Ophuis’ geweld verliest ergste dreiging

Het is al meer dan tien jaar geleden dat Ronald Ophuis (1968) het nieuws haalde, omdat zijn schilderij van een brute kinderverkrachting (Sweet Violence, 1997) van een tentoonstelling was verwijderd. Schildertechnisch was er op dat doek weinig aan te merken. Sterker, het is een prachtig schilderij in de robuuste, figuratieve stijl van Ophuis’ voorbeeld Lucien Freud.

Toch had de goegemeente er geen goed woord voor over. Dat kwam niet alleen door het controversiële onderwerp, maar ook door de manier waarop Ophuis het leed in beeld bracht. Roept een slachtoffer gewoonlijk medeleven op, zodat de toeschouwer zich vrij van schuld kan voelen, bij Sweet Violence was dat niet het geval.

De positie van de kinderen werd in het schilderij niet door de compositie of belichting ondersteund. De kijker werd daardoor niet aangemoedigd zich met het slachtoffer te identificeren, en werd zo uit zijn ‘comfortabele zone’ getrokken. Een dappere zet van de kunstenaar, die door het tafereel te schilderen ook zijn eigen comfort zone verliet.

Het veroorzaakte wel ophef. Critici verweten Ophuis dat hij koketteerde met het kwaad, met opzet de goede smaak tartte en uit was op effectbejag. Onterecht, maar oog in oog met het werk in Museum Jan Cunen in Oss, waar op dit moment een (klein) overzicht van Ophuis’ werk is te zien, kun je je dit soort reacties wel goed voorstellen.

Vooral bij vroege schilderijen, zoals Footballers 1 (verkrachting in kleedkamer), Birkenau II (verkrachting onder gevangenen in Birkenau) en Execution (executie in een kleedruimte) gaat de aandacht niet uit naar de slachtoffers, maar naar de daders. Daardoor laat Ophuis in het midden of hij het geweld verheerlijkt danwel veroordeelt. Net zomin als dat bleek uit de film Fightclub (1999) van regisseur David Fincher, waarmee het gewelddadige aspect in Ophuis’ werk vaak wordt vergeleken.

Ophuis creëert net als Fincher met opzet verwarring en dwingt ons zo bij onszelf te rade gaan. De verwarring wordt vergroot doordat hij de trauma’s van de moderne mens schildert op het grote formaat van een historiestuk, oorspronkelijk bedoeld voor mythologische, bijbelse of historische scènes.

Ophuis’ latere werk, waarin het niet zozeer gaat om het schemergebied tussen goed en kwaad, maar vooral om de schuldvraag, is in dat opzicht minder interessant.

Je ziet een jongen zeulen met het dode lichaam van zijn broer, schedels van Irakezen met de blinddoeken nog voor en mannen die in de heuvels van Srebrenica wachten op hun executie.

Het leed is niet minder schrijnend dan op het oudere werk van Ophuis, maar omdat je alleen de slachtoffers ziet, kun je je dus alleen met hen identificeren. Daardoor kijk je, hoe gek het in dit geval ook moge klinken, een stuk relaxter.

De morele verantwoordelijkheid laat zich hier net iets gemakkelijker afschuiven op iemand anders, bijvoorbeeld op de regering. In Ophuis’ beste schilderijen, die uit de jaren negentig en van rond de eeuwwisseling, daarentegen is er voor de toeschouwer echt geen ontkomen aan.

Painful Painting – Schilderijen van Ronald Ophuis. Tot en met 22 maart in Museum Jan Cunen, Oss. www.museumjancunen.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden