Opstapje voor sporter en organisatie

Voor directeur Pieter van den Hoogenband draait het Jeugd Olympisch Festival om de kampioenen van de toekomst. Het NOC*NSF vindt het een bewijs van organisatorisch talent.

Voormalig topjudoka Deborah Gravenstijn had donderdag een duidelijke boodschap voor Lisa Mullenberg. Nadat zij de Limburgse op het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF) de gouden medaille had overhandigd, zei Gravenstijn dat het judotalent uit Maastricht er nog niet is. 'Lisa moet leren zich professioneel te presenteren. De stap van talent naar topsporter is één, maar de stap van topsporter naar professionele topsporter is misschien wel de belangrijkste. Het talent moet een persoonlijkheid worden.'


Maar, gaf Gravenstijn toe in de catacomben van de Jaarbeurs, het begint met talent. Dat zit goed bij Mullenberg, die in de finale van de categorie tot 63 kilo de Hongaarse Szabina Gercsak versloeg.


Het vrijdagavond in Utrecht geëindigde EJOF, de twaalfde editie sinds 1991, is meer dan zomaar een Europese talentenschouw in negen sporten. Het gaat om het plezier, om de ontmoetingen tussen jonge sporters die elkaar anders nooit tegenkomen, om de olympische voorbereiding.


Toen Joop Alberda technisch directeur was bij sportkoepel NOC*NSF (1997-2004), benadrukte hij dat sporters op jonge leeftijd aan multisportevenementen moeten deelnemen. Alleen op die manier zou een sporter zich kunnen voorbereiden op de 'grote' Spelen met zijn 10.500 deelnemers en 5.500 begeleiders.


Het relatief kleine, laagdrempelige EJOF van Utrecht laat zich lastig vergelijken met de grote Spelen. In de Domstad was men blij met 2.100 vrijwilligers, de zogeheten 'Festival Makers'. Vorig jaar in Londen waren er zeventigduizend 'Games Makers' actief, geselecteerd uit 230 duizend aanmeldingen.


Directeur Gerard Dielessen van NOC*NSF blogde deze week dat Utrecht 2013 een prachtig voorbeeld was van de kundigheid van de Nederlandse sportorganisatie. 'Het Europees Jeugd Olympisch Festival in Utrecht bewijst eens te meer dat ons land heel goed in staat is om grootschalige multisportevenementen te organiseren. Wat mij betreft, wijst EJOF 2013 de weg naar bijvoorbeeld de Youth Olympic Games in 2022 en wellicht zelfs ooit de organisatie van de 'grote' Olympische en Paralympische Spelen. Het zou mooi zijn als het succes van EJOF 2013 de basis legt voor een hernieuwde discussie over de Nederlandse olympische ambitie.'


Nederland heeft best een aardige geschiedenis van grote internationale evenementen in meer dan één sport. De Olympische Spelen van 1928 (Amsterdam) tellen in dat verband niet mee.


In 1980 was Nederland de vervanger van Moskou voor het organiseren van de 'Olympische Spelen voor Gehandicapten' te Arnhem. Dat evenement nam daarna de naam Paralympische Spelen aan. Uit 42 deelnemende landen deden in 18 takken van sport 2.500 paralympische atleten mee.


In 1990 traden in Assen liefst drieduizend gehandicapte sporters uit veertig landen aan voor de gecombineerde wereldkampioenschappen in tien sporten. Drie jaar later vond de tweede editie van het EJOF, toen nog EJOD, plaats in Valkenswaard. Dat werd in datzelfde jaar nog overtroffen door de World Games (voor niet-olympische sporten) in Den Haag: 22 sporten, 2.275 atleten en 69 deelnemende landen.


Bieding

Sindsdien stond de teller stil, tot Utrecht. Nederland had het EJOF bedoeld als aanloop naar de nieuwste variant aan de olympische boom, de Jeugd Olympische Spelen die in 2010 in Singapore hun doop beleefden. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) wees in februari de bieding van Rotterdam voor 2018 beleefd af. De financiële garanties voor het budget van 7 miljoen euro waren onvoldoende. Ter vergelijking: Utrecht kostte 10 miljoen.


In Utrecht, dat het motto 'Celebrate Talent' gebruikte, gingen stemmen op om Nederland voor 2022 opnieuw een bieding te laten doen op de grote Jeugd Spelen. Het prachtige weer stemde iedereen positief. Er was ook de zonnige invloed van een toernooidirecteur met een altijd goed humeur, zwemlegende Pieter van den Hoogenband.


Hij ging voorbij aan de grote showwaarde of de beperkte tv-aandacht, vier minuten per dag op het Jeugdjournaal. VdH, in de olympische brochure opgevoerd als Peter van den Hugenband, wees dagelijks op de kern van zo'n groot evenement, de sportieve prestatie.


Toen een official van NOC*NSF deze week over diens hoogtepunt van de Spelen van Londen vertelde, de gelukte openingsceremonie, wees Van den Hoogenband hem terecht. 'Wat mij in Londen echt heeft geraakt, was de gouden oefening van Epke Zonderland aan de rekstok. Dat is de kern, dat is de sport. En dan door een landgenoot. Daar draait het om.'


In Utrecht draaide het om de kampioenen van de toekomst. Van den Hoogenband twitterde donderdag nog eens de naam van zwemster Ruta Meilutyte uit Litouwen. Kampioen op het EJOF van 2011 in Trabzon, een jaar later olympisch kampioen op de 100 meter schoolslag in Londen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.