analyse burgerdoden in Irak

Opgroeiend parlement eist volwassen behandeling, ook in oorlogstijd

De Kamer was deze week niet zozeer verontwaardigd over het feit dat er burgerslachtoffers waren gevallen in Hawija: het hoort bij het dragen van politieke verantwoordelijkheid voor deelname aan oorlog. Maar die parlementaire verantwoordelijkheid is alleen te dragen, zo kreeg minister Bijleveld van Defensie van alle kanten ingewreven, als de informatievoorziening klopt.

Oud-minister Jeanine Hennis-Plasschaert krijgt applaus van haar medewerkers nadat ze is afgetreden. Dat deed ze vanwege een rapport over het mortierongeluk in Mali waarbij twee militairen om het leven kwamen. Beeld ANP

Het is pas vier jaar geleden, maar in juni 2015 zag de wereld er anders uit dan nu. Het was kort nadat gruwelijke beelden de wereld rondgingen van een Jordaanse piloot die in een kooi verbrand werd. Beelden van onthoofdingen en de slachting van duizenden Jezidivrouwen en kinderen lagen vers in het geheugen, het gevoel van urgentie was groot.

Met grote parlementaire steun werd IS ook door Nederland vanuit de lucht bestreden, zij het toen alleen in Irak. De luchtcampagne beriep zich op grote nauwkeurigheid bij het bepalen en aanvallen van doelen. In Amerika was er zelfs kritiek op de voorzichtige aanpak. Bij veel vluchten werd geen munitie afgeschoten. ‘Krankzinnig’, vond senator McCain, die de luchtcampagne ‘ineffectief’ noemde.

Toen het nieuws van de aanval van 3 juni 2015 op Hawija bij Defensie in Den Haag binnenkwam, was dat het eerste grote incident – na meer dan duizend aanvallen. Het kwam hard aan, maar de verwarring was ook groot. Er waren zeker ook burgerslachtoffers – naast IS-strijders – maar hoeveel? Er waren verhalen in de pers, maar het ministerie zocht een ‘volledig informatiebeeld’ langs officiële kanalen: het Amerikaanse Centcom, hoofdkwartier van de coalitie.

Hennis: geen burgerslachtoffers

Dat informatiebeeld was er lang niet en ondertussen schreef minister Hennis ten onrechte in antwoord op 71 Kamervragen dat er geen burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet waren te betreuren. Eind juni herhaalde ze het in een overleg met de Kamer. Een domme fout, geen bewuste misleiding, zegt men bij Defensie. Wat bewoog haar?

Opvolger Ank Bijleveld leek deze week deze vraag centraal te willen stellen – waarmee ze weinig vrienden heeft gemaakt in het parlement, op Defensie en in Bagdad (waar Hennis nu werkt als VN-gezant). Als ‘operationele veiligheid’ zo heilig is, waarom mag Hennis dan voor de bus gegooid worden terwijl zij nog in operatiegebied werkt?

De Kamer was niet zozeer verontwaardigd over het feit dat er burgerslachtoffers gevallen waren: hoe verschrikkelijk dat ook is, het hoort bij het dragen van politieke verantwoordelijkheid voor deelname aan oorlog. Maar die verantwoordelijkheid is alleen te dragen, zo kreeg Bijleveld van alle kanten ingewreven, als de informatievoorziening klopt.

Frans Osinga, bijzonder hoogleraar War Studies aan de Universiteit Leiden, waarschuwde deze week dat Nederland beter voorbereid moet zijn op oorlog – en tevens voor verhullend taalgebruik zoals ‘vredesoperaties’ als het oorlog betreft. Van het aanbod van fotoschietende F-16’s voor Afghanistan in 2001 tot het theekransje over de missie in Kunduz (2011): ons land kent een rijke traditie inzake het exporteren van wensdenken naar verre oorlogsgebieden. Maar deze week toonde het parlement zich meer volwassen. Het legde de vinger op de zere plek.

In april 2018 meldde het OM dat het vier (van de toen al 3.000) missies had onderzocht en geen aanleiding zag tot vervolgonderzoek. Wat lette Bijleveld toen de betrokkenheid bij Hawija openbaar te maken? Die vraag is nog klemmender na de beëindiging van de missie eind vorig jaar. ‘Op morele gronden had je opening van zaken moeten geven’, zegt een ingewijde.

Geen gevoel van urgentie bij Defensie

Wat ontbrak is een gevoel van urgentie – in elk geval op Defensie, want Bijlevelds suggesties dat andere ministeries van de hoed en de rand wisten, wacht nog op onderbouwing. Daarbij speelt ook de in de loop der jaren gegroeide aversie op het departement over de onrealistische verwachtingen en eisen die de Tweede Kamer vaak heeft bij militair optreden. ‘You can’t handle the truth’, zegt Jack Nicholson in A Few Good Men (1992). We kunnen de waarheid wél aan, zegt de Tweede Kamer nu. Sterker nog, we staan er op.

De militaire cultuur bevordert terughoudendheid met zulke informatie, vooral tijdens een missie. Terecht, zegt oud-vlieger en -bevelhebber Dick Berlijn,  zolang dezelfde eenheid nog in het operatiegebied is: ‘Als je zoiets bekendmaakt, ontbrandt er een hele discussie. Dat raakt ook die vliegers, die zich voor de volle honderd procent moeten kunnen blijven concentreren op de missie zonder zich zorgen te hoeven maken over discussies thuis, zeker als ook het thuisfront last krijgt.’ Hij heeft dit zelf meegemaakt in Bosnië in de jaren negentig, toen het gezin van een collega in Nederland onder druk werd gezet.

Maar voor Berlijn staat buiten kijf dat bij zoiets groots als Hawija de Kamer ‘zo snel mogelijk’ ingelicht had moeten worden, ‘op een manier die de missie uitvoerbaar houdt’. Dat had ook vertrouwelijk gekund, met openbaarmaking direct na afloop van de missie, zeggen andere militairen. Dat er niets is gebeurd, noemt Berlijn ‘heel vervelend, omdat het de indruk wekt dat de krijgsmacht als er dingen fout gaan, niet bereid zou zijn die te melden’.

Het parlement sprak deze week. Het toonde zich bereid de verschrikkelijke realiteit te dragen van oorlog, namelijk dat het soms fout gaat. De betekenis van het Hawija-debat moet daarom niet onderschat worden. Hetzelfde geldt voor de eis die de Tweede Kamer tamelijk eensluidend uitsprak: als we bereid zijn deze zware verantwoordelijkheid te dragen, mogen wij – en daarmee het Nederlandse volk – de maximaal mogelijke helderheid eisen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden