OpinieTozo-subsidie

Opinie: ‘De Tozo-subsidie is een cadeautje voor ondernemers, maar niet gratis’

Sommige ondernemers voelen zich dubbel gedupeerd. Er wordt geen partnertoets gedaan bij de Tozo, maar wél eenmalig uitgekeerd per huishouden. Is dat oneerlijk?

Minister Ferd Grapperhaus en minister Hugo de Jonge bij een demonstrant, een zelfstandige die al weken thuis zit zonder inkomen.Beeld ANP

Margreet Drijvers, directeur Platform Zelfstandige Ondernemers:

‘We hebben veel mails ontvangen van ondernemers die zeggen: ‘Wij zijn twee ondernemers en krijgen samen 1.500 euro. Mijn buurman, die samenwoont met een partner in vaste dienst, krijgt dat bedrag ook – en die hebben met zijn tweeën 4.000 euro.’ Maar als je partner genoeg inkomen heeft om het huishouden draaiende te houden, moet je geen beroep doen op de Tozo.

‘Het is geen gratis geld. Het is van ons allemaal en we hebben er hard voor gewerkt. Ervan uitgaande dat deze periode of de naweeën daarvan nog wel even voortduren, moeten we heel voorzichtig met dat geld omgaan. De Tozo is er alleen voor de mensen bij wie het water aan de lippen staat.

‘Alleen in Amsterdam zijn al zo’n 40 duizend Tozo-aanvragen gedaan. Als al die mensen een partnertoets moeten ondergaan, wachten ze volgend jaar nog op een uitkering. Er is gekozen voor snelle inkomensondersteuning. Hier speelt dus vooral het morele appèl op. Daar komt bij: samenwonende ondernemers kunnen via de Tozo wel allebei een lening aanvragen.

‘Veel mensen vinden het daarnaast onrechtvaardig dat werknemers ruimschoots ondersteund worden en dat zzp’ers het met de bijstand moeten doen. Maar werknemers betalen premies, die bijdragen aan het stelsel dat hen nu ondersteunt. Als je ondernemer bent, dan begeef je je op de arbeidsmarkt voor eigen rekening en risico. Dat betekent iets. Mensen moeten heel zorgvuldig voor ondernemerschap kiezen.

‘De ‘echte ondernemer’ heeft een ondernemende geest en ziet nieuwe kansen in een crisis, maar weet ook met tegenslagen om te gaan. Natuurlijk zijn er altijd mensen die tussen wal en schip vallen, die bijvoorbeeld praktisch gezien niet aan de norm van 1.225 uur komen, maar wel echt ondernemer zijn. Voor die mensen maken wij ons hard.’

Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht Universiteit van Amsterdam: 

‘Deze discussie doet me denken aan een oudere collega die ik ooit sprak over vroeger. Het had gevroren en heel de school kreeg ijsvrij, maar hij niet. Hij klaagde daarover en toen zei zijn docent: ‘Jongeman, ik onthoud u geen recht, ik verleen u geen gunst.’ En dat is het: de Tozo-subsidie is een cadeautje. Bij een subsidie gelden altijd voorwaarden en deze zijn in een weekend bedacht.

‘De werkelijke discussie die eronder schuilgaat is ‘wie is een echte ondernemer’. Een belangrijk deel van de ondernemers, is feitelijk geen ondernemer want ze hebben geen onderneming en dus ook niet de mogelijkheid om buffers op te bouwen. Dan praat ik over de leraren in het vo, verpleegkundigen in ziekenhuizen, computerdeskundigen bij banken, die vaak werknemer zijn maar zich niet zo gedragen. Ze hebben fiscale voordelen en hebben minimaal aan het systeem bijgedragen, maar hebben nu wel ondersteuning nodig. Maar we hebben het met zijn allen goed gevonden dat dat gebeurt. Werkgevers sturen ook hard op het werken als zelfstandigen. Sommige zelfstandigen willen het zelf ook, maar lang niet iedereen. Je ziet nu duidelijk waar het misgaat en waarom.

‘Het probleem van die ‘schijnzelfstandigheid’, bij mensen die niks anders dan arbeid inbrengen, leidt ertoe dat veel mensen onvoldoende aan het collectieve systeem bijdragen, er nu niet van kunnen profiteren en dan zie je dat ze door de bodem zakken.

We moeten veel strenger kijken naar wie er participeert in het collectieve systeem dat is opgetuigd en wie er niet in participeert. Waarom zouden we het schijnzelfstandigen toestaan als blijkt dat als de nood aan de man is, we ze toch moeten betalen?

‘Een ondernemer moet bestand zijn tegen een stootje, maar drie maandsalarissen gaat misschien net te ver. Dat je daarvoor faciliteiten treft, vind ik niet gek. Maar tref die uitsluitend voor de ondernemers die door de crisis specifiek niet meer kunnen doen wat ze anders zouden doen: namelijk geld verdienen.’

Gerrard Boot, hoogleraar arbeidsrecht Universiteit Leiden:

‘Begrijpelijk dat die vraag opkomt. Maar het gaat niet om ‘meer’ bij samenwonende ondernemers, maar om ‘allebei even slecht af’ (de ondernemer die samenwoont met iemand in vaste dienst). De vraag is of het logisch was om de partnertoets los te laten. Het zou logischer zijn, maar als dat was ingevoerd dan weet je een ding zeker: namelijk dat zzp’ers niet binnen tien dagen een uitkering hadden kunnen krijgen.

‘Ik vind het goed dat er iets gebeurt voor zpp’ers in verband met corona, daar was immers niemand op bedacht. Dan is alleen de vraag: hoe moet je dat als overheid doen? Je kunt als overheid niet zomaar miljarden weggeven dus is er aangeknoopt bij een bestaande wettelijke regeling: de bijstand. Daarin krijg je als alleenstaande een uitkering van 1050 euro per maand en als je samenwoont een gezinsuitkering van 1500 euro. Dat geldt voor werknemers die in essentie meer belasting hebben betaald dan zzp’ers. Het zou gek zijn om zelfstandigen een hogere bijstandsuitkering te geven.

‘Vergeet ook niet dat zpp’ers er voor het overgrote deel voor hebben gekozen om zelfstandige te zijn. Wiebes zijn uitspraak was wat onhandig, maar hij heeft voor 80 procent gelijk. Die keuze heeft stevige consequenties als het gaat om verzekeringen, maar biedt ook grote voordelen, denk aan de zelfstandigenaftrek. Netto houden zelfstandigen daardoor meer over dan werknemers, maar ze moeten wel zelf voorzieningen treffen voor slechte tijden. Nu blijkt op grote schaal dat zzp’ers dat niet doen.

‘Wat er tussen 1 en 31 maart gebeurde was ongehoord. Op 7 maart was het geluid van zzp’ers – in reactie op de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen – op grote schaal: ‘Wij zijn onafhankelijk, bemoei je niet met ons’ en eind van de maand werd er om hulp gevraagd.

‘Dat openbaart het werkelijke probleem: zelfstandigen zonder groot verdienvermogen, die als werknemers werken maar zonder dezelfde zekerheden. De grotere discussie over zzp’ers moet worden gevoerd, nu meer dan ooit. Wie horen er nou thuis onder dat werknemer-begrip en wie zijn de echte ondernemers?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden