Opstandige matrozen waren niet erg opstandig

Terug naar 4 november 1918. Met een muiterij van matrozen in Kiel begint de novemberrevolutie. Deze leidt tot de val van Wilhelm II, de laatste Duitse keizer....

Nog altijd zit Duitsland in zijn maag met de novemberrevolutie van 1918, die met een muiterij in Kiel begon en zich van daaruit over de rest van het Rijk verspreidde. Volgens Arthur Rosenberg, een van de eerste historici die zich met de gebeurtenis wensten bezig te houden, was de revolutie een eigenaardige vorm van proletarische zelfverwonding. ‘De massa’s, die achter de meerderheid in de Rijksdag stonden, rebelleerden tegen de regering van Max von Baden, dus eigenlijk tegen zichzelf.’

In zijn spannende boekje over de novemberrevolutie (1982) weersprak Sebastian Haffner zijn in 1943 overleden collega. De matrozen van Kiel kwamen niet in opstand tegen de semi-democratische regering in Berlijn, maar tegen de marineleiding, die op eigen houtje had besloten om nog eenmaal slag te leveren tegen de Engelsen – een heilloos initiatief waarmee de uitkomst van de Eerste Wereldoorlog hoe dan ook niet meer kon worden beïnvloed. De matrozen van Kiel hebben, aldus Haffner, de insubordinatie van hun superieuren verijdeld.

Dat de opstandelingen het op het ancien regime hadden gemunt, en niet op de regering van Max von Baden (waarvan de SPD deel uitmaakte), blijkt uit de hartelijke ontvangst die het sociaal-democratische Rijksdaglid Gustav Noske op 4 november in Kiel ten deel viel. Tot zijn eigen verbazing werd hij door de rebellen tot gouverneur gekozen.

Ook elders in Duitsland gaven de arbeiders- en soldatenraden geen blijk van radicalisme. Op sommige plaatsen werden kokarden of rangtekens van officiersjassen getrokken. Maar de bloedige zuivering die een jaar tevoren de revolutie in Rusland had vergezeld, bleef achterwege. ‘Er is niets beklemmends aan’, schreef Rainer Maria Rilke in zijn dagboek.

De arbeiders- en soldatenraden werden door rechtschapen sociaal-democraten gedomineerd. De invloed van de revolutionair-socialisten op de gebeurtenissen was verwaarloosbaar. Toch – en dat is het grote drama van de novemberrevolutie – meende de regering in Berlijn dat de opstand tegen haar was gericht.

Om zich hiertegen te kunnen verweren, zocht en kreeg ze de steun van nationalistische legerofficieren en andere vertegenwoordigers van de oude orde. SPD-leider Friedrich Ebert gedroeg zich, na de machtsafstand door Max von Baden, eerder als stadhouder van de gevluchte keizer dan als vernieuwer. Het liefst was hij als rijkskanselier onder een constitutioneel monarch aangetreden. De revolutie haatte hij ‘als de zonde’.

Als vertrouwenwekkende maatregel tegenover de legertop en de behoudende burgerij belastte hij Gustav Noske met de contrarevolutie. Noske, volgens de historicus Heinrich August Winkler ‘een gezagsgetrouwe sociaal-democraat voor wie orde boven alles ging’, verloor bij het uitvoeren van die opdracht alle maatvoering uit het oog. ‘Iemand moet de bloedhond zijn’, zei hij, suggererend dat hij de willoze uitvoerder was van de geschiedenis.

De eigenlijke revolutie heeft maar een dag of vijf geduurd, schreef Haffner: van 4 tot 9 november 1918. Toen het aftreden van de keizer buiten diens medeweten wereldkundig werd gemaakt, was het fatale pact van Ebert met de reactionaire krachten al bezegeld. Met alle gevolgen van dien: geweld als wezenskenmerk van de Weimar Republiek, een relativering van de Duitse schuld voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, het feitelijke machtsbehoud van de oude elite.

Lange tijd gold de Weimar Republiek dan ook als doodgeboren kindje. Deze zienswijze kentert echter. Duitsland wist zich lang voor de machtsovername van Hitler te ontdoen van ‘de ketens van Versailles’.

Het gaf onder benarde omstandigheden de aanzet tot de opbouw van een stelsel van sociale zekerheid. En het deed ervaring op met een onvolmaakte democratie. ‘Bonn is geen Weimar’, zei ooit SPD-politicus Ernst Hamburger. ‘Maar dat Bonn niet Weimar is geworden, dankt het aan Weimar.’

Sander van Walsum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden