Opmerking van de dag: 'Wat heeft u veel schoenendozen zeg'

Beeld Robin de Puy

Omdat de verhuizers - drie studenten, frisse jongens, knapen die zwaar werk als work-out zien - om 11 uur zouden komen, reed ik om 10 uur alvast naar mijn moeder met de kinderen, die je in tijden van verhuizing gerust hinderen mag noemen. Ik was de bocht nog niet om of de Man belde met een toon die het midden hield tussen pure paniek en doffe gelatenheid. 'Ze zijn er al', klonk het, terwijl ik op de achtergrond het gestamp van stalen neuzen hoorde. 'Ze dachten dat we om 10 uur hadden afgesproken.'

De rest van de dag haalden we onszelf niet meer in. De kast bleek niet door het trapgat te passen. De sleutel waarmee het enige grote raam openging, was zoek. Na drie uur moesten de studenten alweer door naar de volgende klus, nog een misverstand. Voordeel: toen paste de kast ineens wel door het trapgat. Terwijl ik een loodzware koffer naar de verhuiswagen sjouwde hield een buurman me staande met de vraag of we soms gingen verhuizen. Op mijn antwoord - ja - zei hij dat ik groot gelijk had, waarna hij vijf minuten lang de nadelen van een grote stad op stond te noemen.

Ondertussen ploegden de studenten door. Daar kwam de lamp, daar was het matras, daar waren de vuilniszakken met de dekbedden.

De vervreemding van een levensgrote foto van mijn overleden vader op de stoep.

Opmerking van de dag: 'Wat heeft u veel schoenendozen zeg.'

'Jullie komen zeker ook vaak in hele vieze huizen', zei ik even later om een complimentje in ontvangst te nemen.

De kleinste student, een jongen met de wonderschone naam Aladin: 'Vorige week hebben we nog een doorgelekt matras weggesjouwd. Mijn collega wou weggaan, maar ik doe alles.' Ik: 'Wat is het vieste wat jullie hebben meegemaakt?' De studenten, in koor: 'Kraakpanden. Die week waren we allemaal ziek.' Die kleine: 'Eczeem.'

Vier uur later dan gepland arriveerden we in het nieuwe huis, waar mijn moeder tulpen op tafel had gezet en de Dochter ronddarde in de tuin. 'Kijk nou', zeiden we tegen elkaar in een vlaag van diepe emotie. 'Wat een ruimte. Wat een licht!' Hier zou alles beter zijn, concludeerden we, hier zouden we alles anders doen, hier hadden we wél overzicht. Even later sneuvelde die illusie toen de Dochter rondliep met een rauw ei en een bakje punaises in de babybox bleek te hebben omgekieperd.

Verhuizen was ook: zoeken tot je een ons weegt. 's Ochtends: waar is de kaasschaaf? 's Middags: Waar is dat boterhamzakje met schroefjes? 's Avonds: waar is de kurkentrekker? De eerste ochtend: waar is de doos met onderbroeken?

Op dag twee kwamen de schilders nog even terug voor een laatste reep behang.

Gesprekjes bij de koffie, sterk verhaal bij een rondslingerende cd van De Dijk.

De schilder met een tatoeage van Johnny Cash in zijn nek: 'Wij hebben ook een keer geschilderd bij Huub van der Lubbe thuis, er hingen overal gouden platen aan de muur. Maar ik herken die BN'ers nooit. Dus ik zeg tegen hem: 'Zozo, u bent ook fan van hun.' Zegt Huub: 'Ik bén hun.''

Op dag drie vond ik mijn onderbroeken terug. Op dag vier werd de wasmachine geleverd. Op dag vijf sliep Nummer Twee voor het eerst in zeven maanden door.

Alles werd anders, alles werd beter, zie je wel.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden