Opperstalmeester van De Groene

De nieuwe hoofdredacteur van De Groene, Hubert Smeets, verliet de NRC uit ongenoegen over de bureaucratie en de dagbladwereld, het 'allemaal hetzelfde doen'....

De hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer verdient 35 procent minder dan voorheen als commentator en voormalig adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Hubert Smeets (46), die per 1 januari de ene functie voor de andere verruilde, heeft ervan wakker gelegen, ja. Anderhalve week, en toen was hij eruit. 'Als ik het nu niet doe, dan doe ik het nooit', realiseerde hij zich, en dus nam hij afscheid van de riante secundaire arbeidsvoorwaarden als gratis kranten, telefoonvergoedingen en een lease-auto, om zitting te nemen in een duister, donkerbruin pandje waar de vloerbedekking versleten is, de verf bladdert, het dak lekt en het computersysteem er elke dag de brui aan kan geven.

Smeets moet wel een grenzeloos vertrouwen hebben in de toekomst van het roemruchte opinieweekblad. Het vierde weliswaar onlangs zijn 125-jarig bestaan, maar de afgelopen vijftien jaar was ruim zeven ton aan subsidie van het Bedrijfsfonds voor de Pers nodig om overeind te blijven.

Om zijn optimisme te illustreren, spreekt hij zelf graag over de oplagegroei 'van tien procent' die het afgelopen jaar werd geboekt. Tegen de 15 duizend ligt die oplage nu volgens hem (de officiële cijfers noemen ruim 13 duizend), de losse verkoop ligt wekelijks rond de tweeduizend en ook dat is wel eens minder geweest. Verrassend veel jonge lezers, en even verrassend: relatief veel van CDA-huize en veel minder dan gedacht van linkse zijde. Voor het eerst sinds jaren boekte het bedrijf vorig jaar een batig saldo van een ton. Smeets: 'Daar moet nog wel het een en ander van af, maar toch.'

De afkalvende dagbladmarkt is goed voor de weekbladen, zegt hij. 'Naarmate de kranten meer in elkaars vaarwater gaan zitten, krijgen meer lezers behoefte aan een weekblad dat bij zijn traditie blijft en ook eens een andere kant opkijkt dan de overige media.' Bij De Groene is die traditie de vrijzinnig-democratische.

'De vraag daarnaar is niet enorm, nee. Oplagen als die van Vrij Nederland in zijn hoogtijdagen zullen we nooit halen. Maar boven de twintigduizend moeten we toch kunnen komen.' Hij pint zich niet vast op getallen, maar een groei van vijfhonderd tot duizend abonnees per jaar zou mooi zijn.

Hij was 22 jaar verbonden aan NRC Handelsblad, als onder meer politiek verslaggever, correspondent in Moskou, lid van de hoofdredactie en tot slot commentator. Hij verliet de krant enigszins teleurgesteld. Stoorde zich aan de bureaucratie en de redactiestructuur in de dagbladwereld. 'Dat naar het midden opschuiven en allemaal hetzelfde doen, kon mij niet meer inspireren.'

Het is het gevolg van het succes in de jaren tachtig geweest, zegt Smeets, en de poging die lezersaanwas te consolideren. Hij doelt op de wildgroei van katernen, bijlagen en magazines, die in zijn ogen soms niet meer zijn dan achterkanten van advertentiepagina's die gevuld moeten worden. Bij de NRC vond hij het lifestyle-katern Leven & cetera bepaald geen aanwinst. 'Ik geloof niet in de marketingbenadering, de dienstverlening aan de lezer. Het is vissen met een net dat je zo breed maakt dat er altijd wel een scholletje in blijft hangen.'

Hij heeft zijn ongenoegen kenbaar gemaakt, maar vond geen gehoor. Hij zat dan wel drie jaar in de hoofdredactie, dat betekent niet dat je nadien nog wat te zeggen hebt. 'Na 22 jaar had ik niet meer de alertheid en de dwingende presentatie waardoor ik nog mensen kon prikkelen of inspireren. Dat is aan sleetsheid onderhevig, en langzaam word je een cliché van jezelf. Men grapte: ik versta wel Smeetsiaans, maar ik spreek het niet.'

Hij werd niet meer begrepen, of men wilde het niet. Een afscheid na zoveel jaren heeft iets van een echtscheiding, zegt hij, en dus heeft hij de laatste maanden intern wat om zich heen gemept. 'Naar degenen die zo voor die katernen en de eenvormigheid waren.'

Het Smeetsiaans oogstte ook buiten de NRC soms spot en hoon, niet in de laatste plaats omdat hij zich nogal nadrukkelijk als intellectueel presenteerde op radio (in het opgeheven, ietwat zelfingenomen praatprogramma Weldenkende mensen), bij de Amsterdamse televisiezender AT 5 (waar hij met Felix Rottenberg een programma maakte) en in zijn artikelen (zoals een paginavullende recensie van het NS-spoorboekje in het boekenkatern).

'De grote wegbereider van de chaostheorie', omschreef columnist Jan Kuitenbrouwer hem eens in HP/De Tijd. Het heeft ongetwijfeld te maken met zijn wat archaïsche taalgebruik en de alomvattende verklaringen die hij placht te geven voor welk fenomeen dan ook. 'Ik gebruik vaak grote woorden, ja.' Hij ziet dat als de erfenis van de jaren negentig, waarin de bureaucratie ('mijn stokpaardje') doordrong tot elke vezel van de samenleving, en waartegen hij in steeds grotere bewoordingen ten strijde trok.

'Je kunt me veel verwijten, maar zo'n bespreking van het spoorboekje was wel de apotheose van een aantal stukken waarin ik bijvoorbeeld nooit Paars heb omarmd, en steeds heb beschreven dat een aantal dingen helemaal fout lopen.'

Nu opereert hij dus in een klein kamertje op het Westeinde, met onder zich een overwegend jonge redactie, die, zegt hij, veel in de weer is zichzelf en elkaar aan een wereldbeeld te toetsen. Een club waar interne democratie en bemoeizucht na dertig jaar nog altijd bestaat en die hem enigszins afwachtend tegemoet trad. 'Sommigen vonden mijn voornemen de oplage te verhogen al riskant. Ik ben niet klassiek links, en vind niet dat iedereen die tegen de gevestigde orde is per definitie gelijk heeft. Ik heb de redactie gezegd dat woorden als stalinistisch of fascistisch niet meer zonder deugdelijke argumentatie als bijvoeglijk naamwoord gebruikt moeten worden. ''Daar gaan mijn stijlmiddelen'', verzuchtte René Zwaap.'

Hij is geen bladendokter, dus verwacht van hem geen ideeën als 48 recepten om boerenkool te bereiden. Wat wel vaststaat: 'Wij gaan niet berichten over de problemen van corpulentie, zoals de andere weekbladen wel doen.' Smeets gelooft dat in een volgens hem a-politieke tijd als de afgelopen periode juist grotere behoefte bestaat aan goede politieke journalistiek. 'Geen kleedkamerjournalistiek zoals we die overal zien, maar agenderende politieke journalistiek. Die bestaat ook al in De Groene.'

Welke thema's in het publieke discours hebben we ook alweer te danken aan het feit dat De Groene ze agendeerde? Smeets: 'Te weinig, dat geef ik toe. Maar we gaan het meer doen. Ik heb de thema's ook in mijn hoofd, maar ik geef ze natuurlijk nog niet prijs.'

Onder zijn redacteuren ziet hij potentieel, maar het komt er nog onvoldoende uit. 'Vanochtend maakte ik me nog ernstig zorgen over het nummer dat deze week verschijnt', zei hij vorige week dinsdag. Met zijn komst wil hij de redactie, die het zonder de vorig jaar overleden Martin van Amerongen zwaar te verduren had, weer de mogelijkheid geven tot experimenteren. 'Ik ben de opperstalmeester van het keten.' Hij bedoelt: laat de redactie experimenteren en accepteren dat het af en toe fout gaat.

Tot nu toe staat De Groene vol schrijftafelstukken, ja. 'We gaan weinig de straat op, en dat is niet a priori verkeerd. We hebben de middelen niet om de hele redactie de straat op te sturen. Bovendien leidt het verslaggeversvirus niet automatisch tot betere stukken. je ziet het bij de dagbladen: elke Haagse beslissing wordt onmiddellijk naar het niveau van de straat vertaald.'

Maar werd de pers vorig jaar dan niet verweten nooit op straat te komen? Smeets: 'Waar het om gaat, is dat als je de straat opgaat, je dat met open vizier moet doen, en met een gerichte vraag. Bij de NRC heb ik eens iemand op pad gestuurd die zich vooraf ernstig zorgen maakte over de vorm die het stuk moest krijgen. Bedenk eerst eens een vraag, zou ik zeggen, en kijk waarmee je terugkomt.'

Heeft hij geen last van de erfenis van de aimabele Van Amerongen, die zo duidelijk zijn stempel op het blad drukte? 'Die vraag stelt iedereen me. Ik krijg er vast last van, maar ik weet nog niet hoe. Ik ben geen Martin van Amerongen. Ik ben wat politieker en economischer dan hij. Hij schreef beter dan ik en hij was cultureler.

'Dat laatste element zal ik in stand trachten te houden, maar in tegenstelling tot Martin vind ik U2 geen misdaad tegen de mensheid. Martin heeft de krant gered, zo simpel is het, en ik ben vermoedelijk niet in staat dat op dezelfde wijze te doen. Ik heb geen vrienden in barretje-Hilton-achtige gelegenheden.

'Nee, hij heeft niet geweten dat ik zijn opvolger zou worden. Maar we kenden elkaar al lang en ik meen te weten dat hij er vrede mee zou hebben dat ik zijn erfenis beheer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden