Opkomst vrijwel gelijk aan vorig jaar: 80 procent

Bijna 80 procent van de kiesgerechtigden heeft woensdag zijn stem uitgebracht, bleek gisteravond uit de bijna volledige uitslag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer....

Bij de verkiezingen in 1998 was met 73,3 procent een historisch dieptepunt bereikt. Vooral in de grote steden, waar het opkomstcijfer traditioneel laag is, zijn sindsdien relatief veel meer mensen gaan stemmen. Volgens onderzoekers is woensdag een kwart van de LPF-kiezers uit 2002 thuisgebleven.

Het effect van de verhoogde belangstelling in de grote steden deed zich ook voor bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart van hetzelfde jaar in steden als Rotterdam en gemeenten met een Leefbaar-partij.

Volgens onderzoek uit 1998 zijn de thuisblijvers over het algemeen mensen met een laag inkomen. Van de minima ondernam in dat jaar 62 procent de gang naar de stembus, van de welgestelden 82 procent.

De opkomst in achterstandswijken van de grote steden is altijd het laagst. Verder gaan kerkelijken eerder stemmen dan niet-kerkelijken. Jongeren laten het vaak afweten. Sekseverschillen spelen geen rol.

Slecht weer beïnvloedt de opkomst. Vroeger bleven bij slecht weer vooral veel PvdA-kiezers weg, terwijl de CDA-aanhang weer en wind trotseerde. Maar dat effect is volgens deskundigen weggeëbt door het op drift raken van de kiezers. Volgens onderzoek van het NIPO zijn er onder de niet-stemmers tegenwoordig meer aanhangers van rechts dan van links. .

In kleine gemeenten wordt er altijd relatief veel gestemd. In Limburg en Brabant lopen de kiezers verhoudingsgewijs niet warm voor Kamerverkiezingen, maar bij gemeenteraadsverkiezingen is opkomst in het Zuiden juist weer hoog.

De afschaffing van de opkomstplicht in 1970 trof vooral de gemeenteraads- en provinciale verkiezingen. Maar ook bij Tweede-Kamerverkiezingen kelderde de opkomst. Bij de parlementsverkiezingen van 1971 kwam nog maar 79,1 procent van de kiezers op. Tijdens de opkomstplicht, toen op overtreding een boete stond (die overigens nooit werd opgelegd), schommelde de opkomst trouw rond de 95 procent.

Daarna steeg de opkomst weer iets. In 1977, kort na de Molukse treinkaping en in een tijd waarin de aartsrivalen Den Uyl (PvdA) en Wiegel (VVD) voor politiek vuurwerk zorgden, kwam 88 procent van de stemgerechtigden op. Beide tegenpolen wonnen fors. De politiek leefde. Ook de verkiezingen van 1981 en 1986 gaven een hoge opkomst te zien.

Na het tweede kabinet-Lubbers verflauwde de belangstelling. Elke keer namen minder mensen de moeite de gang naar de stembuis te maken. In 1989 kwam 80,3 procent op, in 1998 nog maar 73,3 procent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden