Opgewekt, maar ook een tikkeltje naïef

In het najaar van 1999, in haar tweede jaar als staatssecretaris van Onderwijs, staat Karin Adelmund de Tweede Kamer te woord over het toenemende geweld op scholen....

‘Verliefd worden, dat helpt pas echt tegen agressie’, flapt ze er vrolijk uit. ‘Ik wens alle scholieren veel liefde toe.’ De volgende dag stelt de staatssecretaris beteuterd vast dat de ochtendbladen uitgerekend deze oplossing als prominent nieuws naar buiten brengen, alsof ze het serieus heeft bedoeld. ‘Ik zeg hier nooit meer iets over de liefde’, concludeert ze.

Opgewekt, met de beste bedoelingen, maar ook een tikkeltje naïef en bestuurlijk zwak: zo wordt Karin Adelmund herinnerd als bewindsvrouw. Ze maakt tussen 1998 en 2002 op het departement vier roerige, loodzware jaren door, die een smet werpen op haar grote staat van dienst in de vakcentrale FNV en de PvdA.

Opeens staat ze op de scholen bekend als ‘zwabbertje’, die haar emoties niet in de hand heeft. Het is niet alleen voor haarzelf, maar ook voor de partijleiding, een teleurstellende ervaring.

Want Adelmund maakt haar entree in politiek Den Haag in 1994 als een grote belofte: ze heeft een reputatie opgebouwd als verbaal behendige vakbondsbestuurster die de sociaal-democratie met de paplepel ingegoten heeft gekregen.

Ze groeit op in een groot gezin in Rotterdam-Noord. Haar vader overlijdt vroeg en haar moeder moet met zes kinderen rondkomen van de bijstand. Zelf omschrijft ze de bittere armoede van haar jeugd later als ‘een zwaar leerproces’ waar ze een ‘basis-sociale opvoeding’ aan overhield: ‘Zelfs als je won met monopolie moest je delen.’

‘Karin heeft één belangrijk verschil met veel andere politici’, kenschetste oud-FNV-bestuurder Hans Pont ooit Adelmunds belangrijkste kwaliteit: ‘ze hoeft zich niet te verplaatsen in mensen die in een achterstandspositie zitten. Ze weet uit eigen ervaring precies hoe dat voelt.’

Na de sociale academie en een studie sociologie begint Adelmund aan een lange carrière in de vakbeweging. Begin jaren tachtig is ze hét gezicht van de Vrouwenbond FNV, die onder haar leiding uitgroeit tot een volwaardige vakbondstak.

‘Een rebelse meid is een parel in de klassenstrijd’, verwoordt ze haar eigen motto in de strijd voor vrouwenparticipatie en het recht op deeltijdwerk. Hele zalen vol stakers krijgt ze moeiteloos aan haar voeten met haar typische rechttoe-rechtaan-teksten.

‘Ik zal nooit zwijgen over de achterstelling van vrouwen, tenzij ik mijn bek niet meer kan opentrekken. Ik zal dat blijven doen tot aan mijn dood, tenzij – maar dat zie ik nog niet gebeuren – de maatschappelijke gelijkheid tussen mannen en vrouwen is gerealiseerd voordat ik er ben geweest.’

Ze wordt onder voorzitter Johan Stekelenburg de eerste vrouwelijke vice-voorzitter van de FNV en is in 1991 het boegbeeld in het verzet tegen de ingrepen in de WAO en andere bezuinigingen van het derde kabinet-Lubbers.

Dat ze daarbij ook Wim Kok en de rest van de PvdA-top niet spaart (‘eerst word je gerold en dan komen ze met de collectebus langs’) wordt haar door de achterban allerminst kwalijk genomen.

In 1994 maakt ze de overstap naar de politiek. Ze wordt prominent gebracht als het nieuwe sociale gezicht van de PvdA. Meteen blijkt hoe populair ze is: op Kok na haalt ze de meeste voorkeurstemmen binnen.

Eenmaal op het Binnenhof blijkt ze al snel moeite te hebben met de druk van het politieke spel. Opeens moet ze zelf het WAO-beleid verdedigen. Als SP-leider Marijnissen haar in de Kamer herinnert aan haar vroegere standpunten, laat ze haar tranen de vrije loop.

Dat overkomt haar nogmaals in 1999, in een debat over achterstandskinderen. De beelden van een huilende staatssecretaris groeien in de jaren daarna uit tot het symbool van haar problemen op onderwijs.

Met de liberale minister Loek Hermans doorbreekt Adelmund dapper de oude PvdA-gewoonte om het onderwijs vooral vanuit Den Haag te bestieren. Maar het krediet dat de scholen haar daarvoor geven gaat verloren in het aanhoudende rumoer rond de onderwijsvernieuwingen als de basisvorming en het studiehuis.

Adelmund reageert er paniekerig op en wijzigt tot twee keer toe de exameneisen van havo en vwo: eerst onder druk van de leerlingen, daarna omdat boze leraren haar de wacht aanzeggen. Zo ontstaat het imago van een onzekere, makkelijk te beïnvloeden bewindsvrouw.

Haar carrière komt er daarna niet meer helemaal bovenop. Na het verkiezingsdebâcle van 2002 blijft ze in de Tweede Kamer. In de fractie neemt ze genoegen met een rol op de achtergrond en mengt ze zich veel minder dan voorheen in het publieke debat. ‘Ze had zich ook net voorgenomen gezonder te gaan leven, zich minder druk te maken, meer thuis te zijn’, aldus een van haar verslagen fractiegenoten vrijdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden