Opluchting

'Ik ben niet dood, en ik ga niet weg', zei Rob Oudkerk gisteren strijdbaar in het Ketelhuis aan de rand van Amsterdam-West....

De uitspraak maakte deel uit van een korte toespraak en persconferentie die live werd uitgezonden door de televisie. Tot in de verste uithoeken van het land hadden de mensen dan ook het werk neergelegd om zich rond haastig aangerukte televisietoestellen te scharen.

De eerste man op de maan.

Elf september.

Rob Oudkerk in het Ketelhuis.

Grote televisiemomenten.

Hij zei nog meer, het volgende bijvoorbeeld: 'Ik ben politicus. Ik ben te openhartig geweest. Ik weiger te geloven dat openhartigheid een slechte eigenschap is. Ik ben zo als mens, ik ben zo als politicus. Daar zit geen licht tussen.'

Waartussen?

Mens en politicus.

Eén en ondeelbaar.

Na afloop van de korte televisieplechtigheid was er nog een uitgebreide samenkomst met de schrijvende pers: een mannetje of twintig in comfortabele bioscoopstoelen, de politicus zittend op het randje van het podium, de voeten wiebelend boven de grond. Roodbruine brogues, goed uitgelopen, maar glimmend gepoetst.

Nu sprak de politicus anders dan daarnet, toen de camera's nog draaiden. Hij formuleerde nu langzaam, aarzelend, zoekend – hij praatte zacht. Af en toe stak even zijn branie de kop op, maar hij wist zich toch steeds te beheersen. De sfeer was bijna vertrouwelijk. Heel kleine kijkjes gunde Oudkerk de aanwezigen in zijn getergde ziel, het had wel iets gênants eigenlijk. In een hoek van de zaal zoemde een ventilator. Het leek me dat ik ook eens een vraag moest stellen: 'Bent u opgelucht?'

Een voordeel van tegen de lamp lopen is dat je tegen de lamp bent gelopen. Je kunt rust nemen, en opnieuw beginnen. Ik heb het zelf wel eens meegemaakt, en het was heerlijk – de opluchting, het pak van je hart. Dat was de achtergrond van mijn vraag.

Tijdens de televisieshow had Oudkerk het bovendien over de valse energie die een verslavende baan in de openbaarheid, het politieke bedrijf, in een mens kan losmaken, over de junkie-achtige, verkeerde krachten die greep op je kunnen krijgen, nog nét niet over het misschien wel vertekende zelfbeeld van hen die de publieke zaak adoreren, en daarmee de aandacht, de roem, de thrill. Het scheelde maar weinig; hier zat een man die de komende tijd eens goed gaat nadenken over zijn doen en laten.

'Bent u opgelucht?'

Oudkerk aarzelde. Ik aarzelde zelf ineens ook. Dat had ík weer, een domme vraag. Was ik maar schrijver geworden. Maar hij gaf wel antwoord, want Rob Oudkerk gaf gisteren overal antwoord op: 'Nee, ik ben niet opgelucht.' Hij wilde er nog iets aan toevoegen, maar toen schoten zijn ogen vol en keek ik snel de andere kant op. Verdomme, nou dit weer.

Later, ik zat al in de auto, bedacht ik me dat het toch niet zo'n stomme vraag was, misschien een beetje vroeg gesteld, dat wel. De opluchting komt nog wel, voor Rob Oudkerk. Daarna kan hij gelouterd en herboren verder, één en ondeelbaar, ha. Wat een leven, inderdaad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden