Opgeluisterd, Interview geluidsman Chris Weeda (40)

Chris Weeda is een van de beste geluidsmannen ter wereld (Toots Thielemans zegt het ook!). Wat zijn de finesses van zijn vak? V liep mee en spitste de oren.

Het was 2010 en achter het grote raam van het Bim-huis lag Amsterdam in het donker. Op het podium zat de 89-jarige Toots Thielemans op een barkruk en speelde Midnight Cowboy. Iets van een vogeltje op een boomtak had hij, het was ontroerend, zijn dunne benen wipten mee op de maat van de muziek. Toen het applaus was weggestorven en hij de andere muzikanten had bedankt, vroeg hij speciale aandacht voor de man achter het mengpaneel. Die glimlachte verlegen. 'Geluid', zei Toots: 'Chris Weeda. Chris is one of the band.'

We zijn twee jaar verder en Toots zal vanavond meespelen op een concert van de befaamde Belgische jazzgitarist Philip Catherine in Brussel. Weeda (40), geluidtechnicus, rijdt met een auto vol apparatuur Amsterdam uit. Voor zijn werk reist hij de hele wereld over. Filmmuziek opnemen in Osnabrück, een concert in Moskou, een festival in Zuid-Frankrijk, een cd mixen in Zuid-Afrika en als het even kan naar huis, naar zijn dochter Stein (10), 'de liefde van mijn leven'.

Het reizen daargelaten lijkt zijn werk op dat van een chefkok, vindt hij. 'Je bent een doorgeefluik. En je hebt dezelfde stress, de onregelmatigheid, je eet slecht op verkeerde tijdstippen - gezond is het niet.' Hij stelt de tomtom in; tussen de bovenste knoopjes van zijn overhemd begint een breed litteken van een openhartoperatie. Een jaar en negen maanden geleden was dat. Een week of acht erna zat hij weer achter de knoppen.

Na het tanken, komt hij terug met Spa Blauw, partjes appel en een zakje oranje bolletjes. Met een meewarige blik trekt hij het plastic open. 'Wortelballetjes.' 10.16 a.m. is het op het klokje. 'Om zes uur had ik al een vrachtwagen rijden', zegt Weeda.

Het management van Philip Catherine heeft hem ingehuurd. Het is een grote zaal. Hij 'doet' alles: licht en geluid. Op zijn beurt heeft Weeda een ander bedrijf in de arm genomen: vier onvermoeibare jongens uit Schagen, die de boxen en lampen al aan het ophangen en aansluiten zijn.

Catherine wordt 70. Het wordt flink gevierd; na het concert is er een cd-presentatie. Die cd heeft Weeda opgenomen, gemixt en geproduceerd. Hij is er trots op. 'De plaat is prachtig geworden. Prachtig. Maar tijdens de opnamen was het een rommeltje.'

Weeda bedoelt maar: van de rest van de dag heeft hij gemengde verwachtingen. Rond Philip, 'een nutty professor', is het altijd wat rommelig. 'Maar hij is een fantastische muzikant.'

De cd heeft Weeda gemixt in Kaapstad, in de studio van de geëmigreerde bassist Hein van de Geyn. 'Ik had vijf producties met Hein. Deze, een met Toots en nog een paar.' Hij doet het werk twintig jaar. En: 'Ja, ik denk wel dat ik er alleen maar beter in ben geworden.' Weeda is autodidact; theoretisch en technisch heeft hij veel moeten inhalen. Bang voor moeilijke zalen is hij niet meer. 'En dit is een heel moeilijke zaal. Dat vind ik alleen maar leuk. Er gaan 1.800 mensen in. Hoe groter de zaal, hoe groter de schande als het zou misgaan. Van tevoren ben je daar toch wel mee bezig. Wat heeft het theater of het management geregeld? Krijg je geen technische problemen?'

Hij viel voor de muziekwereld toen hij als 5-jarige aan zijn vaders hand voor het eerst het Concertgebouw binnenkwam, kreeg zijn eerste vioolles op zijn 6de en begon als tiener met bas en basgitaar. En ontdekte de jazz: Chet Baker, Miles Davis, dat werd het voor hem. Toen hij als muzikant te kort bleek te komen, was hij al geïnteresseerd geraakt in geluidstechniek. Zo begon het, eerst in het Bimhuis, destijds een jazzhok aan de Amsterdamse Oudeschans, en van 1994 tot '96 in Max Bolleman Studio 44 in Monster. Daar nam hij in twee jaar vijfendertig cd's op. Het zijn er inmiddels honderden geworden, waaronder veel live-albums.

Bij Breda gaat de telefoon. 'Dat is Roel', zegt Weeda en switcht naar de rechterbaan. Roel is zijn Belgische rechterhand. 'Het is een theater met Franssprekende stofjassen', legt Weeda uit. 'Die moet je niet tegen je hebben. Roel is goed, spreekt zijn talen en is rustig en diplomatiek.' Hij zet de telefoon op handsfree.

'Hoe gaat het met Roel?'

'Op zich goed', antwoordt die. 'Maar er is een communicatieprobleem wat betreft het licht.'

'Want?'

'Eh, er is geen licht.'

Weeda heeft dus een denkfout gemaakt. Roel gaat het oplossen met de stofjassen. Nu heeft hij nog anderhalf uur om te bedenken waar in Brussel hij voor Weeda een paar goede flessen wijn in cadeauverpakking zal kopen.

In het centrum spuiten de fonteinen in de zon en rijden gele trammetjes. Vervolgens staat hij een half uur muurvast in het verkeer. 'Ik heb een haat-liefdeverhouding met deze stad', zegt hij nadenkend. 'Aan de ene kant is er de grandeur. Maar als je geen Frans spreekt, kun je er geen reet. Twee uur van Amsterdam!'

Het lichtprobleem betrof het vaste theaterlicht, maar dat heeft Weeda opgelost, voor de rest zorgen de jongens uit Schagen. Die slepen zich een slag in de rondte met lampen, versterkers en andere apparatuur. 'Dit produceren kun je alleen als je een goeie club om je heen verzamelt', aldus Weeda. 'Met alleen geluidswerk verdien ik geen pensioen. Bovendien, anders huurt een ander een rock 'n' roll-lichtman in bij zo'n jazzconcert en zit het publiek straks anderhalf uur naar flitsers te kijken. Ik doe het niet voor m'n plezier, maar ik heb liever dat het goed is.'

Half een is het. Bozar, het Paleis voor Schone Kunsten, blijkt een immense art-decobonbondoos uit 1928. Weeda begint meteen met de vleugel te schuiven. 'Van coté jardin in de richting van coté cour, zeggen ze hier.' Hij hijgt. 'Vanuit de zaal gezien respectievelijk links en rechts.'

Wanneer de vleugel op zijn plek staat, plant hij de microfoons erin ('dit moet ik toch een beetje zelf doen'). Er zijn platte microfoons, microfoons met bolletjes, pantoffelachtige microfoons, microfoons in de vorm van een cilinder, de microfoon van Toots en gewone microfoons. '43 lijnen, zeg ik uit mijn hoofd. En microfoons om het publiek op te nemen. Zodat je er misschien een live-cd van kunt maken.' Zijn plek straks is 40 meter verderop, vooraan in de stalles, op ongeveer tweederde in het midden van de zaal. Naar de mengtafel, naar het podium en weer terug. Zijn hakken klossen op de houten vloer.

'Rechtssss... linkssssss...' Je hebt links, rechts en het geluid dat van achter uit de zaal weer terugkomt, legt hij uit. 'Daar moet je ook rekening mee houden.' Het mengpaneel is een meter breed en bevat zeker honderd knoppen en knopjes, meer dan twintig schuiven en dan is er nog een scherm waarop van alles te regelen is. Naast Weeda's rechterknie staat een rand-rack, nog zo'n soort ding maar kleiner, met daarop een MacBook en wat kleine apparaatjes zoals een iPhone en een speakermanagement-systeem. Een mondharmonica alleen klinkt iel en zielig in een grote zaal, hij moet er iets aan toevoegen, legt hij uit. Twee mensen van de Belgische radio melden zich. 'You can take the MADI-output van de patch', zegt Weeda. Hij steekt snoeren in het rack. 'Wat kan er misgaan?' 'Het kan op veel vlakken misgaan. Deze apparaten staan allemaal met elkaar in verbinding. Dus ja. We hebben nog geen laag.'

James Taylor en Steely Dan klinken door de lege zaal, volgens Weeda algemeen gebruikte muziek om p.a.'tjes (je zegt pi-eetjes) te testen. 'Je hoort meteen of het te veel bonkt of te scherp is.' Weeda loopt rond met een laptop met een zendertje 'om te horen hoe het laag klinkt'. Hij krijgt op zijn iPhone een berichtje binnen dat een plaat een Edison heeft gewonnen. 'Leuk hoor. Die heb ik geproduceerd, opgenomen en gemixt.'

'Is het uitverkocht?'

'Ik denk het wel.'

'Maakt het wat uit?'

'In deze zaal wel. Het geluid wordt beter als er meer mensen zitten.'

Tegen Weeda: 'De bassen klinken nog een beetje zwabberig.'

Na een paar uur is de klank goed, het licht hangt, kisten op wieltjes worden van het podium gereden, de eerste muzikanten komen binnen. Er worden handen geschud en opgestoken. De drummer speelt in. De bassist wil een stoel verplaatsen.

'Can I move it?'

'No you can't.'

De gesprekken spelen zich over grote afstand af. 'I can't play like this.' Weeda: 'Okay, move it. Do whatever you want.'

En zachtjes opzij: 'Je moet een halve psycholoog zijn. Sommige artiesten zijn vreselijk voor een optreden.'

Hij draait weer aan de knoppen: bass drum, snare drum - enkel bij de drums staan acht microfoons. 'Acht kanalen dus.' Er wordt gesoundcheckt: drums, piano, bas, keyboards, viool, zang, en dan alles samen.

Alleen Toots komt later. Moet die niet soundchecken?

'Dat doe ik vast voor hem', antwoordt Weeda.

Philip Catherine vraagt voortdurend 'louder', hij wil zijn eigen geluid harder. Dat verandert alles. Weeda: 'Hier word je dus wel drie jaar ouder in een middag.'

Voor elke muzikant staat een monitor waarop hij de andere bandleden kan horen. De violist wil meer gitaar. De drum wil meer meer viool. De pianist wil minder bas. Philip Catherine vraagt zich af of zijn laatste verzoek om 'louder' is aangekomen of dat het aan zijn oren ligt. 'Or is it a non problem?' Aan Weeda's gezicht te zien vindt hij het een non problem.'

Dan is er het zuchtmeisje, type Amélie, de dochter van Philip Catherine. Haar stem komt niet boven de band uit, er ontstaat irritatie. Catherine, vanaf het podium: 'She has little experience, please have a little understanding.' Het zuchtmeisje doet een proefzuchtje. Ook dat is niet hard genoeg. 'The only solution is to come closer to the mike', vindt Weeda.

Wanneer Toots het podium wordt opgereden, loopt hij naar voren en kust hem op het hoofd.

'Er zijn geluidsmensen die veel technischer zijn', verklaart Roel. 'Zoals ik. Maar Chris snapt de muziek. Die kan hij naar een hoger niveau tillen. Hij communiceert met hen als een muzikant. Ik zou hem eerder als kunstenaar dan als technicus kwalificeren.'

Dat zal onder meer blijken wanneer Philip Catherine tijdens de soundcheck aftelt voor Toots. 'You might think I'm an asshole', klinkt Weeda's stem opeens door de microfoon, but I would do it like this...' Toots' manager knikt instemmend in de coulissen. Net voor het eten wil Catherine zijn geluid zachter in plaats van harder.

Weeda: 'The whole afternoon you want it up and now you ask me to put it down. That changes everything.' Tegen Roel: 'Als ik hem harder zet, doet hij hem met zijn pedaal zachter. Maar dan wordt het ook zachter in de zaal.'

En nu? 'O, dat maak ik de eerste drie seconden van het concert wel weer goed.'

Het concert begint om acht uur, om tien voor acht zit iedereen nog aan tafel. Uit de uitverkochte zaal klinkt verwachtingsvol geroezemoes. Weeda gaapt van de spanning. 'Het regelen, de techniek, het soundchecken, dat is allemaal niet heel interessant. Net als repeteren. Het gaat om het moment suprême.' Nu moet hij presteren.

Tijdens de eerste drie seconden van Cole Porters So In Love herstelt hij inderdaad de aangerichte schade. Zijn lijf beweegt mee met de muziek, zijn vingers bewegen zich voortdurend over het toetsenbord - tap, tap, tap gaat het op de knopjes, schuifje naar boven, draaien aan een ander knopje, het lijkt of hij een muziekinstrument bespeelt.

Vijf kwartier achter elkaar is hij geconcentreerd bezig. Lichtjes knipperen, wijzertjes slaan uit. 'Wat hij doet, kan alleen als je de muziek kent of begrijpt', fluistert Roel.

Voor een pianosolo heeft Weeda zijn hand al bij de de toonregeling om de hoogste tonen eruit te halen. 'Zo'n solo klinkt vaak harder en scherper.' Als Catherine een intro met lange tonen speelt, maakt hij de galm langer, bij korte tonen korter. 'Anders lopen de noten in elkaar over.' Zo is er bijna elke seconde wel iets. Ook het zuchtmeisje klinkt nu helder en zuiver, bij Toots smelt de zaal van ontzag. Philip Catherine krijgt na afloop een staande ovatie. Weeda zoekt hem meteen op, ze omhelzen elkaar, het is weer goed, het hoort er allemaal bij. En daar is ook Toots weer. Hij gaat met Weeda op de foto.

'Nou?', zegt de oude maestro. 'U heeft het gehoord, hij heeft magic in zijn vingers, hij bedient de knopjes als geen ander.'

Wat maakt Weeda goed?

Daar moet meneer Thielemans even over nadenken. 'Hij is muzikaal, hij is creatief, het is een kwestie van smaak, wat zal ik zeggen. Wij maken samen muziek.' Hij legt zijn arm om Weeda's schouders. 'En hij is een heel goede vriend.'

Weeda pakt de hele handel weer in. Bij de laatste benzinepomp voor de grens gaan er twee blikjes bier voor thuis mee, om half drie zal hij terug zijn in Amsterdam.

Toen hij vanwege zijn hart in het ziekenhuis lag, vertelt hij, belde Toots altijd op en vroeg welk nummer hij wilde horen. Zo speelde de maestro hem elke avond in slaap.

Philip Catherine 12/12, Bimhuis, Amsterdam, 13/12,De Roma, Antwerpen, 14/12 LantarenVenster, Rotterdam

PRETTIG MENS

Eric Vloeimans, jazztrompettist

'Het was in 1993 toen ik voor het eerst door Chris Weeda werd opgenomen. Dat deed hij met een opnameapparaat van 800 gulden. Maar toen was hij al goed. Sindsdien hebben we ongeveer veertien cd's gemaakt.

Hij werkt snel en kan inmiddels ook uitstekend produceren. Dat heeft hij ook gedaan voor mijn laatste cd, Live at the Concertgebouw. Chris is een prettig mens, hij houdt van aanpakken.'

Hein van de Geyn, jazzbassist

'

Wij gaan heel lang terug. Ik heb een zwak voor Chris omdat hij selfmade is op een on-Nederlandse manier. Het is nooit van 'ik weet het niet', of: 'daar ben ik niet voor ingehuurd'. Hij kan alles en overziet het grote geheel. Er zijn technici die er lang voor hebben doorgeleerd, en dan ziet het er keurig uit op de metertjes, maar klinkt het bloedeloos. Als er een meter in het rood moet voor een fantastisch geluid, gaat-ie in het rood.'

Martin Fondse, componist, arrangeur, vibrandoneonist, pianist, en bandleider

'Razendsnel en eigenwijs. Dat is Chris. Geen kameleontische geluidstechnicus die alleen op record drukt. Hij hoort veel. Een raar piepje, of een onzuiver gestemd instrument. Maar het prettigste: hij weet wat voor muziek ik voor ogen heb. Dan spelen we voor een geluidseffect iets op de piano, in plaats van een geluidje uit de computer te gebruiken. Wat hij dan allemaal met zo'n pianotrack kan, is geweldig.'

Jacob ter Veldhuis, componist

'Chris is voor mij de Nederlandse Rudy van Gelder, de Amerikaanse geluidsman die het jazz label Blue Note groot heeft gemaakt. Ik weet nog dat ik voor het eerst een cd met Chris opnam. Een Amsterdamse lefgozer van net 30, die over mijn werk zei: 'Ik kan die shit niet lezen.' Zwaar beledigd was ik. Maar het werd een ongelooflijk mooie opname. Chris is een geluidstovenaar. Hij weet precies hoe de klank van een instrument het best uitkomt.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden