Opstand Soweto ‘versnelde mars naar de vrijheid’

Ruim veertigduizend Zuid-Afrikanen hebben vrijdag in een stadion in Soweto herdacht dat dertig jaar geleden in deze uitgestrekte townships ten zuidoosten van Johannesburg de jeugd in opstand kwam tegen de apartheid....

President Thabo Mbeki prees ‘de jongeren van 1976’ die de ‘mars naar de vrijheid hadden versneld’ en de Zuid-Afrikanen ‘moed en vastberadenheid’ hadden nagelaten. Hij riep de huidige jongeren op zich even vastberaden te weer te stellen tegen ‘armoede, werkloosheid, alcohol, drugs, aids’. Voor zijn toespraak legde Mbeki een krans bij het monument van Hector Pietersen, de 13-jarige jongen die op 16 juni 1976 als eerste stierf door politiegeweld.

De aanleiding voor de opstand was de invoering van het Afrikaans als voertaal op de scholen, de taal van de gehate onderdrukker. Leerlingen van de Morris Isaacson High School hadden de drie weken ervoor leerlingen op andere scholen in Soweto opgeroepen zich op 16 juni te verzamelen bij de middelbare school Orlando West, om vandaar op te trekken naar het voetbalstadion.

De Isaacson-studenten stuitten echter op een kleine groep blanke agenten, die de weg versperde. De kinderen reageerden met honend gejoel op de oproep zich te verspreiden. Traangas werd afgeschoten, stenen gingen door de lucht en de politie opende het vuur. Hector Pietersen kreeg een kogel in zijn rug en viel neer. Een jongen naast hem raapte hem op en wilde hem naar een auto brengen. Zijn huilende zus liep mee, met haar hand een wanhopig afwerend gebaar makend. Fotograaf Sam Nzima van het dagblad The World, legde het drietal vast; zijn foto groeide uit tot een icoon van de opstand.

Die avond koelden de jongeren van Soweto hun woede op alles dat met apartheid geïdentificeerd kon worden. Overheidskantoren, ‘bierhallen’ en politiewagens gingen in vlammen op. De politie reageerde keihard. In een week vielen 176 doden, na een jaar – de opstand sudderde lang door – was dat aantal gegroeid tot 600.

‘We waren zo kwaad, zó kwaad dat de regering zo hard terugsloeg, terwijl wij slechts onze afkeer van het Afrikaans wilden tonen’, vertelde Naphtali Manana uit Soweto, die tijdens de opstand 19 jaar was, vorig jaar tegen de Volkskrant. ‘We blokkeerden straten met stenen en lokten de pantserwagens van de politie die kant op, waarna we ze met benzinebommen bekogelden.’

De repressie die volgde was groot. Manana vluchtte, zoals zoveel anderen, hals over kop naar een buurland, toen hij hoorde dat de politie hem zocht vanwege die brandbommen. Daar sloot hij zich aan bij de militaire tak van het ANC in een van de trainingskampen. ‘We dachten: we gaan zo snel mogelijk terug naar Zuid-Afrika, om willekeurige welke blanke neer te schieten, zoals zij deden bij zwarten in Soweto. Maar de ouderen leerden ons geduld en goede planning. En in de kampen zagen we dat blanken ook kameraden konden zijn, en zwarten ook vijanden.’

De opstand, die een eind maakte aan jaren van passiviteit, luidde een nieuw tijdperk in van verzet. Mensen als Manana, die nu verantwoordelijk is voor de trainingen op het hoofdkantoor van het ANC, kwamen in de jaren negentig terug in Zuid-Afrika, en maken nu deel uit van het establishment. Anderen maakten door de opstand hun school niet af en zijn werkloos..

Fotograaf Sam Nzima legde die dag voorgoed de camera neer, na een ‘werkelijk angstaanjagend’ verhoor door de politie, vertelde hij in 2004. Hij trok zich terug in het dorp Acornhoek, in de provincie Limpopo, waar hij een slijterij runt. Pas twee jaar geleden ging hij weer fotograferen. Voor de foto die de opstand van Soweto beroemd maakte, heeft hij nooit een cent gekregen. De rechten erover verwierf hij pas na 22 jaar strijd hierover met zijn voormalige werkgever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden