Opheffen bankgeheim levert vooral veel schade op

Bij het opsporen van illegaal vermogen in Nederland is het opheffen van het bankgeheim een zinnig middel. In de strijd tegen het internationaal terrorisme ligt dat anders, aldus P.W....

P.W. Bartelings

AL tientallen jaren richt justitie zich op verborgen crimineel geld. Ondanks de vele nationale en internationale taskforces en afspraken om nationale wetgeving aan te passen (bijvoorbeeld de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties en de 'Pluk ze wetgeving') gaan wereldwijde narco-deals en wapenhandel nog steeds op wereldwijde schaal door. De economische, maar ook persoonlijke schade is enorm; de buit voor justitie is helaas beperkt.

Bij deze strijd mag het bankgeheim in bepaalde, individuele gevallen worden opgeheven. Voordat de autoriteiten de desbetreffende bankrekeningen hebben gevonden en de formaliteiten in acht zijn genomen, kunnen jaren voorbijgaan. Deze procedures raken het vermogen van één persoon, wiens vermogen op een illegale wijze is verkregen. Dat wordt teruggevorderd. Deze methode om het bankgeheim op te heffen is geaccepteerd, omdat het een gereglementeerd en dus gecontroleerd middel is.

Bij de bestrijding van internationaal terrorisme is het een ander verhaal. De aanval is gericht op personen en de organisatie(s) van die personen. Lijsten worden snel en zonder duidelijke bewijzen opgesteld en er zijn verdachten. Er is géén sprake van een individueel geval of persoon en het vermogen is lang niet altijd onrechtmatig verkregen. De daden, die met behulp van het vermogen worden verricht, zijn vanzelfsprekend wel onrechtmatig. Hiermee komen we op internationaal politiek terrein.

Op alle staten in de wereld wordt druk uitgeoefend mee te werken aan het opstellen van lijsten van verdachte personen of transacties. In Nederland leidde het in kaart brengen van verdachte transacties zeker niet tot de gewenste resultaten. De snelheid en ingewikkeldheid van transacties zijn immers oneindig, vergeleken met de capaciteit om er achteraan te gaan.

In Nederland wordt om politieke en economische motieven meegewerkt aan deze verzoeken. Op zichzelf is dit begrijpelijk. Maar er zijn landen die géén belang hebben vriendjes te zijn met de Verenigde Staten. De lijst van landen die niet zullen meewerken aan het opheffen van het bankgeheim is bij criminele en terroristische organisaties bekend. Transacties lopen via deze landen heen en weer en desnoods in contanten.

Deze situatie is mijns inziens géén reden om het bankgeheim in Nederland in zijn algemeenheid op te heffen. In Nederland is immers sprake van een balans tussen vertrouwelijkheid en waarheidsvinding. Indien een bank om internationaal politieke redenen verplicht wordt lijsten samen te stellen kan dit de vertrouwenspositie van de bank enorm veel schade opleveren.

Opeens worden zonder bewijs cliënten van banken verdacht. Bankemployees zijn hiervoor absoluut niet opgeleid en hebben al moeite met het ontdekken van valse papieren. Hoe moeten ze dan wel achter de ingewikkelde constructies komen?

Ik betwijfel of een bank zaken wil doen met personen die betrokken zijn bij terroristische activiteiten. Soms weet een bank echter niet het precieze gedrag van een cliënt en komt daar ook niet achter. De bank moet cliënten blijven controleren. Er zijn landen en wellicht ook banken, die het niet belangrijk vinden wat de achtergrond van personen is.

Deze banken zijn gevaarlijk en verzieken het internationale bankklimaat. Zoals we bij de BCCI-affaire hebben gezien horen deze niet thuis in de schone wereld. Deze banken moeten worden aangepakt. Maar het opheffen van het bankgeheim als geheel zou het gestelde doel voorbij streven en zou meer schade doen dan oplossingen opleveren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden