Analyse

Opmars Syrische rebellen noopt VS tot inhaalslag: 'Mijn god, wat als de rebellen winnen?'

Nadat de Amerikanen maandenlang beide partijen in het Syrische conflict opriepen de wapens neer te leggen en zich aan het vredesplan van VN-gezant Kofi Annan te houden, schoven de VS ineens dichter naar de rebellen.

Jonge Syrische vluchtelingen in een kamp in Libanon Beeld reuters

Tijdens een persconferentie dinsdag zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton contacten met de oppositie te zullen intensiveren en hulp aan de rebellen te vergroten. Ze riep de oppositie zelfs op een 'interim-regeringslichaam' voor te bereiden.

Clintons opmerkingen lijken ingegeven door een lichte paniek, nadat rebellen vriend en vijand verbaasden met een snelle opmars naar Damascus en Aleppo, en een spectaculaire bomaanslag waarbij vier kernleden van het regime omkwamen.

Patstelling
'Een maand geleden dacht eigenlijk iedereen dat dit een patstelling was die nog wel een jaar, misschien twee jaar zou duren', zegt Paul Salem, directeur van de denktank Carnegie Middle East Center. 'Maar nu denken de VS en anderen ineens: Mijn God, wat als de rebellen over een maand of twee winnen? Wie kennen we? Wat weten we?'
Wat dat betreft, hebben de VS wel wat in te halen. Sinds het begin van de opstanden hebben de VS - en met hen de rest van het Westen - zich vooral beziggehouden met de Syrische oppositie-in-ballingschap, sinds augustus vorig jaar ondergebracht in de Syrische Nationale Raad (SNR). Nette, veelal Engelssprekende mensen in maatpak die het hebben over democratie en mensenrechten, onder leiding van een Frans-Syrische professor aan de Sorbonne.

Maar ondertussen namen bebaarde rebellen, lokale actiegroepen en overlopers uit het nationale leger de regie op de grond over, terwijl de SNR almaar invloed verliest. 'De VS - en ook Europa - hebben relaties met de verkeerde mensen ontwikkeld', zegt Julien Barnes-Dacey van de European Council on Foreign Relations. 'Nu weten ze eigenlijk niet goed wat er aan de hand is en wie de vooruitgang leidt. Ondertussen doen Saoedi-Arabië, Qatar en Turkije zaken met de mensen ter plaatse.'

Niet-dodelijke steun
Washington steunt rebellengroepen al langer met 'niet-dodelijke steun', zoals communicatieapparatuur en medische hulp, en gaat die assistentie nu intensiveren. Maar wat rebellen echt willen, zijn wapens. Die krijgen ze nu via de Turkse grens van Saoedi-Arabië en Qatar, bondgenoten van de VS die werken met permissie van Washington. Zelf willen de VS hun handen nog niet branden aan directe bewapening, omdat het geen nieuwe oorlog ingezogen wil worden, en vreest dat die wapens in handen vallen van extremistische groepen in de oppositie.

Zo nemen de VS wel het risico om controle te verliezen: de best bewapende mensen ter plekke zullen voor en na een val van Assad de meeste invloed hebben, en met hen de landen waarvan ze wapens ontvangen. En waar Amerika graag nette seculiere democraten zien prevaleren, zien de Saoediërs en in mindere mate Qatarezen graag zeer conservatieve islamisten aan kop.

Hoofdrol
Nu rebellen in Syrië de hoofdrol opeisen, proberen de VS snel aansluiting te zoeken bij een opmars die ze tot kort niet voor mogelijk hielden. De humanitaire hulp die ze daarvoor inzetten, zal ze in dank worden afgenomen. Nachtkijkers en portofoons zullen de strijd tegen het regime zeker ten goede komen. Maar in de strijd om invloed op het Syrië van na Assad, zal Washington andere machtige spelers naast zich zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.