Opinie: Kletskoek Albayrak heeft onaangename bijsmaak

Als de PvdA de massamoord door de Turken op de Armeniërs in het begin van de vorige eeuw erkent, dan mag de nummer twee op de verkiezingslijst van die partij niet met een ‘geen mening’ wegkomen, vindt Michaël Zeeman....

Door Michaël Zeeman

‘Ik moet toegeven dat ik er bar weinig van afwist’, antwoordde Nebahat Albayrak toen Trouw (26 september; zie ook Binnenland, 2 oktober) haar vroeg hoe zij aankeek tegen de officiële Turkse versie van de massamoord op de Armeniërs in 1915 en 1916. Die nogal maffe visie op een reeks historische gebeurtenissen is in Turkije bij wet vastgelegd en alleen al het afgelopen jaar werden er twee Turkse schrijvers voor de rechter gedaagd omdat de feiten hen meer belang inboezemden dan dat met dreigementen onderhouden propagandistische beeld van de geschiedenis. In Nederland werden verleden week drie aspirant-Kamerleden in verlegenheid gebracht toen bleek dat zij in deze kwestie opvattingen huldigen die thuis horen bij een Turkse nationalistische partij, maar niet bij normale democratische partijen in Nederland: ontkenning van die massamoord, in enigerlei mate van enthousiasme en met variërende ijver.

Albayrak is geen aspirant-Kamerlid, maar zit al twee termijnen in het parlement en staat voor de komende verkiezingen als tweede op de lijst van de Partij van de Arbeid. Alles wijst erop dat zij geroepen is op korte termijn grote verantwoordelijkheden te gaan dragen. Zij is weliswaar in Turkije geboren, maar woont al sinds haar tweede in Nederland en heeft Nederlands onderwijs genoten. Vervolg van haar antwoord op de vraag van Trouw: ‘Maar toen ik me erin verdiepte, stuitte ik op een probleem. Alle bronnen bleken te zijn bevuild. Alles wat Armeniërs zeggen, wordt door Turken ontkend en omgekeerd. De luiken zijn omlaag. Er is geen gesprek mogelijk.’

Dat laatste is waar, maar van de overige beweringen zou je toch wel eens wat meer wil horen. Je zou vooral willen weten waar deze curieuze opvattingen vandaan komen, in welk materiaal Albayrak zich zo naarstig zat te verdiepen toen zij op haar probleem stiet en of het misschien raadzaam zou zijn als zij zich eens serieus in het probleem verdiepte.

Want het is kletskoek, kletskoek met een uiterst onaangename bijsmaak bovendien.

Die bronnen inzake de Turkse genocide op de Armeniërs zijn namelijk niet ‘bevuild’, zij zijn gewoon uitgegeven. Op enkele nationalistische halvegaren in Turkije na is er ook niemand die de authenticiteit en betrouwbaarheid ervan ontkent; ook in Turkije zijn talloze historici en intellectuelen te vinden die hun verstand gebruiken en de bronnen zoals zij er liggen erkennen. In het Armeens, Duits, Engels, Frans, Russisch, Turks en, warempel, het Italiaans is een weelde aan studies beschikbaar waarin die bronnen worden geanalyseerd, kritisch gewogen, geverifieerd en geciteerd.

Desondanks houden de Turkse nationalisten vast aan hun krampachtige ontkenning. Voorheen was die glashard, vandaag de dag neemt die dikwijls een hippe, postmoderne verschijningsvorm aan: het spijkerharde negationisme maakte plaats voor de verzuchting dat het allemaal onduidelijk is en dat het gekissebis een oordeel en een uitspraak onmogelijk maakt. Albayrak omhelst die laatste editie. Maar die is niet minder maf en kwaadaardig dan de vorige.

Er zijn drie kwesties die de discussie over de Turkse massamoord op de Armeniërs bemoeilijken. De eerste is dat wij niet alle schriftelijke bronnen meer hebben die wij hadden kunnen hebben. De archieven van twee bij de acties betrokken Turkse overheidsorganisaties zijn vernietigd respectievelijk verloren gegaan. Daardoor weten wij een aantal feiten niet precies, zoals de exacte omvang van de moord. Maar alleen al het uitwissen van sporen duidt op een kwaad geweten en nog kwadere bedoelingen. Dat neemt niet weg dat er voldoende andere bronnen zijn die het mogelijk maken een overtuigend beeld te vormen van de gebeurtenissen. Die bronnen zijn bovendien afkomstig van onbetrokken buitenstaanders. Ook al heeft de officiële Turkse staatsgeschiedschrijving geprobeerd die bronnen verdacht te maken – Britse waarnemers zouden belang hebben gehad bij het zwart maken van de Turken – juist de beschikbaarheid van verslagen van verschillende waarnemers van onderscheiden komaf ontkracht die verdachtmaking.

De tweede is het gebruik van het woord ‘genocide’. Dat is een zwaar en beladen woord, maar inmiddels ook een keurig gedefinieerd volkenrechtelijk begrip. Eén van de elementen van die definitie is de betrokkenheid van overheidslichamen bij de slachtpartijen. De betrokkenheid van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang in Turkije bij de moord op de Armeniërs is op zijn zachtst gezegd hoogst aannemelijk. Dus is het niet ongerechtvaardigd van genocide te spreken.

Er is, met andere woorden, helemaal geen sprake van die louter ‘bevuilde bronnen’ waar Albayrak het over heeft, en het is ook helemaal niet zo moeilijk de beweringen die Armeniërs en Turken elkaar betwisten te verifiëren of te ontkrachten.

Dat er desondanks een probleem is, is de derde kwestie die de discussie bemoeilijkt – en dat is de folkloristische versie van de geschiedenis die de Turkse regering propageert. Blijkbaar hecht Albayrak daar meer aan dan aan een gemotiveerd en kritisch oordeel over de Turkse geschiedenis zoals dat door historici in de rest van de wereld wordt geschetst. Albayrak is vier jaar geleden met veel voorkeursstemmen in het parlement gekozen. Er zijn redenen om aan te nemen dat een deel van die stemmen uit de kring van Turkse Nederlanders afkomstig was. Dat zij over een onderwerp dat in die kringen gevoelig ligt voorzichtig is in haar uitspraken is daarom begrijpelijk. Maar een lid van het Nederlandse parlement moet geen bijdrage leveren aan de verspreiding van Turks-nationalistische kletskoek.

Het zou verstandig zijn als Albayrak haar uitspraken herriep, het zou nog verstandiger zijn wanneer haar partij, de Partij van de Arbeid, haar daar een handje bij hielp, nu de PvdA immers de motie van de ChristenUnie (die de Armeense genocide erkent) heeft gesteund. Mocht er toch nog een leeslijstje nodig zijn, dan mail ik dat wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden