Opsporingsteam rampen en aanslagen

De politie heeft donderdag het Landelijk Team Forensische Opsporing (LFTO) gepresenteerd, 150 forensisch specialisten die ieder op hun gebied tot de besten van het land behoren....

Van onze verslaggever Weert Schenk

‘In het team is alle deskundigheid op het gebied van forensische opsporing gebundeld’, zegt commissaris René Bastiaansen van het Korps Landelijke Politiediensten, die het team heeft opgebouwd. ‘Met een druk op de knop kunnen dé forensisch specialisten van Nederland worden opgeroepen. Binnen vijf uur zijn we operationeel.’

Het team kent specialismen als explosieven, brandonderzoek, bomaanslagen, ongevallenanalyse, berging en identificatie van lichamen, digitaal onderzoek en sporencoördinatie bij grootschalige rechercheonderzoeken. De toponderzoekers verrichten hun LFTO-taken naast hun reguliere werk bij de politiekorpsen, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) of Defensie.

Bastiaansen zegt dat zijn team vooral bedoeld is voor onderzoek bij complexe incidenten, zoals de Bijlmerramp, de vuurwerkramp in Enschede of het vliegtuigongeluk op Tenerife. ‘Het gebied van de ramp is dan uitgestrekt. Vaak is er een aanzienlijke verstoring van de openbare orde, die tijdsdruk en stress veroorzaakt en bestuurders dwingt tot moeilijke besluiten.’

Het idee voor het speciale opsporingsteam ontstond begin 2005, toen de Amsterdamse hoofdcommissaris Bernard Welten en Albert Koeleman, de toenmalige directeur van het NFI, zich afvroegen of Nederland wel klaar was voor ingewikkeld sporenonderzoek zoals na de bomaanslagen op de treinen in Madrid in 2004. Ze vreesden dat er nog veel verbeterd kon worden.

Het resultaat is een team dat volgens Bastiaansen nergens ter wereld bestaat. ‘Het bijzondere is dat het onder één commando staat. De leden oefenen met elkaar. Bij een incident wordt niet eerst gediscussieerd over wie de baas is en wat als eerste moet gebeuren.’

Bastiaansen weet dat er bij de vuurwerkramp in Enschede en bij de aanslagen op de metro in Londen aanvankelijk onenigheid was over de vraag of de dodelijke slachtoffers moesten worden geborgen voordat de forensische specialisten in hun witte pakken hun onderzoek konden beginnen.

‘Competentiestrijd komt bij ons niet voor. Dat is winst, want sporen gaan snel in kwaliteit achteruit. Ze kunnen wegwaaien of gemanipuleerd worden. Bij forensisch onderzoek telt elke seconde. En de plaats waar een misdrijf of ongeluk is gebeurd, kan maar één keer op sporen worden onderzocht.’

De korpschef van de politieregio waar een incident heeft plaatsgevonden, of de minister van Defensie als het militair terrein betreft, bepaalt of het team wordt ingezet. Zo was het onlangs al aanwezig bij de dierenwinkel in Hoogeveen waar personeel en klanten door nog raadselachtige oorzaak onwel werden.

Bastiaansen: ‘We kunnen met forensisch onderzoek tot het gaatje gaan. Als het nodig is, huren we in het buitenland expertise in. Belangrijk is wel dat we de tijd krijgen voor het onderzoek. Ik heb meegemaakt in Beiroet dat een snelweg een week werd afgezet. Vanwege economische belangen zie ik dat hier niet gebeuren. Het is mijn taak om het bevoegd gezag te wijzen op de consequenties als we toch te snel moeten vertrekken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden