Opsporing daders aanslagen op Israëlische doelwitten steeds lastiger Terroristen ondergraven vrede

De inkt van de Jordaans-Israëlische vredesverklaring was nauwelijks droog of de Israëlische premier Rabin waarschuwde voor 'extremistische, islamitische, radicale, terorristische bewegingen, gesponsord door Iran', die doelbewust de vrede pogen te ondergraven....

Van onze buitenlandredacteur

Guido Goudsmit

AMSTERDAM

Dinsdagnacht ontplofte in Finchley (noord-Londen), voor een ander gebouw met Israëlische en joodse instellingen, een tweede autobom. Vijf mensen raakten licht gewond. De schade aan het gebouw en belendende panden was groot.

Het verband tussen Rabins verbroedering met de Jordaanse koning Hussein en de terreur is snel gelegd. Maar daarmee is de smoking gun nog niet gevonden.

De Israëlische expert B. Rubin (Universiteit van Tel Aviv) wees er woensdag op dat de geheime dienst concrete sporen nodig heeft om de daders van de aanslagen te traceren. 'Het is tegenwoordig gebruik de verantwoordelijkheid niet op te eisen uit angst voor vergelding.'

Dat maakt opsporing des te lastiger. Bovendien zijn terroristische organisaties deel van een wereldwijd netwerk, waardoor hun ontmanteling juridisch ook veel haken en ogen heeft, zeggen de Israëli's.

Hoewel de onbekende Libanese groepering Ansar Allah (Volgelingen van God) de bloedige aanslag op een joods centrum in Buenos Aires (18 juli) claimde, blijft het gissen naar de identiteit van de daders. De explosie in de lucht van een Panamees vliegtuigje met joodse zakenlieden (19 juli) is met even veel geheimzinnigheid omgeven.

In een anoniem telefoontje stelde de Palestijnse beweging Hamas zich verantwoordelijk voor de aanslagen in Londen. Maar Hamas liet later weten dat er van bedrog sprake moet zijn. De beweging opereert slechts in de bezette gebieden en in de sinds kort autonome Gazastrook. De Palestijnse fundamentalisten, die als een van de weinige islamitische bewegingen geen nauwe banden met Iran hebben, lijken niet van plan de fakkel van de PLO als internationale terreurorganisatie over te nemen.

Dat de beschuldigende vingers naar het islamitische fundamentalisme wijzen, ligt voor de hand. De fundamentalisten zien de strijd tegen Israël en zijn Arabische 'bondgenoten' als heilige oorlog. Zij hebben het tij tegen, nu steeds meer Arabische regeringen ontdekken dat de weg naar westerse welvaart over Israël loopt.

Een van de eerste ideologen van het fundamentalisme, de Egyptenaar Hassan al-Banna, zei een halve eeuw geleden dat 'Israël zal bestaan en voortbestaan, totdat de islam het van de kaart zal vegen'. Het zijn deze uitspraken die fundamentalisten tot antisemitische terreur drijven, maar het was de Iraanse ayatollah Khomeini die het concept van de 'islamitische politieke strijd' weer populair heeft gemaakt. Hij koppelde strijd aan martelaarschap.

Het niet-Arabische Iran houdt vast aan zijn anti-Israëlische, isolationistische koers en is daarom een baken voor fundamentalisten. Maar hoe de geldstromen naar de islamitische bewegingen precies lopen, is niet duidelijk. Zo wordt Hamas vooral door de Saudi's gespekt.

Een ander geïsoleerd land, Syrië, figureert met Iraniërs, Libiërs, Irakezen, Sudanezen en Noordkoreanen op de Amerikaanse zwarte lijst van terroristische staten.

Maar de Syrische president Assad stevent langzaam af op rechtstreeks overleg met Israël over de Golan-hoogte. Volgens Europese diplomaten in Damascus huisvest Syrië weliswaar talloze radicale groeperingen - 'Assads troefkaart' - maar zijn deze vleugellam.

De Israëlische premier Rabin trok 'de rol van de Syriërs' woensdag in twijfel. Hij gelooft dat president Assad de shi'itische Hezbollah (Partij van God), die vanuit de Syrische invloedsfeer in zuid-Libanon opereert, kan beteugelen. De terreur in Buenos Aires en Londen, de autobommen, dat alles lijkt op beproefde Hezbollah-methodes, zeggen de Israëli's. Niets doen maakt Syrië medeplichtig. Maar Iran is een beter mikpunt voor Israëls woede-aanvallen, omdat het Westen daar in mee kan gaan.

De Iraanse mullahs zouden nu, met islamitische terreurbewegingen als 'paard van Troje', tot in Buenos Aires, Panama en Londen zijn doorgedrongen. Spottend zijn de fundamentalisten, die in 1979 door de Iraanse revolutie werden geëspireerd, de 'Khomintern' genoemd. De gijzeling van westerlingen in Beiroet door pro-Iraanse terroristen, alsmede de kamikaze-bomaanslagen op westerse militairen, is vooral Washington niet vergeten.

Het Britse parlement stelde begin dit jaar in een rapport over mensenrechten dat de mullahs, die naast Israël de VS en Groot-Brittannië nog altijd uiterst vijandig gezind zijn, in 1992 verantwoordelijk waren voor de nooit opgehelderde bomaanslag op de Israëlische ambassade in Buenos Aires. De Argentijnse politie ging indertijd uit van Iraanse betrokkenheid, maar het onderzoek liep vast.

Met harde bewijzen kwam het Britse parlement in zijn rapport niet. Maar volgens het rapport The Teheran murder machine zijn er voldoende aanwijzingen dat Iran terreur tot instrument van zijn buitenlandse politiek heeft gemaakt. De leden van de beide Britse kamers wijzen op de nauwe banden tussen Iran met Hezbollah en de Palestijnse groepering Volksfront voor de Bevrijding van PalestinaAlgemeen Commando (PFLP-GC). Beide organisaties leven op voet van oorlog met Israël en verzetten zich tegen de pro-Israëlische politiek van PLO-voorzitter Arafat.

De gangbare verklaring voor de jongste golf van anti-Israëlische aanslagen sluit hierop aan. Hezbollah, dat de laatste jaren tevergeefs heeft geprobeerd zich een vreedzaam imago aan te meten, voert de ene na de andere aanslag uit op Israëlische soldaten in de Zuidlibanese 'veiligheidszone'. De oorlog tussen Hezbollah en Israël wordt steeds smeriger, met ontvoeringen, hinderlagen en bombardementen van beide zijden.

Als Hezbollah zijn anti-Israëlische activiteiten internationaliseert, is logistieke steun van Iran onontbeerlijk, denken Israëlische experts. Israël heeft in de jaren tachtig het Iraanse leger bewapend tegen Irak, en heeft kennis van het Iraanse veiligheidsapparaat. Maar zelfs de Mossad, die de naam heeft terreurbewegingen te infiltreren, kan daders niet op grond van een aspecifiek daderprofiel traceren.

Zo is ook de ontploffing van een PanAm-jumbo boven het Schotse Lockerbie, in december 1988 (meer dan vijfhonderd doden), niet opgehelderd. De sporen liepen naar Syrië, Iran en uiteindelijk Libië. Sinds enkele maanden wordt Iran weer als hoofdschuldige genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden