Nieuws Srebrenica

Opnieuw bittere pil voor Moeders van Srebrenica: Nederland zeer beperkt aansprakelijk

De Moeders van Srebrenica na afloop van de uitspraak van de Hoge Raad. Tweede van rechts Munira Subašić. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Nederland is voor een klein deel (10 procent) aansprakelijk voor de moord op 350 Bosnische moslimmannen in de enclave Srebrenica. Dat is vrijdag het oordeel van de Hoge Raad.

Nederland is voor een klein deel (10 procent) aansprakelijk voor de moord op 350 Bosnische moslimmannen in de enclave Srebrenica. De Dutchbatters die in 1995 de moslimbevolking moesten beschermen tegen de agressie van de Bosnische Serviërs hadden meer kunnen doen om een deel van de vluchtelingen te redden, aldus het hoogste rechtscollege. De Nederlandse staat heeft in die zin onrechtmatig gehandeld. De nabestaanden van deze mannen kunnen van Nederland nu een schadevergoeding eisen.

De Hoge Raad wijkt met zijn arrest af van het advies van de advocaat-generaal uit februari. Die zag geen enkele grond om de Nederlandse staat aansprakelijk te stellen voor de massamoord in Srebrenica, die deze week precies 24 jaar geleden plaatsvond. Het arrest van de Hoge Raad valt echter milder uit voor de staat dan de eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof. De rechtbank vond de staat 100 procent aansprakelijk, het hof maakte daar 30 procent van en de Hoge Raad nu 10 procent.

Die percentages reflecteren de kans dat de moslimmannen het hadden overleefd indien Dutchbat, dat in Bosnië functioneerde als onderdeel van de VN-vredesmacht UNPROFOR, anders gehandeld had. Zowel het gerechtshof als de Hoge Raad menen dat die kans relatief klein was, omdat niet uitgesloten kan worden dat de Serviërs de mannen óók hadden vermoord als Dutchbat meer had gedaan om de mannen te beschermen. De Hoge Raad schat de overlevingskans van de mannen nog lager in dan het hof in 2017 deed.

Evacuatie

Het gerechtshof oordeelde toen dat Dutchbat een deel van de moslimmannen, die zich op de Dutchbat-basis in Potočari bevonden, mogelijk had kunnen redden door hen niet te evacueren met hun vrouwen en kinderen, maar hen op de basis te laten blijven. Op 12 juli 1995 bevonden zich 25 duizend moslimvluchtelingen in en rondom de Dutchbat-basis. Vijfduizend van hen zaten in een grote betonnen fabriekshal op de basis zelf, die omsloten was door hekken. Omdat er niet genoeg voedsel en water was voor zoveel mensen, en bevoorrading onmogelijk was, besloot Dutchbat de vluchtelingen vanaf 12 juli te evacueren naar een opvangkamp in veiliger gebied.

Het vervoer van de vluchtelingen werd noodgedwongen geregeld door de Serviërs. De commandant van Dutchbat, overste Thom Karremans, had daarover afspraken gemaakt met de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladić (die later door het Joegoslavië-tribunaal tot levenslang veroordeeld is voor oorlogsmisdaden). De Serviërs hielden zich echter niet aan de afspraak alle vluchtelingen naar het opvangkamp te brengen. Ze scheidden de mannen en tienerjongens van de andere vluchtelingen en voerden hen af met onbekende bestemmingen. Het overgrote deel van de groep van 7000 mannen is later teruggevonden in een massagraf, of tot op de dag van vandaag vermist.

Dutchbat had volgens de Hoge Raad op zijn laatst op de avond van 12 juli moeten beseffen dat de mannen waarschijnlijk vermoord zouden worden, als ze in de bussen zouden stappen die de Serviërs lieten voorrijden. Daarom had Dutchbat de mannen die zich in de betonnen hal op de Dutchbat-basis bevonden (buiten het bereik van de Serviërs) de keuze moeten bieden om in de hal achter te blijven. Dit in de hoop dat de Serviërs het niet zouden wagen een VN-basis aan te vallen, alleen om driehonderd moslims extra te kunnen doden. Zowel Hof als Hoge Raad wijzen erop dat de Serviërs ‘de blauwhelmen’ van de VN tot dan toe steeds hadden ontzien, en dat dit ook deel van hun oorlogsstrategie leek te zijn.

Zeer beperkt aansprakelijk

Desondanks kan volgens de Hoge Raad en het gerechtshof niet worden uitgesloten dat de troepen van Mladić de moslimmannen later alsnog met geweld van de basis hadden verwijderd en vermoord. De Dutchbatters waren slechts licht bewapend, konden niet op hulp rekenen van andere VN-troepen en waren numeriek tegenover de Serviërs zwaar in de minderheid. Vandaar dat de Hoge Raad de Nederlandse staat maar zeer beperkt aansprakelijk vindt.

Voor de nabestaanden van de vermoorde mannen, verenigd in de stichting Moeders van Srebrenica, is het arrest een zeer bittere pil. De vrouwen waren al erg teleurgesteld in de eerdere vonnissen van rechtbank en gerechtshof. De Hoge Raad zwakt die veroordelingen nu nog verder af.

Twee Bosnische vrouwen, die ook individueel de Nederlandse staat aansprakelijk hadden gesteld, wonen het voorlezen van het arrest vrijdagochtend bij. Tot hun grote verontwaardiging is er geen simultaanvertaling beschikbaar. De vrouwen, Kada Hotić (75) en Munira Subašić (72), spreken alleen hun moedertaal en begrijpen derhalve niets van wat vice-president Kees Streefkerk voorleest. De inhoud van het arrest moet hen achteraf door zelf meegebrachte, niet professionele vertalers worden uitgelegd.

‘Schande voor Nederland’

Hotić kan na afloop haar woede nauwelijks onder woorden brengen over deze ‘grove belediging’ van de belanghebbenden. ‘Deze rechtbank is een schande voor Nederland. Hoe is het mogelijk dat wij, de eisers in deze rechtszaak, de uitspraak niet in onze eigen taal konden volgen? Ik dacht dat Nederland een hoog ontwikkeld land was, maar dit komt op mij uiterst primitief over’. Om over het arrest zelf maar te zwijgen: dat ervaart ze helemaal als een affront aan alle nabestaanden in Bosnië. Kada Hotić werd bij de evacuatie in Potocari op 13 juli 1995 van haar man gescheiden. Zijn lichaam werd later teruggevonden in een massagraf. Van haar zoon, die na de val van Srebrenica de bossen in vluchtte, heeft zij nooit meer iets vernomen.

‘Twee botjes’ zijn al wat Munira Subašić ooit heeft teruggezien van haar 19-jarige zoon Nemrin, die op 12 juli 1995 onder toeziend oog van Dutchbat werd afgevoerd door de Serviërs. Een dag later moest ze bij de evacuatie afscheid nemen van haar man, omdat de Serviërs de mannen van de vrouwen scheidden. Zijn overblijfselen zijn in 2004 opgegraven. Haar bittere commentaar: ‘Zeventien jaar geleden kwam het Niod-rapport over Srebrenica uit. De Nederlandse regering nam toen haar verantwoordelijkheid en trad af. Sindsdien is in de opeenvolgende rechterlijke vonnissen dat verantwoordelijkheidsgevoel steeds verder vervaagd. Wij zullen dit nooit vergeten en het Nederland nooit vergeven.’

Dit schreven we eerder over Srebrenica

Voor alle onderzoeken naar Srebrenica waren ze niet toegankelijk: de notulen van de ministerraad uit 1993, het jaar dat het besluit voor de achteraf traumatische missie in Bosnië viel. Nu verwijdert het Nationaal Archief het predicaat ‘staatsgeheim’. Wat zeiden de ministers erover? ‘De kans is groot dat Srebrenica zal vallen.’

Column: Nederland is nog altijd niet in het reine gekomen met de hel van Srebrenica

De Bosnische stad stond onder bewaking van Nederlandse blauwhelmen, zij moesten de vrede bewaren te midden van een burgeroorlog tussen Bosniërs en Serviërs. Dat de stad onder de bescherming van Dutchbatters viel maakt de Nederlandse staat deels schuldig voor de genocide. Nederland is tot op de dag van vandaag nog altijd niet in het reine gekomen met de hel van Srebrenica, meent columnist René Cuperus. 

‘Een Nederlandse soldaat trok mijn zoon uit de bus’ 

Munira Subašić is één van de ‘moeders van Srebrenica‘, zij verwijten dat hun geliefden in de steek werden gelaten door Dutchbat. Subašić zag hoe de Nederlandse blauwhelmen actief deelnamen aan het scheiden der seksen, waarna vrijwel alle mannen werden geëxecuteerd. ‘Er ging niemand dood van honger of dorst in de compound van Dutchbat! Wij wilden daar helemaal niet weg. Buiten werd op ons geschoten.’

Tekst loopt door onder de afbeelding.

De val van moslim-enclave Srebrenica. 1. 11 juli 1995, Bosnische Serviërs vallen enclave binnen. 2. Moslimvrouwen en oudere mannen worden door Bosnische Serviërs weggevoerd. 3. Weerbare mannen en moslimmilities vluchten. 4. 8000 Bosnische moslims worden op hun vlucht vermoord door Bosnische Serviërs. Beeld de Volkskrant

‘Ik begon te huilen, ik kon niet ophouden’ 

Ramiz Nukic (54) overleefde de val van Srebrenica waar hij zijn toevlucht had gezocht. Zijn vader en broer hadden minder geluk. In 2002 ging Nukic op zoek naar hun stoffelijke resten. Zijn familie vond hij niet, maar dankzij zijn speurwerk konden honderden slachtoffers geïdentificeerd worden. 'Als ik niets vind, voel ik me slecht.’

‘Het was kwaadaardig om ons op missie te sturen’

Zo vertelt oud-majoor Rob Franken in een interview. Bij de eerste aanblik van de Moslim-enclave Srebrenica wist hij het al: we maken geen schijn van kans als we worden aangevallen. De plaatsvervangend commandant van Dutchbat III sloot zich aan bij een claim tegen de staat.

‘Geheime deal verklaart waarom Srebrenica viel’

De luchtsteun aan de Dutchbatters die in 1995 de val van Srebrenica probeerden te voorkomen bleef uit vanwege een geheime deal tussen de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië. De landen spraken af de Bosnische Serviërs niet te bombarderen omdat Londen en Parijs bang waren dat 340 gegijzelde Franse en Britse blauwhelmen dan geëxecuteerd zouden worden. Dit blijkt uit Amerikaanse documenten waarin toenmalig minister van Defensie Joris Voorhoeve zich uitspreekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden