Oppositieleiders haten elkaar meer dan Milosevic

In Servië leiden oppositiekopstukken Djindjic en Draskovic ieder hun eigen protestmanifestaties tegen Milosevic. Gisteren besloten ze elkaar voortaan niet tegen te werken....

Vuk Draskovic is terug. Opnieuw weerklinkt zijn opzwepende stemgeluid uit gigantische luidsprekers. Opnieuw brengt de romantische toon van zijn betoog duizenden in vervoering. Opnieuw sommeert hij Slobodan Milosevic te vertrekken, dezelfde Milosevic die hij tot voor kort diende als vice-premier.

Vuk Draskovic, de voorman van de Servische Vernieuwingsbeweging (SPO), de grootste oppositiepartij, is terug bij zijn oude specialisme: het leiden van straatprotesten. Jarenlang was de naam Draskovic er een synoniem voor. In 1993 werd de SPO-leider er zelfs door Milosevic voor in de gevangenis gegooid, en bont en blauw geslagen.

Nog geen vijf jaar later maakte Milosevic hem vice-premier van Joegoslavië. Hij bleef dat, tot de president hem wegens een 'flirt' met het Westen tijdens de NAVO-bombardementen de laan uitstuurde.

Op dezelfde dag dat Draskovic vorige week het spreekgestoelte besteeg, vond elders in Servië een andere demonstratie plaats. Hier sommeerde Zoran Djindjic Milosevic om af te treden. Djindjic' Democratische Partij (DS) vormt de belangrijkste bloedgroep in de Alliantie voor Verandering. Deze verenigde oppositie begon meteen na het einde van de bombardementen met straatprotesten. In september wil zij een mars op Belgrado organiseren.

Als Djindjic dan nog vrij rondloopt. Milosevic heeft een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd omdat hij tijdens de Kosovo-oorlog weigerde onder de wapenen te gaan.

Twee concurrerende demonstraties op verschillende plaatsen. Moeizame pogingen om tot een gentlemen's agreement te komen. De zwakheid van de Servische oppositie kan niet pijnlijker worden aangetoond. Te stellen dat het sinds de invoering van een meerpartijenstelsel nimmer tussen Draskovic en Djindjic heeft geboterd, is een understatement. In hun hart haten ze elkaar meer dan ze Milosevic haten.

Die afkeer heeft diepe wortels. Draskovic en Djindjic vertegenwoordigen niet alleen verschillende tradities in de Servische samenleving, ze zijn ook tegenovergestelde persoonlijkheden. Draskovic is een representant van het vooroorlogse Servische nationalisme, dat staat voor tradities en een herinvoering van de monarchie.

Djindjic komt uit de rationele, intellectuele kringen die in communistisch Joegoslavië ontstonden. Draskovic is charismatisch, pathetisch, emotioneel en onberekenbaar. Djindjic is koel, rustig en recht door zee. Draskovic heeft lange wilde haren en een wapperende baard. Djindjic is goedgekapt en gladgeschoren. Een echt carrièrekoppie, zeggen ze in Belgrado.

Beiden hebben de hele jaren negentig geworsteld met de vraag hoe Milosevic te verslaan. Beiden maakten daarin steeds tegenovergestelde keuzes. Draskovic leidde straatprotesten en boycotte het parlement dat volgens hem machteloos was. Djindjic daarentegen geloofde dat het wel degelijk mogelijk was om via het parlement invloed uit te oefenen. Draskovic keerde zich ondanks zijn nationalistische inborst tegen de oorlog in Bosnië en werd pacifist. Djindjic ging in 1994 de Bosnische Serviërs juist steunen, omdat hij het 'niet logisch' vond dat Milosevic hen liet vallen.

In 1996 slaagde de twee er als door een wonder in de diepe wederzijdse verachting te boven te komen. Dat was in hoge mate danken aan Vesna Pesic, de leidster van de Burgeralliantie. Drie maanden lang bracht hun coalitie Zajedno (samen) honderdduizenden Serviërs op de been en dwong Milosevic diens vervalsing van de lokale verkiezingsuitslagen ongedaan te maken.

Zajedno leek een grote toekomst tegemoet te gaan. Het ging mis toen de coalitie in maart 1997 een kandidaat moest aanwijzen voor de Servische presidentsverkiezingen. Volgens Draskovic kon dat niemand anders worden dan hij, de leider van de grootste partij. Djindjic was echter bang dat de persoonlijkheid van zijn rivaal mensen zou afstoten en prefereerde een onafhankelijke kandidaat, daarbij gesteund door Pesic.

Draskovic was diep beledigd en zwoor dat zijn wraak zoet zou zijn. In de gemeenteraad van Belgrado diende de SPO een motie van wantrouwen in tegen Djindjic, die daar dankzij de Zajedno-overwinning burgemeester was geworden. De motie werd aangenomen en Djindjic moest vertrekken.

Draskovic ging verder. Na de Servische verkiezingen van 1997, ditmaal door Djindjic geboycot, begon hij onderhandelingen over regeringsdeelname met president Milosevic. De romance tussen Milosevic en Draskovic kreeg een vervolg. In januari dit jaar werd de SPO-leider vice-premier van Joegoslavië.

Terwijl Draskovic als vertegenwoordiger van het regime op CNN het keiharde Kosovo-standpunt verdedigde, vluchtte Djindjic naar Montenegro. Sinds zijn ontslag als vice-premier is Draskovic terug bij af. Milosevic laat hem en Djindjic voorlopig ongestoord hun eigen demonstraties leiden. Hij weet dat hij boft met zulke tegenstanders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden