Opinie

'Oproepen tot minder Marokkanen of Polen? Wat een achterlijke vertoning'

Sinds de Tweede Wereldoorlog wilde niemand minder joden, minder moslims, minder christenen, minder blonden of wat dan ook. Nu lijkt het oproepen tot minder Marokkanen of Polen voor partijen de gewoonste zaak van de wereld. 'Komt er een tijd dat we deze achterlijke vertoning normaal gaan vinden?', vraagt Ferdows Kazemi zich af.

De verkiezingsposter van de lokale VVD in Rotterdam. Beeld anp
De verkiezingsposter van de lokale VVD in Rotterdam.Beeld anp

Tijdens mijn studie in Shiraz reisde ik regelmatig met de bus tussen Shiraz en Kerman om mijn ouders te bezoeken. Soms zaten er Afghaanse vluchtelingen in de bus, waarschijnlijk op weg naar een familielid, of op zoek naar een baan in een andere stad. Vlak voor elke belangrijke stad was er een controlepost voor drugs. De soldaten kwamen in de bus en wezen steekproefsgewijs iemand aan. Die persoon moest vervolgens uitstappen om de inhoud van zijn of haar koffer aan hen te laten zien.

Duwtje in de rug
De Afghanen kregen een speciale behandeling. Ze werden namelijk nooit aangewezen. De soldaat riep bij binnenkomst: 'Alle Afghanen eruit', en als een van hen niet snel genoeg was gaf de soldaat hem, met zijn wapen, een duwtje in de rug.

Afghaan-zijn gaf voldoende aanleiding voor de verdenking van drugsbezit. Maar tot teleurstelling van de soldaten zaten er nooit drugs in hun bagage, althans voor zover ik heb meegemaakt. De soldaten, die hoopten op promotie door het betrappen van een Afghaanse drugssmokkelaar, duwden na het vergeefs doorzoeken de Afghanen ruw terug de bus in.

Dit tafereel was een vast onderdeel van de busreizen binnen Iran, indien er Afghaanse reizigers aan boord waren. Het was onderdeel van de heersende cultuur geworden, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Er zaten vast ook mensen in de bus die het gedrag van de soldaten niet normaal vonden, maar ze durfden hun mond niet te openen. Tegen een gewapend persoon verzet je je niet zo gauw, en zeker niet als die persoon nauwelijks intellectuele bagage met zich meedraagt.

Aan de orde van de dag
Ik moet erbij zeggen dat discriminatie van de Afghanen in Iran aan de orde van de dag was, en dat gebeurde niet alleen door ongeschoolde gewapende soldaten. In mijn herinnering werden Afghanen dagelijks geconfronteerd met de haat van Iraniërs, bij wie was ingebroken of wiens familielid vermoord was. Het waren natuurlijk altijd Afghanen die tot zoiets in staat zouden zijn. Iraniërs zouden nooit zulke gruwelijkheden begaan.

Er werd zelfs een keer een 18-jarige Afghaanse jongen opgehangen, beschuldigd van moord. Later werd de moordenaar gevonden. Na elk misdrijf werden eerst de woningen van Afghanen doorzocht. Mensen riepen ook altijd dat hun stad onveilig geworden was door Afghanen en dat ze moesten terugkeren naar hun eigen land. Tot mijn spijt las ik onlangs dat de situatie van de Afghanen in Iran nog steeds niet veranderd is.

Een Afghaanse vluchtelinge in Iran. Beeld afp
Een Afghaanse vluchtelinge in Iran.Beeld afp

Achterlijke vertoning
Mijn vertrek uit Iran heeft het voordeel dat ik niet meer geconfronteerd word met de achterlijke mentaliteit en de kortzichtigheid van sommige mensen in mijn moederland. Ik leef nu in een land waar mensen niet openlijk mogen discrimineren en haat zaaien. Minderheden worden door de wet gelijk behandeld. Tot voor kort werd het niet normaal gevonden als politici in hun verkiezingscampagne wat minder wensten van een bepaalde bevolkingsgroep. Iedereen wilde minder armoede, minder werkloosheid, minder hebberigheid, minder luchtverontreiniging, minder ziektes, minder witwaspraktijken etc.

Sinds de Tweede Wereldoorlog wilde niemand minder joden, minder moslims, minder christenen, minder atheïsten, minder Hindoes, minder zigeuners, minder zwarten, minder blanken, minder bruinen, minder blonden (al dan niet geverfd) etc.

Opeens wil de een minder Marokkanen, de ander ziet zijn partij kleiner worden in de peilingen en wenst minder Polen, en nog een ander doet een schepje Bulgaren en Roemenen erbij. Om niet achter te blijven in deze race naar achterlijkheid, schreeuwt een ander dat wij in Rotterdam Nederlands praten. Wat een verademing dat zijn kiezers nu eindelijk weten dat Rotterdam in Nederland ligt.

Komt er een tijd dat we deze achterlijke vertoning normaal gaan vinden? Wat zal dan de volgende stap zijn? Hoe lang zal het duren voordat een soldaat de bus instapt en luid roept: 'Alle niet-Nederlanders eruit?'

Overigens zal die soldaat het dan nog moeilijk krijgen. De meeste buspassagiers zullen immers de Nederlandse nationaliteit bezitten. Dat probleem had de soldaat in mijn moederland in elk geval niet.

Ferdows Kazemi is publiciste en columnist voor Volkskrant.nl.
Volg haar op Twitter: @FerdowsKazemi

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden