Column

Oprecht geïnteresseerd zijn in een ander is een talent

En nu Wim Brands. Het heerst, verdomme. Depressie is een vraatzuchtig monster.

Wim Brands.Beeld anp

Ik kende Wim niet goed, al heb ik hem vaak meegemaakt. Dat gaat vanzelf; de literatuur is een studentenvereniging voor schrijvers, en een uitzendbureau. Hij groette mij altijd onstuimig, alsof ik een uit het oog verloren vriendin was. Dat deed hij vermoedelijk bij alle mensen die hij ooit had geïnterviewd. Hij memoreerde terloops iets wat hij van je had gelezen; iets wat je zelf allang vergeten was. Verbazingwekkende aardigheid, die met schaamte vervult over eigen botheid en onachtzaamheid.

Wim Brands was in zijn tv- en radio-interviews met schrijvers zo ontzettend goed omdat hij echt iets wilde weten en niet iets wilde vertellen. Zijn mening zat in zijn keuze van de schrijver. Zijn vragen dienden om de geïnterviewde in volle bloei te zetten. Daarom zien die schrijvers in zijn programma er zo ontspannen uit; zij voelen zich gezien.

Het is een talent, oprecht geïnteresseerd zijn in een ander, in wat die heeft geschreven, geschilderd, gekleid, gezongen, gevoeld, gemeend. Weinigen hebben het. Veel interviewers hebben het, via hun onderwerp, graag lekker over zichzelf. Vraag bekende Nederlanders om een museumzaal in te richten of een bloemlezing te maken en ze kiezen die kunstwerken waarin ze zichzelf herkennen als gevoelig kind, of hun moeder of eerste liefde.

Weinig schrijvers en dichters zijn ook goed als journalist en criticus. De meesten hebben meer dan genoeg aan hun eigen boeiende gedachtenwereld. Hella Haasse kon het en deed het, net als Wim Brands: anderen bewonderden, beroemde collega's als Jan Wolkers, W.F. Hermans en Simon Vestdijk. Ze verdiepte zich in hun werk, analyseerde het, zocht naar drijfveren. Andersom gebeurde dat nooit. Deze mannen waren, om met Mulisch te spreken, 'schrijvers, geen lezers'.

Joost Zwagerman, die kon het ook. Zich met huid en haar verdiepen in kunstwerken van anderen, schrijvers, dichters, schilders; gretig hun werk verslinden en er enthousiast verslag van doen. Er was meer dat hij gemeen had met Wim Brands: die ouderwets aandoende hoffelijkheid en vriendelijkheid bijvoorbeeld. Beiden werden op het laatst vooral bekend als tv-persoonlijkheid, maar waren in de eerste plaats dichter. Allebei waren ze toegewijde vaders, en allebei zonen van suïcidale vaders. Ze omarmden gretig het leven, althans zo leek het - en kozen voor de dood.

Ook ik mocht ooit een vol uur met hem praten over mijn liefste onderwerp: F.B. Hotz. Hij bleek ook Hotzfan en stelde precies de vragen bij de antwoorden die ik in gedachten had. Na drie minuten vergat ik de camera's. Maar nu heb ook ik het over mezelf.

Even voor die opname had ik een glimp opgevangen van Wim zelf. We zaten bij de make-up, met een vernederend, blauw servet om, in het felle licht dat van een mens een lijk maakt. Wim was eerst aan de beurt De vrouw die ons opknapte vond dat zijn haar korter moest. Hij weigerde, hij hield van lang haar. Boos wierp hij zijn Van Oorschot-achtige leeuwenmanen naar achteren. Daarna betastte hij zijn hoofd. 'Het wordt dun hierboven', mompelde hij, zichzelf met walging bekijkend in de spiegel. 'Ach welnee', suste ik. 'Ja daarom, dat zeg ik', zei de make-upvrouw.

Toch was het eind 2011 nog een dikke grijze bos, zie ik nu. Een paar jaar later, in zijn laatste jaar, was het dunnetjes bovenop. Doorzichtig.

In de gedichten van Wim Brands loopt geen kolossaal ego rond. Er is een ik, maar die schrijft over anderen die hij liefheeft of mist: zijn grootouders, zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw. Een ik met een scherp oor voor wat mensen bedoelen en niet zeggen. Een ik die weet hoe verse boomschors ruikt en een zwerm vogels klinkt, die stilstaat bij voorwerpen die verdwijnen, een spons die emotie opzuigt. Een dichter die met wijd open zintuigen en ongewapend hart het leven voelbaar maakt. Hoe kan een zo levend iemand zich de dood in laten trekken?

Een ik kan misschien ook te klein zijn. Zelf als Brands dichtte over zijn eigen dood, ging het over een ander. De voddenboer bijvoorbeeld: 'Hoor zijn roep. Wat vrolijk/ en somber stemt, want/ als ik er niet meer ben, wie herinnert zich/ dan zijn stem?

Lees die dichter, en hoor zijn levende stem.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden