Opsplitsing Kosovo is de minst slechte oplossing

Ze zouden in juli met elkaar om de tafel gaan zitten. Volgens de laatste berichten is dat niet gebeurd. Als je niets met elkaar te bespreken hebt, is dat ook verdraaid lastig....

Het nieuws dat de Servische regering en het Kosovo-Albanese leiderschap op de EUtop in Thessaloniki waren overeengekomen een directe dialoog aan te gaan, werd met veel bombarie gepresenteerd. Het was 'de kroon op Thessaloniki', werd zelfs geschreven. Dit ofschoon een conglomeraat van internationale diplomaten er zorg voor had gedragen dat het enige punt waarover Pristina met Belgrado wil praten, onafhankelijkheid voor Kosovo, niet op de agenda staat. Wel mag worden gesproken over 'praktische zaken', zoals 'het hervatten van vervoersverbindingen' en de terugkeer van de verdreven Serviërs.

Over één ding zijn de Kosovo-Albanezen echter altijd kristalhelder geweest: er kunnen op 'praktisch gebied' pas zaken worden gedaan als Kosovo onafhankelijk is. Zonder onafhankelijkheid zien zij iedere concessie aan Belgrado als een vorm van reïntegratie in Servisch staatsverband. Onafhankelijkheid is een voorwaarde sine qua non.

Het is niet moeilijk te verklaren waarom Kosovo's president Rugova desondanks in Thessaloniki akkoord ging met onderhandelingen. Zijn redenering is dat als er eenmaal wordt gepraat, het enige punt dat ertoe doet toch niet kan worden vermeden. Dit werd onlangs nog eens geïllustreerd door Rugova's welkomstwoorden voor het nieuwe hoofd van het VN-bestuur in Kosovo, de Fin Holkeri. Rugova zei erop te vertrouwen dat Holkeri zal helpen 'een oplossing voor de eindstatus van Kosovo' – een nettere benaming voor onafhankelijkheid – te bespoedigen. De 'eindstatus' geniet prioriteit boven de 'vervoersverbindingen'.

De frustratie hierover is in Belgrado de afgelopen weken opgelopen. De Servische regering wil geen besprekingen ingaan louter en alleen om de onafhankelijkheid van Kosovo door de strot geduwd te krijgen. Een dialoog staat of valt met de bereidheid van beide partijen concessies te doen.

Als de einduitkomst van onderhandelingen vooraf vaststaat, is er geen sprake van een dialoog maar van een dictaat. Dan worden het net zulke besprekingen als die van Rambouillet in februari 1999. De Servische delegatie had daar een vooraf opgestelde tekst over een internationale troepenmacht in Kosovo maar te tekenen, op straffe van NAVO-bommen.

Nu was het gedrag van Milosevic' paramilitaire troepen in Kosovo ten tijde van Rambouillet zodanig – dorpen werden kapotgeschoten en burgers geëxecuteerd – dat concessies aan Belgrado niet bepaald voor de hand lagen. Eind jaren tachtig had Belgrado bovendien zelf laten zien inzake Kosovo geen meester te zijn van het compromis. Kosovo's autonomie werd met geweld opgeheven, de tot compromissen bereide Kosovaarse leider Vlassi werd gevangengezet.

Het was deze buitensporige botheid van het Milosevic-regime die jarenlang een sluier wierp over het feit dat de Kosovo-Albanese opstelling eveneens bot en compromisloos was. Het 'rechtschapen' waas rondom de Kosovo-Albanezen trok pas op toen zij, met de intocht van de NAVO-troepen, underdog-af waren: 200 duizend Serviërs werdenverdreven, honderden werden gedood.

In 1989 en 1999 stond de lokale dan wel internationale conjunctuur een compromis inzake Kosovo in de weg. Thans bestaat die mogelijkheid in beginsel wel. Onafhankelijkheid voor Kosovo is daarin onvermijdelijk. De hoop dat toenadering van de regio tot de Europese Unie onafhankelijkheid min of meer overbodig zal maken, is ijdel. Van meer realiteitszin getuigt de inschatting dat zolang onafhankelijkheid uitblijft, het geweld tegen de overgebleven Serviërs zal doorgaan en de vluchtelingen veroordeeld blijven tot een miserabel bestaan in Servische kampen.

De beste, of beter gezegd, minst slechte oplossing lijkt het compromis te zijn waarmee de Servische premier Zoran Djindjic twee maanden voor zijn dood op de proppen kwam. De Kosovo-Albanezen kunnen daarin de onafhankelijkheid uitroepen – op voorwaarde dat een noordelijk strookje Kosovo, waarin relatief de meeste Serviërs zijn achtergebleven en het merendeel van hun religieuze monumenten ligt, onder VN-bestuur blijft. Dit is een overgangsfase richting pure opsplitsing. Good fences make good neighbours.

Paradoxaal genoeg was een dergelijke opsplitsing vergemakkelijkt als de NAVO-landen in 1999 Russische troepen hadden toegestaan de noordstrook te bezetten. Boris Jeltsin trachtte daarmee destijds de Serviërs, in Rusland gezien als een Slavisch broedervolk, tegemoet te komen. De Russische president zwichtte onder NAVO-druk, maar ook vanwege zijn persoonlijke afkeer van Milosevic.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.