldslag die vervolgens plaatsvond tussen de deelredacties van de twee kranten om de beste posities. De gehaaide jongens van het Handelsblad wonnen glansrijk van hun nette, wat oudere collega's van de NRC. Op 1 oktober 1970 kwam de fusiekrant van de pers.


De kloof tussen de ambities en het dagelijkse resultaat bleek immens. De concurrentie maakte zich vrolijk over de blunders en onvolkomenheden in de 'zogenaamde kwaliteitskrant'. Het abonneebestand kelderde achteruit. Hoofdredacteur Spoor moest constateren dat het 'bij veel redacteuren mis is met de journalistieke basis. Velen hebben geen notie van berichten en koppen maken.' Elke middag wees schoolmeester Spoor zijn redacteuren tijdens de 'nabespreking' onvermoeibaar op alle fouten in de krant.


Het kwam uiteindelijk goed, niet in de laatste plaats omdat zo'n 7.000 abonnees van het opgeheven katholieke dagblad De Tijd naar NRC Handelsblad overstaken. Er werd zowaar enige winst gemaakt en de oplage begon te stijgen. Rond 1977, beweert Van der Hoeven, was de kloof tussen de ambitie en werkelijkheid gedicht. Nederland had zijn kwaliteitskrant.


Zelf denk ik dat de echte take off van NRC Handelsblad in de jaren tachtig plaatsvond. Met de diepe economische crisis van 1979 kwam er een kentering in het maatschappelijke klimaat. De wereldverbeteraars verloren het initiatief, de no nonsense-aanpak van premier Lubbers zette de toon. Het professionele ethos van Spoor werd de norm voor de serieuze journalistiek als geheel. NRC Handelsblad ging voorop, de 'Japanners van de Wibautstraat' zoals de collega's van de Volkskrant werden aangeduid, zagen zich gedwongen tot een inhaalrace.


HOFLAND: WEG MET D'66!

Drie redacteuren van het Algemeen Handelsblad, Hans Gruijters, Hans van Mierlo en Jan Sampiemon,

waren betrokken bij de oprichting van D'66. Hoofdredacteur Steketee maakte er geen probleem van, maar zijn adjunct Hofland vond D'66 'een beetje onzin'. De partij werd 'geregeerd door instant emotions', zei hij. 'Als ze maar een brok in hun keel voelen, denken ze dat 't het een ideologie is.' Bij de VVD, waarvoor hij ooit geprobeerd had in de Tweede Kamer te komen, waren ze 'cynischer, volwassener' en hadden ze 'meer werkelijkheidszin'. Bij de verkiezingen van 1971 betreurde Hofland dat NRC Handelsblad brak met de traditie van het geven van een stemadvies. Hij had 'graag zijn afkeer van D'66 tot standpunt van de krant' gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden