Opkomst radicale islam lang miskend

Al voor 11-9-2001 hoopten de signalen zich op dat jonge moslims radicaliseerden. Maar er werd niets mee gedaan. De toenmalige BVD zocht een nieuwe vijand, heette het....

Haast is geboden, want de radicalisering onder moslimjongeren voltrekt zich kennelijk snel. Dat beseffen ook minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie en vertegenwoordigers van een aantal moslimorganisaties, zoals het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO).

Deze groepen gaven een week na de moord gezamenlijk de verklaring uit dat ze 'alles in het werk zullen stellen om de dreigende polarisatie tussen moslims en andere Nederlanders te voorkomen'. De islamitische organisaties kondigden aan moslims te zullen wijzen op de gevaren van radicalisme.

Verdonk zegde 'een breed plan van aanpak' toe, dat ze medio februari naar de Kamer zal sturen.

Robuuste verklaringen, maar ze komen rijkelijk laat. Radicalisering van moslimjongeren is immers geen nieuw fenomeen. De BVD (voorloper van de AIVD) wees al eind jaren negentig op het gevaar van radicalisering van Nederlandse jongeren en hun rekrutering voor de jihad. Die boodschap werd destijds collectief genegeerd. De algemene reactie was dat de geheime dienst, na het einde van de Koude Oorlog, amechtig op zoek was naar nieuwe vijanden.

Toch waren er ook andere aanwijzingen dat Nederlandse moslimjongeren gevoelig waren voor de boodschap van moslimextremisten. Radicale jongeren klopten bijvoorbeeld, al ver voor de aanslagen van 11 september 2001, bij de Syrische imam Fawaz Jneid aan van de omstreden Haagse As Soennah-moskee. Ze vertelden sjeik Fawaz, zo bekende deze begin december in een vraaggesprek met de Volkskrant, dat ze wilden strijden aan de zijde van hun onderdrukte moslimbroeders in Afghanistan en Tsjetsjenië.

Jongerenwerker Romboud Meines, die werkte met Mohammed B., vertelde op 9 november bij Barend en Van Dorp een soortgelijk verhaal. Meines was eind jaren negentig bij een radicale jongere geroepen, die klaar was voor de jihad en die hij daarna nooit meer in Amsterdam-West had gezien .

Die incidenten konden nog worden gebagatelliseerd. Maar na 11 september stapelden de signalen zich op. De AIVD waarschuwde in mei 2002 (in haar jaarverslag) opnieuw voor radicalisering en bracht in december van dat jaar het rapport Recrutering voor de jihad in Nederland: van incident naar trend uit. AIVD-directeur Van Hulst riep de moslimgemeenschap op tot weerbaarheid tegen extremisme.

Daarop kwam het Marokkaans-Nederlands Interactieteam Jeugd (MNIT Jeugd) in actie. In juni 2002 belegden verontruste sleutelfiguren uit de Marokkaanse gemeenschap een 'reflectiebijeenkomst'. Een maand later stuurde het MNIT brandbrieven naar de toenmalige minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid Van Boxtel en staatssecretaris van Justitie Kalsbeek. De radicaliseringstendensen in de Marokkaanse gemeenschap zijn 'zeer schadelijk' voor de Nederlandse samenleving, met inbegrip van Marokkaanse jongeren, schreven ze.

Ze analyseerden dat de Marokkaanse gemeenschap zelf te zwak is om op eigen kracht voldoende weerstand te bieden aan de strategisch opererende extremisten. In de brief werd aangedrongen op hulp bij het opzetten van een bewustwordings- en vormingsprogramma gericht op moslimjongeren, op vergroting van de professionaliteit van Marokkaanse zelforganisaties en het tegengaan van uitsluiting.

Er volgde, in de zomer van 2002, een expertmeeting tussen Marokkaanse sleutelfiguren en de AIVD. Gesproken werd over de opzet van een soort monitoringssysteem met islamitische 'oren en ogen' in wijken en op scholen. Maar daarna bleef het van overheidswege stil. Gericht beleid bleef uit.

Dat ergerde Sadik Harchaoui, destijds voorzitter van het MNIT en nu directeur van het multicultureel instituut Forum. Samen met Frank Buijs, die is verbonden aan het onderzoeksbureau IMES en het islamisme in West-Europa onderzoekt, schreef hij voorjaar 2003 een alarmerend artikel over radicalisering voor Proces, tijdschrift voor berechting en reclassering. Harchaoui en Buijs concludeerden dat rekrutering 'een symptoom is van sluipende innesteling van gewelddadige radicaal-islamitische stromingen in Nederland'. Die verontrustende conclusie, stelden de auteurs, 'vindt opvallend genoeg geen weerklank in de politiek'. Er is wel oog voor de strijd tegen het terrorisme, maar niet voor het indammen van radicalisering.

Van Boxtel herinnert zich de brandbrief van het MNIT Jeugd, een interventieteam dat door hemzelf is geïnstalleerd. Hij zegt dat hij zich tijdens het laatste jaar van zijn ministerschap serieus zorgen maakte over de radicalisering. 'Na 11 september bezocht ik, samen met premier Kok, een moskee in Amsterdam. Ik trof daar lieden die een ongelooflijk harde taal uitsloegen.'

Het gevoel van urgentie ontstond toen twee Eindhovense jongens, volgens de AIVD gerekruteerd voor de jihad, in januari 2002 dood werden aangetroffen in Kashmir. Van Boxtel: 'Ik besefte toen pas echt dat er iets moest gebeuren en riep het MNIT in het leven. Dat interventieteam kwam in juli 2002 met een eerste reactie, vlak voor mijn aftreden. Daarna zat ik er niet meer bij.'

De politiek, zowel Balkenende I als II, reageerde traag. In maart 2004, na de aanslagen op de metro in Madrid, vroeg het CMO aandacht van minister Verdonk voor het radicaliseringsprobleem. Het CMO wilde dringend praten over extremisme, maar de brief werd niet beantwoord. Van Boxtel: 'Er zijn dure jaren verloren gegaan.'

Ella Kalsbeek (PvdA) zegt de brandbrief van het MNIT nooit zelf onder ogen te hebben gehad. 'De brief is op 12 juli 2002 gedateerd, de paraaf van 22 juli was niet van mij. Ik was toen met vakantie.'

Toch heeft ook haar fractie de afgelopen twee jaar nooit op gericht antiradicaliseringsbeleid aangedrongen. Pas in de eerste week van december, een maand na de moord op Van Gogh, zat de PvdA met de AIVD om de tafel. Kalsbeek: 'Aanvankelijk was het beeld dat vooral slecht geïntegreerde jongeren ontvankelijk zijn voor de jihad. Maar het zijn juist hoogopgeleide, goed geïntegreerde jongeren. Van de AIVD wilden we weten waarop we moeten letten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden