Oppakken en wegwezen

Wonen waar het avontuur lokt. Dat kan makkelijk met de Futuro van Suuronen of de Tampa-skull van Van Lieshout. Op de tentoonstelling 'Mobiele Architectuur' begint het spontaan te kriebelen....

door Anne van Driel

Achteraf is het makkelijk praten. 'De marketing was verkeerd', zegt de hostess van destijds vastberaden. Hoe anders is te verklaren dat de Futuro niet verkocht? Amerika was naar de maan geweest, de economie bloeide als nooit te voren, arbeiders kregen steeds meer vrije tijd. Toch sloeg-ie niet aan; het huis in de vorm van een vliegende schotel kreeg in Amerika geen voet aan de grond. Van de door de Finse architect Matti Suuronen in 1968 ontworpen Futuro werden er wereldwijd nog geen twintig verkocht.

De Futuro-vertegenwoordigster - optredend in een documentaire - kan zich er dertig jaar na dato nog over opwinden. En wie hem ziet, begrijpt waarom. Wonderlijk mooi is de ruimtecapsule op spinnenpoten die nu op het Storkterrein in Amsterdam staat, fantasierijk als een decorstuk uit sf-films als Barbarella (1968) of 2001: A Space Odyssey (1968). Maar de Futuro is écht, benadrukt de Futuro-vertegenwoordigster op een binnenin getoonde video. En door de glasfiber wanden ('nooit meer schilderen, alleen even schoonmaken') praktisch bovendien.

Met ingebouwde keuken, toilet, twee slaapkamers en een ruime living was het de ideale vakantiewoning voor steeds weer een andere bestemming. Want de Futuro liet zich als een sinaasappel pellen, kon in zestien partjes uit elkaar worden geschroefd. Húp, in een verhuiswagen, en het lichtgewicht ding liet zich vervoeren waarheen je maar wilde. Maar het allermooiste aan de portable woning: hij was in het betere warenhuis (Storckmann) te koop.

Op de tentoonstelling Mobiele Architectuur begint het spontaan te kriebelen. Gaan en staan waar je wilt, wonen waarheen het avontuur je lokt. Wie heeft er níet van gedroomd - en: hoeveel redenen zijn vervolgens niet verzonnen om het tóch maar niet te doen?

Om die argumenten op redelijkheid te toetsen, plaatste de Stichting Kunst Openbare Ruimte (SKOR) veertien 'mobiele eenheden' in en om een fabriekshal op een voormalig industrieterrein in Amsterdam. Je mag ze (bijna) allemaal betreden en er eens even rustig in gaan zitten. Want de tentoonstelling, stelt de SKOR, is bedoeld als 'een laboratorium' waar je 'de gebruikswaarde en de betekenis van mobiele architectuur' kunt onderzoeken, zélf kunt ervaren wat de mogelijkheden en de zwakke plekken van het nomadisch wonen zijn.

Twee oldies staan er op het Storkterrein: naast de Futuro, die het vooral goed deed bij de Europese jet-set (die in de mobiele vakantiewoning de ideale locatie voor fancy coctailparties zag), ook een jarenvijftigexemplaar van de populaire Airstream Caravan.

Ooit begonnen als een vijf-dollar-bouwinstructie in een doehetzelftijdschrift, ontwikkelde de bolbuikige caravan zich in de jaren zestig tot hét vakantievoertuig van vele Amerikanen - jong en gepensioneerd, bemiddeld en modaal. De Airstream, minder buitenissig dan de Futuro, werd de burgerlijke invulling van het on the road-ideaal.

Reuzensprong

Hoewel de democratisering van het mobiele wonen (met de gestegen welvaart en de verminderde werkweek) in de jaren zestig begon, staat de SKOR niet al te lang stil bij dat tijdvak. Vanaf de Futuro en de Airstream maakt de tentoonstelling een reuzensprong - om pas weer in 1996 te landen. Vooral in de afgelopen vijf jaar hebben architecten, vormgevers en kunstenaars een opmerkelijke productie van mobiele units laten zien. En: niet voor niets.

Door de 'enorme vlucht van de informatietechnologie' en 'de toename en perfectionering van transportmiddelen' - stelt de SKOR - koerst de samenleving aan op een wereldwijde maatschappij van communiceren en netwerken. Mobiel wonen heeft meer bestaansrecht dan ooit. Het hoeft niet, zoals in de jaren zestig, tot in het weekend en na het pensioen te worden beperkt - het kan altijd en overal. Werken waar een stekker voor je laptop is, wonen waar je bereik hebt met je mobieltje.

Die vrijheid lijkt bij de deelnemers aan Mobiele Architectuur inderdaad grote euforie te hebben losgemaakt. 'Kan niet bestaat niet' is hun lijfspreuk, die wordt vertaald in technisch simpele maar uiterst vindingrijke ontwerpen. Je kunt ze uitvouwen, opblazen, leeg laten lopen (paraSITE, Kas Oosterhuis). Aan elkaar klikken (Tampa-skull, Atelier van Lieshout), simpelweg openklappen (Jack Brandsma's Mobiel Huishouden) of voor je uit laten rollen (Snail Shell System, N 55). Maar ook kantelen (Tuimelhuisje, Koers Zeinstra van Gelderen architecten), zodat op dezelfde plek steeds een andere ruimte ontstaat.

De internationaal georiënteerde carrièrejager, die doorgaans van hotelkamer naar hotelkamer reist, zal in de Hotelit van Yuri Leiderman en Vadim Fishkin weinig moeite hebben om te aarden. De omgebouwde container, slaapplek en tentoonstellingsruimte ineen, meet zich aan de buitenkant het uiterlijk van een enorme hotelflat aan (met lampjes die verschillende ramen suggereren) en ook de binnenkant lijkt exact op de onpersoonlijke, standaard hotelkameruitrusting.

De uiterste consequentie van het digitale en draadloze tijdperk - de inwisselbaarheid van plaats - wordt als geen enkel probleem gezien. Sterker, het wordt uitgebuit. Zoals in de paraSITE van Kas Oosterhuis, Menno Rubbens en Ilona Lénárd: een opblaasbaar internet-paviljoen dat oogt als een gecrashte zeppelin. Wie door een gleuf naar binnenstapt, komt in de buik van een walvis, een prachtige ruimte met gewelfde wanden en gespannen touwen als baleinen. Lopen gaat hier met de moonwalk-pas, iedere stap op het door lucht gespannen kunststof betekent een tegenbeweging. Na paar minuten raak je iedere oriëntatie op tijd en ruimte kwijt, waan je je letterlijk overal en nergens.

Ook al is de de paraSITE (je kunt er je computer aansluiten met toegang tot het world wide web) helemaal van nu, in de kern grijpt het ontwerp terug op de jaren zestig. Op het Gelbes Herz (1968), een opblaasbare woonunit van de Haus-Rucker-groep bijvoorbeeld, of op de Living Pod (1966) van Archigram, een kunststof wooncel waarvan de leefruimte ver beneden het Existenzminimum lag.

Gekte

De futuristische collages die de Engelse Archigram-groep destijds maakte en de voorstellen voor 'super-architectuur' die het Italiaanse Superstudio toen deed, lijken de gekte te vieren, de techniek te bejubelen en de consumptiemaatschappij te eren. Maar achter de wooncapsules van Peter Cook (Plug-In City, 1966), die je overal ter wereld aan bestaande woontorens zou kunnen clicken, school een kritiek op de overbevolking. Achter de Walking Cities (Ron Herron, 1966), insectachtige robotwoningen die weg konden lopen, school de angst voor een kernramp.

Het mobiele wonen is tegenwoordig minder pamfletterig, maar ook op deze tentoonstelling slaat het optimisme soms om en krijgt grimmige kartelrandjes. De Tampa-skull van Joep van Lieshout (meester van de overlevingstactiek) is niet zomaar een verblijfsruimte. Het is een kloostercel, een plek om je te bezinnen, en terug te trekken vooral. Uit het jachtige bestaan, uit de ik-ben-vierentwintig-uur-bereikbaar-economie, want achter het metaal van de buitenwand werkt je mobieltje niet. En de Winterbivak van Dré Wapenaar is niet zomaar een tent die oplicht als een oranje lampion wanneer binnen het kampvuur knettert. De tent is een ontmoetingsplek voor de vrienden en geliefden die je - druk, druk, druk - haast nooit meer ziet.

Voor wie niet de luxe van dit soort problemen kent, bouwde Alicia Framis het Billboard House, een kaal houten huisje, te gebruiken voor daklozen of gezinnen in derdewereldlanden. Gratis. Het is de multinational die met wandvullende reclames op één van de drie muren adverteert, die de huisvesting betaalt.

Een hoge gebruikswaarde hebben de mobiele woningen op de 'tentoonstelling als laboratorium' vaak niet. Maar betekenis des te meer. Mobiel ontwerpen lijkt voor architecten, vormgevers en kunstenaars dé manier om een probleem aan de kaak te stellen, hun engagement in een vorm te gieten. Zoals bij Jack Brandsma, die met één van de mooiste bijdragen aan de tentoonstelling inspeelt op het nijpend gebrek aan betaalbare woon- en werkruimte nu leegstaande scholen, kantoren en fabriekshallen steeds vaker tot luxe appartementen worden omgebouwd.

Brandsma's Mobiel Huishouden is bedoeld voor kunstenaars die van vrijplaats naar vrijplaats moeten verkassen. Maar wat zou je ze, ook als je een váste woonplek bezit, graag hebben: de drie houten kratten, die elk in een handomdraai zijn uit te bouwen tot een twee-persoonsbed met luifel; een superstrakke boeken/kledingkast; en een keukenblok (mét koelkast en gasstel) plus eettafel met vier stoelen.

In productie brengen dat ding, en het Mobiel Huishouden verkoopt zichzelf. Of nou ja, met een beetje goede marketing misschien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden