Opperdienaar van de kamermuziek

Menahem Pressler soupeerde nog met Stravinsky. Na 52 jaar Beaux Arts Trio grossiert hij nu in pianomasterclasses.

Kort, maar typerend was de toespraak waarmee het wereldbefaamde kamermuziekgezelschap Beaux Arts Trio in 2007 voorgoed afscheid nam van het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw. 'Ik zou u allemaal persoonlijk willen omhelzen', zei Menahem Pressler, de pianist die het trio ruim een halve eeuw aanvoerde.


Applaus en tranen. Het slotwoord accentueerde wat bezoekers van de Kleine Zaal al heel goed wisten. Ten eerste: pianist Pressler was de verpersoonlijking van het Beaux Arts Trio. Hij was het trio. Ten tweede: Pressler hield van iedereen die van dit trio hield (sterker: de nu 88-jarige Pressler lijkt nog altijd een innig soort vriendschap te onderhouden met iedereen die maar een paar seconden in zijn blikveld verschijnt). Maar vierhonderd persoonlijke omhelzingen, dat was zelfs voor Menahem Pressler te ambitieus. Na een superieure uitvoering van Beethovens Aartshertogtrio volgden toegiften, waarna Pressler, de violist Daniel Hope en de cellist Antonio Meneses zich naar een afscheid elders in de wereld haastten.


Volgens Cynthia Wilson, auteur van een pas verschenen biografie over Pressler en het Beaux Arts Trio, Always Something New to Discover, had het drietal nog jaren vooruit gekund, alleen al van de uitnodigingen die binnenstroomden toen bekend werd dat het trio zou stoppen. Maar Pressler, reeds lang getooid met typische seniorentitels als eredoctoraten en een ereopperhoofdschap van de Wabash-stam in Indiana - de Amerikaanse staat waar hij staat ingeschreven (al woont hij voornamelijk in vliegtuigen, hotels en de concertzalen waar hij speelt) - besloot nieuwe inhoud te geven aan een oude stiel, zijn solo-pianistencarrière. En hij grossiert in masterclasses, zoals pas geleden in het Amsterdamse Concertgebouw.


Kamermuziek en individuele roem, dat gaat zelden samen. Een uitzondering is het wandelende monument Pressler, die als ex-leerling van de pianolegendes Casadesus en Petri nog met een been in de tijd staat van Ravel en Busoni. Een man die nog soupeerde met Stravinsky, maar als speler van Turnage- en Kurtágpremières ook aan de 21ste eeuw zijn steentje heeft bijgedragen.


Wilsons boek is een smakelijk opgeschreven rapportage van de talenten en toevalsfactoren die Pressler naar zijn positie als 's werelds opperdienaar van de kamermuziek hebben gedirigeerd. De vraag was ook altijd hoe hij het 52 jaar volhield, met drie achtereenvolgende cellisten en vijf achtereenvolgende violisten: van de Franstalige 'Beaux Arts'-medeoprichter Daniel Guilet, die voor Pressler een soort oom was (maar moest opstappen toen hij vals begon te spelen door gehoorproblemen), tot de in 1974 geboren Daniel Hope, voor Pressler een muzikaal kleinkind.


Wilson is een Amerikaanse die naar Nederland is verhuisd. Ze studeerde klavecimbel, was muziekchef van de NCRV, programmeur van het muziekcentrum in Eindhoven en artistiek manager van het Rotterdams Philharmonisch. Haar dubbele verworteling heeft z'n voordelen gehad, alleen al bij het ontrafelen van ins en outs bij Philips, het lang vanuit Baarn geleide platenlabel dat met Pressler en vrienden vrijwel het hele repertoire voor het pianotrio in de etalages legde, waarna het trio discografisch op een zijspoor kwam.


De Amerikaanse klassieke-muziekindustrie van de jaren 1940 en 1950 was een wilde maalstroom, waar Pressler in werd meegezogen toen hij als geboren Duitser van Pools-Joodse afkomst, gevlucht naar Palestina, in San Francisco een concours won. Het muziekbedrijf van die dagen op Amerikaanse platen en radiozenders en in duizend Amerikaanse steden is voor Wilson uit Boston geen raadselachtig monster, maar een gewoon Amerikaans fenomeen, ontstaan uit elementaire cultuurhonger en uitgaansdrift. Het werd gevoed door een royale aanwezigheid van uit Europa gevluchte musici die grootmeesters waren in Europese muziek (het centrum van Europa lag rond 1950 in de Carnegie Hall), en het werd bestierd door een paar zakenlieden die gekenschetst kunnen worden als commerciële genieën, respectievelijk monopolistische haaien.


De belangrijkste, superimpresario Arthur Judson van Columbia Artists, leidde zonder het te weten Presslers ommezwaai naar het kamermuziekmetier in door Presslers solo-concertagenda af te knijpen na een onnozel meningsverschil met een zaakwaarnemer. Pressler wilde terug naar Israël. Maar hij kwam na een telefoontje van de violist Guilet en de cellist Greenhouse 'nog even' over om wat kamer-Mozart op te nemen.


Hoe je dat uitbouwt naar een kamermuziekcarrière met een discografie van tweehonderd meesterlijke trio- uitvoeringen en een speelgeschiedenis van vijfduizend of meer concerten? Presslers eigen adviezen zijn ontnuchterend. Eigenschappen die je moet hebben zijn: 'hard kunnen werken', 'plezierige omgang met anderen', en 'geluk hebben'.


Cynthia Wilson: Always Something New to Discover - Menahem Pressler and the Beaux Arts Trio.

Paragon Publishing; 384 pagina's; ca. € 30,-.


ISBN 978 1 908341 25 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden