Opponenten Milosevic tot elkaar veroordeeld

De Servische oppositieleiders hebben weinig met elkaar gemeen. Toch moeten ze samenwerken, meent Svetlana Slapsak. Een politieke dialoog kunnen zij zich misschien veroorloven als Milosevic weg is....

TERWIJL iedereen die ik spreek hoopvol is gestemd over de afloop van de politieke crisis in Servië, is de situatie ernstiger dan ooit. Sinds bijna een maand wordt er carnaval in de straten van Belgrado gevierd. Het is een gedisciplineerd en geweldloos festijn, waarmee de deelnemers willen laten zien hoe ze over het zittende regime denken.

Eieren, yoghurt, papieren vliegtuigjes, fluitjes, bellen, voetballeuzen en carnavalsliederen zijn de enige wapens van de demonstranten. Het is één groot straattheater: 's morgens voor de studenten en 's middags voor de mensen met een baan. Er worden mensen gearresteerd en naar de gevangenis afgevoerd wegens het in bezit hebben van een ei of het drinken van yoghurt in het openbaar. Zo blaast het regime zijn partijtje mee in de algemene gekte, en begint de zwijgzame Milosevic op de koning der dwazen te lijken.

Net als in Zagreb, was het geen willekeurige kwestie die de rebellie in gang zette. In beide gevallen bleek het geduld van de bevolking uitgeput. Kroaten en Serviërs gaven op een volstrekt onverwacht moment te kennen: nu is het genoeg. Maar lieten de Kroatische demonstranten het bij een waarschuwing, de opstand in Belgrado is niet meer te stoppen. Tenzij Milosevic tot extreme vormen van geweld overgaat.

De internationale gemeenschap moet een keuze maken: ofwel ze blijft Milosevic als de beschermengel van Dayton zien, of ze accepteert dat onbekende politici hervormingen doorvoeren. In de loop van deze eeuw hebben we gezien dat in zulke gevallen de hypocrisie doorgaans wint. Na de crisis op zijn eigen manier te hebben 'opgelost', krijgt de dictator een ernstige waarschuwing.

De hamvraag in het Servische geval is of de leiders van de opstand te vertrouwen zijn. Zullen ze de oorlog met de ex-Joegoslavische buurlanden hervatten of niet? Zowel Vuk Draskovic als Zoran Djindjic onderhield voor de oorlog nauwe banden met kringen van dissidente intellectuelen in Joegoslavië. De minder erudiete Draskovic presenteerde zich voor de oorlog als een flamboyant nationalist. Maar zodra de oorlog in Bosnië begon, veranderde hij radicaal van mening. Vanwege zijn protesten tegen de volkerenmoord op de Moslims en andere bevolkingsgroepen verloor zijn partij veel leden, maar het verlies werd goedgemaakt door de toeloop van mensen die daarmee hun afkeer van het regime kenbaar wilden maken.

Draskovic is een zeepkistredenaar: hij kan hartstochtelijk en onbeheerst van leer trekken, maar hij is ook moedig. Bovendien heeft hij al persoonlijk met de hardhandige methoden van Milosevic' politie kennisgemaakt. Zijn echtgenote, Danica, is nog feller dan hij. Met haar scheldkanonnades in het partijblad Het Woord van Servië, waarvan ze hoofdredacteur is, heeft ze de anti-Milosevic coalitie bijna om zeep geholpen.

Draskovic en zijn vrouw rechtvaardigen nog steeds het optreden van de cetniks - de Servisch-nationalistische guerillastrijders die tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers samenwerkten om de partisanen van Tito te verslaan. Ze hebben echter openlijk afstand genomen van de Bosnisch-Servische krijgsheren en hun wandaden tegen de Moslims. Voor het Servisch publiek is het paar een toonbeeld van moed. Wellicht dat ze wat onbezonnen zijn, maar dat hoort er nu eenmaal bij.

Het andere boegbeeld van de oppositie, Zoran Djindjic, zal de grootste moeite hebben om zoveel bijval te oogsten. Hij cultiveert zijn imago van grootsteedse en verfijnde politicus, maar zijn extreem-nationalistische standpunten heeft hij nooit willen herroepen.

Nog maar enkele maanden geleden ondertekende hij een steunverklaring voor de Bosnisch-Servische leider Karadzic, waarin het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag werd afgekraakt. Zijn partijleiderschap dankt hij aan een smerige partijcoup tegen de voormalige dissidenten-leider Dragoljub Micunovic.

Djindjic komt openlijk voor zijn machiavellistische methoden uit. De westerse indruk die hij maakt mag dan bijzonder misleidend zijn, als het nodig is om aan de macht te komen zal hij zich dus wel aan nieuwe spelregels aanpassen.

Draskovic en Djindjic hameren thans op de invoering van burgerrechten, de rechtsstaat en andere westerse artefacten. Daaruit blijkt in elk geval dat ze naar de bevolking luisteren, en dat de bevolking er nu andere meningen op nahoudt dan voorheen.

De derde coalitieleider is Vesna Pesic. Al twintig jaar heeft zij ervaring als dissidente. Pesic is slim, elegant, een goed spreker en een scherpzinnig denker. Ze zag in dat de burgerrechtenbeweging - waarin pacifistische, alle niet-nationalistische, feministische en andere alternatieve groeperingen verenigd zijn - zich bij de coalitie en het protest moest aansluiten. Anders zou de beweging, die door de nationalisten eigenlijk wordt veracht, zich voor zeer lange tijd buiten de machtsstrijd plaatsen.

De ironie wil dat de demonstraties die de oppositie nu in de straten van Belgrado houdt, zijn gemodelleerd naar de actievormen van de burgerrechtenbeweging.

Het is interessant om te zien hoe de nationalistische intelligentsia - die de laatste jaren onbeschaamd oorlogspropaganda heeft bedreven - zich opstelt tegenover de pacifistische oppositie. Hun gezamenlijke verzet tegen het regime brengt hen bij elkaar en verdrijft de verdoving die het Servische volk lange tijd leek te hebben bevangen, maar zal op den duur toch niet de onderlinge verschillen kunnen verhullen.

De 'softe', niet-nationalistische oppositie zal niet op eigen kracht de macht kunnen veroveren. Ze zal allianties moeten aangaan waartegen haar goede smaak zich misschien verzet. Heeft de gelegenheidscoalitie eenmaal haar doel bereikt, dan krijgt de normale politieke dialoog misschien een kans.

Nooit eerder heeft Servië een zo lange periode van openlijke rebellie gekend. En als de 'witte boorden' demonstranten niet afhaken, en de arbeiders hun aandeel in de demonstraties opvoeren, dan zullen ook de boeren zich achter de winnende partij scharen.

Het meest optimistische scenario voor het verdere verloop van de revolte is dat Milosevic zozeer alleen komt te staan, dat hij heimelijk de benen neemt om in Cyprus van zijn spaargeld te gaan leven. Volgens het meest pessimistische scenario al hij leger en politie op de demonstranten afsturen.

En wanneer ik in een romantische bui ben, dan zie ik een paar dappere officieren voor me, die de kant van het protest kiezen en daarmee het laatste zetje geven aan de komende veranderingen. In het Servische verleden is dat tenslotte al vaker gebeurd.

Veranderingen beginnen meestal in culturele en intellectuele kringen. Tragisch genoeg is de stoot nu gegeven door de nationalisten. De niet-nationalistische oppositie kan haar invloed het best aanwenden door steun te geven aan de gematigde media, zoals Radio B 92.

De aanhoudende demonstraties hebben al een eind gemaakt aan de ongenadige onderdrukking van de stem van het geweten. Laat deze stem niet gesmoord worden door de tanks van Milosevic.

Svetlana Slapsak is classica, en is betrokken geweest bij verschillende oppositie-activiteiten. Zij is van Servische origine, maar heeft sinds 1993 de Sloveense nationaliteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden