Opinie: De toeristische 'ontmoeting'

Toerisme heeft maar in heel beperkte mate een brugfunctie tussen volkeren, betoogt de antropoloog Jan Abbink.

Beeld anp

Het is moeilijk nog iets origineels over toerisme te zeggen: het verschijnsel van 'het tijdelijke reizen naar andere plaatsen ter afwisseling of vermaak', zoals een adequate algemene definitie luidt, is van alle tijden en is ook al jaren- zo niet eeuwenlang, onderwerp van commentaar, kritiek, of lyrische beschrijving.

Het is duidelijk een verschijnsel van immense economische, sociale en culturele betekenis. Mondiaal is nu een op elke twaalf werknemers actief in de toeristenindustrie. Toerisme wordt de laatste tijd ook steeds meer gezien als manier om een land 'te ontwikkelen'. Toeristen zijn per definitie tijdelijk vrije, vermogende reizigers die geld (moeten) besteden en het gaat erom dat geld af te romen.

Dit is op zichzelf geen probleem: bijna iedereen in de rijkere, ontwikkelde wereld (echter, vooral China en India komen nu snel op en zullen spoedig het overgrote deel van de mondiale toeristenstroom gaan uitmaken) is zo nu en dan toerist en spendeert geld op de meest 'verafgelegen' plaatsen.
Maar het toerisme alleen of voornamelijk economisch bezien is kortzichtig. Toerisme is een omvattend politiek-cultureel verschijnsel. Het mobiliseert mensen, verandert de bezochte lokale samenlevingen soms ingrijpend, en is een etalering van geld en macht en vaak van culturele arrogantie.

Toerisme is aldus een verschijnsel met vele dimensies. Het is goed bestudeerd vanuit diverse wetenschappelijke hoeken: de economie, geografie, sociologie en antropologie. Die laatste disciplines kijkt vooral naar de culturele, ja ideologische aspecten: de menselijke interacties, de onbedoelde verandering van lokale waarden en normen, de vaak ongewenste en nogal stuitende gevolgen (zoals 'sekstoerisme', gebaseerd op abject misbruik), kortom naar de 'de micro-botsing der culturen'.
Verhalen die toeristen thuis doen, gaan ook vaak over merkwaardige ontmoetingen, 'grappige' misverstanden of soms conflicten, over eten, betalingen, of 'bizarre' lokale gewoonten die men als toerist niet begrijpt (of niet kan of wil begrijpen). Dit is trouwens iets dat andersom, onder de bezochte mensen, ook vaak geldt.

Het is duidelijk dat tegenwoordig toeristen evenzeer geïnteresseerd zijn in 'andere mensen en culturen' als in de landschappen, plaatsen, gebouwen, musea en monumenten, het doel van het 'klassieke' toerisme, zoals bijvoorbeeld dat van de 'Grand Tour' van 18de en 19de eeuwse Britse upper- class reizigers.

Toeristen bezoeken nu veel meer 'stammen' en 'vreemde volken'. Maar de relatie is moeizaam. Ze worden bijvoorbeeld maar zelden door de ontvangende bevolking als 'voorbeelden' gezien, als type mensen dat men moet imiteren. Wel is er in het begin sprake van hoge verwachtingen, verbazing, en bewondering voor de technische zaken en de uitrusting die zij hebben, of worden mode-items overgenomen.

Maar qua persoonlijk gedrag en gewoonten van de toerist ziet men vaak al snel bij de bezochte mensen, ondanks hun spreekwoordelijke 'gastvrijheid', een opvallende scepsis, irritatie of weerzin. Waar ligt dat aan? Dit kan komen door culturele of religieuze verschillen, door de manipulatieve houding van de bezoekers, of door bewust onbegrip dan wel gecultiveerde onverschilligheid.

Islamitische Swahili aan de kust van Kenia hebben bijvoorbeeld moeite met het 'vrije gedrag' van jonge Westerse toeristen, en veel bezoekers zijn vooral uit op foto's maken en 'authentieke' souvenirs krijgen, en de reactie of mening van lokale bewoners laat ze koud.

Stammen
Etnische groepen ('stammen' in toeristenjargon) in Zuid-Ethiopië zoals de Mursi, Kara of Hamar hebben een hekel aan de haastige toeristen die alleen maar foto's nemen, daar maar moeizaam geld voor betalen, en domme vragen stellen over hun levenswijze.
Taal lijkt een rol te spelen, zou men zeggen, maar dat is niet zo: toerisme is sowieso gebaseerd op oppervlakkig contact, ja bestaat bij de gratie van niet echt communiceren, want er moet geen blijvend contact worden gelegd - geen wederkerige 'verplichtingen'. Dat lijkt vaak tot frictie, maar so what. De toerist is daarna toch weg, en meestal voorgoed.

In veel sociaal onderzoek over toerisme komt naar voren dat de toeristische ontmoeting vooral de 'groepsgrenzen', de zelf-identiteit, van zowel bezoekers en bezochten versterkt. Het is jammer misschien, maar toerisme vervult maar in heel beperkte zin de door iedereen zo politiek correct verkondigde 'brugfunctie' tussen mensen.

Maar de toeristische aanwezigheid (sommigen noemen het 'overval') is het lot van vele etnische groepen in de 'verafgelegen' streken of 'binnenlanden' van Afrika, Zuid-Amerika en Azië: onstuitbaar en met steeds meer nadruk. Een groep in zuidwest-Ethiopië waar ik meer dan tien jaar geleden onderzoek deed wordt nu overspoeld, niet alleen door toeristen, ook door professionele fotografen en filmmakers, die de ene reportage en/of film na de andere maken, vaak in dezelfde stijl en met dezelfde soort poses. De mensen zelf spelen er nu goed op in en zijn zeer bedreven in het vragen en krijgen van geld want zij weten nu ook dat de fotoboeken, films en reportages voor de makers iets opbrengen.

Is dit allemaal erg? Moeten die volken dan afgeschermd worden? Waar heeft ooit 'authenticiteit' bestaan? We weten dat toeristen zo graag hun eigen invloed ontkennen en wegpraten. Ze worden daarbij geholpen door sommige sociale wetenschappers die begeesterd zijn door de mondialisering, die er volgens hen altijd al geweest is.

Dat zal best, maar er zijn grote gradaties en kwalitatieve verschillen, en in vele gevallen is een dubieuze invloed van massatoerisme op bepaalde groepen duidelijk aangetoond, een invloed die met een andere aanpak of voorbereiding in betere banen had kunnen worden geleid.

De variatie in reacties op toeristische aanwezigheid is ook enorm verschillend: bij sommige groepen worden de bezoekende vreemden op de een of andere manier ingepast in de lokale samenleving, maar vaak door ze op gezonde afstand te houden.
Bij anderen ziet men onmiskenbare teloorgang van sociale relaties, cultuurverlies en een groeiende ongelijkheid, of de opkomst van een generatiekloof, alcoholmisbruik, prostitutie en conflicten.
Niemand kan de bedoeling hebben die zaken te bevorderen. Dan is er toch reden voor regeringen, reisorganisaties en toeristen zelf om een wat meer nadenken over wat hier in die 'toeristische ontmoeting' gebeurt, zo mogelijk de zaak wat beter aan te pakken en die volken wat meer ruimte te laten om zelf keuzes te maken.

J. Abbink is antropoloog aan het Afrika-Studiecentrum in Leiden en hoogleraar aan de Afdeling Sociale en Culturele Antropologie aan de VU in Amsterdam.

Uw reacties zijn welkom

Foto © Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden